Ossendrecht; Gouden Delta machteloos tegen Antwerpse smog

De sterfte als gevolg van aandoeningen aan de luchtwegen is in de Gouden Delta - Zuidwest Brabant - beduidend hoger dan in andere delen van Brabant en Zeeland. Schuldige is waarschijnlijk het richting Nederlandse grens oprukkende industriegebied van Antwerpen.

OSSENDRECHT, 11 JULI. Waar de vruchtbare Zeeuwse klei ophoudt en de hoge Brabantse zandgronden beginnen, daar ligt de Brabantse Wal. Voorzitter A. van Rijen van de milieugroep Benegora heeft in de gemeente Ossendrecht precies op de scheiding een woning. Vanuit zijn tuin kijkt hij uit op het naar de Nederlandse grens oprukkende Antwerpse industriegebied, dat op nog geen twee kilometer afstand ligt.

In de verte zijn de gigantische koeltorens van de vier kerncentrales in Doel te zien. Op gezette tijden hoort Van Rijen over de kool-en bietenvelden angstaanjagende klappen. Bij de overheersende wind uit het Zuidwesten is de geur van petroleum en zwavel uiterst penetrant. In de lucht zit veel stof.

De sterfte aan de gevolgen van aandoeningen van de luchtwegen (cara) is in dit gebied, dat wel de Gouden Delta wordt genoemd, beduidend hoger dan in andere delen van Brabant en Zeeland, zo blijkt uit een onderzoek van Brabantse en Zeeuwse GGD's (gemeentelijke geneeskundige diensten). Om uit te vinden of er een verband bestaat met de luchtvervuiling, wordt nu een bevolkingsonderzoek verricht. De resultaten zullen over een paar jaar bekend zijn. Negentig procent van de bevolking neemt er aan deel, aldus Van Rijen.“Zo'n hoge respons duidt op angst.”

De Gouden Delta ontwikkelt zich dankzij haar ligging economisch gezien gunstig. De werkloosheid ligt er lager dan in de rest van Brabant. In een rapport van de stuurgroep Rijn/Schelde Delta van de Kamers van Koophandel van Breda, Dordrecht, Middelburg, Rotterdam en Terneuzen staat dat de omzet in 1991 opnieuw groeide met twee procent en de export uit het gebied met vier procent. De werkgelegenheid nam in 1991 toe met twee procent. Het ooit noodlijdende industrieterrein Moerdijk kan de bedrijfsgrond nauwelijks aangeslepen.

In de brochure "West-Brabant in de schijnwerpers', die de provincie Noord-Brabant onlangs uitgaf, klinkt een ernstige waarschuwing:“Troosteloze industrielandschappen, overvolle wegen en schadelijke uitstoot van stoffen moeten voorkomen worden.” Troosteloos. Dat is inderdaad het woord dat te binnen schiet als men het Antwerpse industriegebied bezoekt. In de loop der jaren werden hier acht dorpen terwille van de welvaart afgebroken. Twee dorpjes, Berendrecht en Zandvliet, zijn dusdanig door bedrijven ingesloten dat ze moeite hebben om overeind te blijven. Het is er een industriële woestenij: de bossen bestaan hier uitdestilleertorens, raffinage- en affakkelpijpen.

Van Rijen vreest dat hetzelfde lot zijn gebied te wachten staat. Antwerpen heeft plannen voor de aanleg van een zestig hectare groot logistiek centrum, dat aan de Nederlandse grens komt te liggen. “De Belgen zeggen dat het alleen om distributie en transport gaat. Maar wat gaan ze dan distribueren en transporteren? Als het chemische stoffen of brandstof wordt, dan zullen daar toch opslagtanks voor nodig zijn.” Plaatselijke berstuurders hebben zich eveneens verontrust getoond.

Een soortgelijk logistiek centrum had ook in Ossendrecht moeten komen, maar onder druk van de bevolking en doordat de grondprijzen er veel te hoog zouden worden, is er van afgezien. “Bovendien besloot de provincie er haar handen vanaf te trekken omdat er een Benelux-afspraak bestaat om de grensstroken zoveel mogelijk groen te houden. Die afspraak geldt dan blijkbaar niet voor de Belgen”, aldus Van Rijen.

De milieugroep Benegora, wat staat voor Belgisch Nederlands grensoverleg regio Antwerpen, heeft in een rapport de problemen op een rijtje gezet. Het rapport heet "West-Brabant, de vuile witte vlek'. Op basis van onderzoeken, die in de loop der jaren zijn verricht door onafhankelijke instanties komt Benegora tot een aantal onthutsende conclusies. De luchtvervuiling in het gebied is waarschijnlijk even groot als in het Rijnmondgebied; als er al meetstations zijn, dan staan ze op de verkeerde plaats omdat er geen rekening is gehouden met de overwegende wind uit het Zuidwesten. Het sterftecijfer tengevolge van ademhalingsproblemen is verontrustend hoog. Er is nauwlijks samenwerking met het Antwerpse havengebied. Rampenplannen zijn onbekend en niemand weet wat er precies in de tankschepen zitten, die door het Rijn-Scheldekanaal varen. “De problemen worden door de overheid totaal genegeerd”, concludeert het Benegorarapport. De Brabantse milieugedeputeerde dr. R. Welschen geeft toe dat het contact met de Belgen over grensoverschrijdende milieuproblemen “zeer moeizaam” verloopt.

Als we door het Antwerpse havengebied rijden, zegt Van Rijen: “Het zou onredelijk zijn om te eisen dat al deze bedrijvigheid zou moeten verdwijnen. Het enige wat we willen is dat de Belgen zich aan de regels houden, als ze die tenminste hebben. Aan de uitbreiding van BASF bijvoorbeeld is geen milieu-effectrapportage over de eventuele gevolgen voor Nederland voorafgegaan, hoewel de Europese commissie dat voorschrijft.”