Kans op olie leidt tot spanningen om Spratly-archipel

Vorige week vergaderden in het Indonesische Yogyakarta de landen die aanspraak maken op de Spratly-eilanden. Men "ruikt' er olie. “De Spratly-archipel is in Zuid-Oost Azië dé trouble-spot. Als er werkelijk olie wordt aangeboord kan de situatie heel snel uit de hand lopen.”

Omstreeks vijfhonderd atollen en riffen telt de Spratly-archipel en slechts een handvol is bewoonbaar. Maar zowat alle landen in de wijde omtrek eisen de Spratly's geheel of gedeeltelijk op: China, Taiwan, de Filippijnen, Brunei, Vietnam, Maleisië en Indonesië. Vorige week voerden ze in Yogyakarta, samen met Singapore, Thailand en Laos, “vreedzaam politiek overleg”. Ze beoogden te komen tot een evenredige verdeling van de natuurlijke rijkdommen van de Spratly's. Resultaat bleef uit.

De bijeenkomst was zwaar onder druk gezet door China dat in mei boorconcessies had verleend aan de Amerikaanse oliemaatschappij Crestone Energy Corporation. Deze onderneming moet proefboringen gaan uitvoeren in het gebied van de Spratly's. De Chinese regering heeft Crestone verzekerd dat de marine zal worden ingezet om een ongestoorde exploratie te garanderen.

Nog voor de opening van de conferentie in Yogyakarta drukten de deelnemende landen hun bezorgdheid uit over de Chinese toezegging eventueel geweld te gebruiken om haar zelfverkondigde rechten te beschermen. Indonesië drong er bij de betrokken landen op aan zich terughoudend op te stellen.

China heeft tijdens de bijeenkomst haar standpunt herhaald: het gebied van de Spratly-archipel én de natuurlijke rijkdommen zijn en blijven Chinees. Ook op donderdag, de laatste dag van de besprekingen, onderstreepte de woordvoerder van het Chinese ministerie van buitenlandse zaken, Wu Jianmin, nogmaals: “Buitenlandse investeerders op Chinees grondgebied krijgen volgens de Chinese wetten bescherming”. Wel maakte Wu Jianmin bekend dat Vietnam en China een werkgroep zullen vormen om de territoriale geschillen op te lossen.

De Spratly-eilanden liggen ongeveer 1500 kilometer ten zuiden van het Chinese eiland Hainan, 320 kilometer ten noordwesten van Kalimantan en 400 kilometer ten oosten van Vietnam. De meeste landen baseren hun aanspraken op de nabije situering van de eilanden. China onderbouwt haar eis tot soevereiniteit door te stellen dat Chinese koopvaarders en vissers al eeuwenlang de ondiepe wateren in de archipel aandeden.

De eilandengroep geraakte in 1956 uit de geopolitieke luwte: Taiwan zette een militaire missie af op Itu Abu, één van de grotere eilanden. Tot op heden zijn zo'n vierhonderd mariniers van Taiwan op Itu Abu gelegerd.

China eist, net als Vietnam, de gehele archipel op, andere landen hebben het oog op slechts enkele van de eilandjes laten vallen. Chinese mariniers bezetten zeven eilandjes. Ze ontvangen bevoorrading van de Chinese marine. Maleisië eist de zuidelijke helft van de archipel op en heeft kleine nederzettingen op drie eilandjes gesticht. Op één daarvan, Terumbu Layang Layang - ook wel Station Lima genoemd - is zelfs kort geleden een startbaan aangelegd. Daartoe is van het vaste land grond aangevoerd. Ook zijn onlangs enkele gebouwen opgetrokken. Volgens de Maleisische regering zijn deze activiteiten ontplooid ten behoeve van het toerisme. Maar volgens - zeldzame - bezoekers zijn op het nieuwe eilandje zes luchtdoelkanonnen opgesteld. Vietnam heeft post gevat op zeven eilandjes. De Filippijnen hebben ongeveer duizend mariniers op acht eilandjes gestationeerd.

Vice-Admiraal Stanley Arthur van de Amerikaanse Zevende Vloot in de Stille oceaan zei het kort geleden nog: “De Spratly-archipel is in Zuid-Oost Azië dé trouble-spot. Als er werkelijk olie wordt aangeboord kan de situatie heel snel uit de hand lopen.” Dat zou niet voor het eerst zijn. Begin jaren zeventig verwisselden diverse eilandjes achtereenvolgens van Zuidvietnamese en Noordvietnamese bezetters en kwamen uiteindelijk in handen van Chinese mariniers. Daarbij werden enkele Vietnamese oorlogsbodems tot zinken gebracht.

Eind jaren tachtig liep de spanning hoog op toen China de Spratly-archipel en de noordelijker gelegen Paracel-eilanden bij de provincie Hainan indeelde. In 1988 bracht een Chinees smaldeel schade toe aan Vietnamese vrachtschepen en zette mariniers aan wal op verschillende onbezette atollen. Ook bracht de Chinese marine in een kort treffen een Vietnamese torpedoboot tot zinken. In februari van dit jaar bevestigde het Chinese parlement nog eens de soevereiniteit over de Spratly's.

Volgens sommige waarnemers in de regio is de Chinese handelwijze niet direct gericht op het in handen krijgen van de olievoorraden. Ze beschouwen de toezegging aan Crestone eerder als de zoveelste zet in een politiek schaakspel om de heerschappij over de Zuidchinese Zee. Er zou juist voor een Amerikaanse oliemaatschappij gekozen zijn omdat Vietnam naarstig op zoek is naar een verbetering van de betrekkingen met de Verenigde Staten. Vietnam zal niet het conflict willen aangaan met de Amerikaanse onderneming Crestone.

Zeker is dat China haar politieke eisen in ieder geval militair kracht kan bijzetten. In de jaren tachtig is het aantal marineschepen dat is ingedeeld bij het Chinese flottielje in de Zuidchinese Zee verdrievoudigd. Soekhoi-27 gevechtsvliegtuigen van Russische makelij zijn sinds enkele maanden op Hainan gestationeerd. En de Chinese marine heeft belangstelling getoond voor de aanschaf van een vliegdekschip dat voor de Sovjet-marine bestemd was, maar nu half afgebouwd in een Oekraiense haven aan de kade ligt.