NIET WETEN

De mond vol tanden. Dertig vraagstukken over wat de wetenschap niet weet samengesteld door de redactie wetenschappen NRC Handelsblad 215 blz., Prometheus 1992, f 29,90 ISBN 90 5333 128 X

"Wat we in de sinologie niet weten? Of de eerste dynastie werkelijk bestaan heeft bijvoorbeeld. Sommigen denken van niet, maar dat dachten ze van de tweede ook en die is in de jaren twintig wel degelijk aangetoond. Je weet nooit wat er nog gevonden wordt. Zo zijn onlangs de wetsboeken opgegraven van de Qin-dynastie, heel oud en heel opwindend.'

Aldus prof. dr. W. L. Idema, sino-loog en directeur van het Centrum voor Niet-Westerse Studies van de Rijksuniversiteit Leiden. Hij behoorde niet tot de dertig wetenschappers die van de jarige redactie Wetenschap & Onderwijs van deze krant in het jubileumnummer mochten uitleggen wat ze niet wisten. Niemand van de dertig behoorde tot de humaniora. Idema: ""Die bijlage staat in hoog aanzien, ook bij subsidieverstrekkers. Daarom is het zo jammer dat de wetenschapsredactie voor onze vakken geen belangstelling heeft, hoogstens voor taalkunde, vanwege de computers. Bij de lezers ontstaat zo een vertekend beeld. De redactie wetenschappen zou haar naam eer moeten aan doen. Nu is het geen wetenschap maar science.'

De bijdragen van de dertig zijn nu gebundeld onder de titel De mond vol tanden. Natuurlijk, zo'n jubileumbijlage vergeelt en inkortingen konden mooi worden tenietgedaan, maar een geslaagde krantebijlage is nog geen garantie voor een geslaagd boek. Uit een krant selecteer je, al was het maar uit tijdgebrek, en voor een boek ga je zitten. Opeens springt in het oog hoe lastig het schriftelijke interview is. Die van kankeronderzoeker Piet Borst en logicus Johan van Benthum verdienen een schoonheidsprijs. Maar geronto-loog D. L. Knook mag schaamteloos zichzelf promoten, socioloog J. Goudsblom wordt jammerlijk een begrippenmoeras ingestuurd en landbouweconoom J. de Hoogh krijgt vragen zonder verband. Dat alles in een vorm die varieert van stijlvolle monoloog tot pseudo-Bibeb.

Met wat we niet weten, lijkt het mee te vallen. ""Ik denk dat we de echt grote ontdekkingen in de biologie inmiddels wel zo'n beetje achter de rug hebben,' zegt biochemicus Wim G. J. Hol. De bedaagdheid onder sommigen van onze toponderzoekers is schrikbarend, zij kunnen een voorbeeld nemen aan nestor H. B. G. Casimir (1909). De geleerden zien wel problemen, maar denken die binnen afzienbare tijd op te lossen. Echte barrières zijn nog altijd de werking van ons bewustzijn en de oorsprong van het heelal. Historicus P. W. Klein is de enige die zich tegen de probleemstelling verzet: ""Niets mee aan te vangen, een typische bèta-vraag.'

De mond vol tanden is een leerzaam boek. Het sterkst zijn de stukken die uitstijgen boven het vakmatige, die plaats bieden aan reflectie. Zij dragen de bundel en maken hem leesbaar. Zij enthousiasmeren voor het verschijnsel wetenschap, inclusief de humaniora. ""Goede onderzoekers stellen de goede vragen,' zegt fysicus Frans W. Saris, ""Zij verknoeien hun tijd niet met problemen die reeds opgelost zijn. Zij laten zich evenmin verleiden door de romantiek van de onbeantwoordbare vragen. Goede onderzoekers hebben er kijk op. Zij weten welke vragen oplosbaar zijn, zij hebben daarvoor een timmermansoog.' En tot geruststelling van prof. Idema: ""Computers zijn meesters in het beantwoorden van reeds beantwoorde vragen. Heel nuttig, maar zij hebben nooit een goed idee.'