OLYMPIADE

In de ban van de ringen. Feiten en onthullingen over misbruik van macht en geld binnen het IOC. door Viv Simson en Andrew Jennings 320 blz., Het Wereldvenster 1992, vertaling Gerard Grasman (The Lords of the Rings, 1992), f 29,90 ISBN 90 269 6040 9

Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) deugt niet. De sportwereld moet de macht overnemen en buiten het IOC om de Olympische Spelen organiseren. Dat stellen Viv Simson en Andrew Jennings in hun In de ban van de ringen, feiten en onthullingen over misbruik van macht en geld binnen het IOC. De auteurs halen nog veel meer overhoop, maar vooral de machtsgreep die zij aanmoedigen op de laatste pagina's van het boek verdient aandacht.

""Ieder van ons dient het zich persoonlijk aan te trekken dat we hebben toegelaten dat onze sport is overweldigd en verkracht door commerciële belangen', betogen de auteurs vol vuur. ""Het IOC-gezwel op het sportlichaam kan binnen enkele weken worden uitgesneden als we de TOP-sponsors in Barcelona duidelijk maken dat wij het stuitend vinden dat hun miljoenen een Olympische beweging steunen die nu in vele opzichten kan worden vergeleken met Franco's Movimiento.'

Voelt u zich aangesproken door dit beroep op het schuldgevoel? Wenst u mee te werken aan de voorgestelde operatie? Dan is onmiddellijke actie geboden. De Spelen van Barcelona beginnen op 26 juli en nog voor die tijd moeten de TOP-sponsors worden aangesproken. Het ontbreekt nu even aan tijd voor het antwoord op de vraag of het raadzaam is de revolutie in handen te leggen van de verfoeide commercie. Maar volgens Simson en Jennings moeten Coca-Cola, Kodak, Brother, Visa, Philips en Mars ogenblikkelijk weten dat die verwijzing naar Franco betrekking heeft op de voorzitter van het IOC, de Spanjaard Juan Antonio Samaranch, die in het fascistische Spanje hoge posities bekleedde. In 1980 werd hij IOC-voorzitter, zijn antecendenten werden door de internationale sportwereld niet gezien als een belemmering. De media hadden zelfs nauwelijks aandacht voor de verkiezing van de Spanjaard.

Twaalf jaar later constateren Simson en Jennings ""fascistische tendensen' in het IOC. Daarover publiceerden zij een boek, waarin veel wordt gesuggereerd maar nauwelijks iets wordt aangetoond. Samaranch heeft de auteurs dan ook voor de rechter gedaagd. Zijn positie in het Franco-regime heeft hij nooit verzwegen, de rest van In de ban van de ringen blijft steken in verdachtmakingen.

Het is geen nieuws dat het IOC een ondemocratisch functionerende regentenclub is, die geen controle van buitenaf duldt en de eigen rechtsregels stelt boven die van de maatschappij. Daarop kritiek uiten is terecht, maar dan wel geloofwaardige en deskundige kritiek. ""Hoe konden we ooit toestaan dat de Olympische beweging, het toonbeeld van openheid, democratie en vrije discussie, op haar kop werd gezet?' vragen Simson en Jennings zich af. In werkelijkheid is sinds de oprichting van het IOC van geen van deze drie begrippen ooit sprake geweest binnen de organisatie. Juist de laatste twaalf jaar is er wel wat verbeterd. In 1981 werd er een atletencommissie geïnstalleerd onder voorzitterschap van de Britse loper Sebastian Coe en ook in dat jaar traden voor het eerst (twee) vrouwen toe tot het IOC. Als Simson en Jennings nu vaststellen dat slechts zeven vrouwen lid zijn van het IOC en dat Samaranch aanwrijven, wijst dat allereerst op het ontbreken van inzicht in de IOC-geschiedenis.

Een revolutie gericht tegen de regenten in de sport, verdient sympathie. Maar dan liever niet op basis van de ondeugdelijke argumenten van Simson en Jennings. Daarom is het maar goed dat ze hun retorische oproep niet hebben voorzien van een duidelijk draaiboek.