Nikes aan de Dnjepr: Oekraïense gezelligheid

DNEPROPETROVSK, 11 JULI. Volgens Bartjes zou deze koffiebar in Dnepropetrovsk open moeten zijn. Binnen zitten klanten. Ze zijn in een geanimeerd gesprek verwikkeld, zoveel is te horen. Maar de deur zit op slot. Na enig kloppen wordt er open gedaan. Aan de tap zit een tweetal agenten. Voor een buitenstaander blijkt echter geen plaats te zijn. Met een harde dreun wordt de deur weer dichtgeklapt.

Dan komt er een groepje sportschoenen aankuieren. Zij mogen wel binnen. Ik probeer een rationeel gesprek op touw te zetten over de rationaliteit achter dit deurbeleid. Een Reebok, de laatste van het quintet, corrigeert me onmiddelijk op een wijze die geen misverstand mogelijk open laat. “Alstublief, die kant op, dat is uw weg” en wijst richting uitgang. De andere vier lijken dit advies onmiddellijk met de vuist kracht te willen bij zetten. Argumenteren heeft geen zin. Het is maandagavond.

Dan maar een "kotelet á la Kiev' gaan nuttigen, zo'n gepaneerde kippepoot waarbij je een slab tot aan je kruin nodig hebt omdat het gerecht bij de eerste prik met een vork als een vetbom uit elkaar pleegt te spatten. In het etablissement, waar dit onvermijdelijk op de kaart staat, is de sfeer echter niet anders.

Het begint daar om een uur of zeven, elke avond weer als de dagelijkse klussen zijn afgerond en er nieuwe moeten worden voorbereid. Tegen die tijd komen de eerste trainingspakken binnen, al dan niet opgefleurd met leren jacks en/of honkbalpetjes en herkenbaar aan een oogopslag die de criminologen Lombroso en Buikhuizen alsnog gelijk lijkt te geven.

De joggingbroeken en sportschoenen zoeken uiteraard meteen elkaar op. Zo is het overal in de voormalige Sovjet-Unie. Maar hier in Dnepropetrovsk zijn het er zo veel. Wel zeventig procent van alle gasten blijkt op het eind van de avond tot de club te behoren. Ze gedragen zich dan ook permanent naar hun kwantitatieve overmacht. Heupwiegend en loerend lopen ze langs de tafels op zoek naar lucratief contact. Wee degene die terugkijkt, die loopt gevaar. Het keukenpersoneel krijgt om de vijf minuten een delegatie binnen, die vervolgens ongevraagd en vaak ook zonder betaling weggaat met een ondraagbare hoeveelheid wodka, champagne, mineraalwater en brood dat dan naar buiten wordt gebracht waar de naar provinciale Sovjet-begrippen dure auto's (onder andere een Mercedes) staan geparkeerd. Twee politiemannen in de hal zien het aan en roken een sigaretje.

In de zaal is inmiddels een aantal tafels bijeengeschoven om plaats te bieden aan de feestelijk opgeluisterde vergadering die hier vanavond op de agenda staat. Gegeten wordt er nauwelijks, gedronken des te meer. De chef blijkt een ouder trainingspak en Lacoste-shirtje van rond de zestig te zijn. Soms verpoost hij even aan andere tafeltjes, zonder uit het oog te verliezen waar mogelijk handel gedreven kan worden, wie er vanavond geïntimideerd moeten worden en wie juist niet. Alleen als hij zijn haar kamt, is hij even van de wereld.

Ondertussen musiceert het bandje alsof de duivel het op de hielen ziet. Wanneer de leadzanger zich in een pauze tussen de setjes door bij zijn vriendin vervoegt, wordt hij meteen door een Adidas-broek tot de orde geroepen. “Spelen jong mens!” En weg vliegt de bard-met-een-matje-in-zijn-nek: om zijn collega-muzikanten op te trommelen en voor de zoveelste maal deze avond “Ach, Odessa, parel aan de zee, ach, Odessa je hebt zoveel geleden” in te zetten, een lied dat weliswaar refereert aan het lot van de bevolking van deze havenstad maar hier in Dnepropetrovsk een veel bredere betekenis blijkt te hebben. Bij de vijfde herhaling blijkt het waarom daarvan. “En nu, voor de dief uit Soechoemi, dit lied op verzoek”. Kostja, één van de trainingspakken, is juist vandaag vrijgelaten uit een lokale strafinrichting. En dat wordt hier gevierd, zonder schaamte bovendien.

Halverwege de avond besluit ik mijn hotelkamer op te zoeken. Twee Nikes volgen me. Ik probeer ze via de lift af te schudden. Maar als ik uiteindelijk op m'n verdieping aankom, staan ze al met de etagedame-van-dienst te smoezen. De receptioniste had het nummer reeds doorgegeven. Die nacht slaap ik derhalve maar met de draagbare computer van deze krant onder m'n hoofdkussen. De volgende nachten ook. Want het blijkt hier elke avond raak.

Nee, gezellig is het niet in Dnepropetrovsk. Ooit was deze Oekraïens/Russische stad aan de Dnjepr in de vaste greep van de "Brezjnev-maffia'. De secretaris-generaal was er zijn carrière begonnen en had er een gedegen structuur van communistische corruptie achtergelaten. Nu wordt Dnepropetrovsk beheerst door een veel gevarieerder scala van clans. In theorie is dat een vorm van vooruitgang. Het monolithische systeem heeft plaats gemaakt voor concurrentie-verhoudingen. Maar of dat in de praktijk ook een verbetering is?