Hertogin van Alva bekijkt zoon op Spelen

GEESTEREN, 10 JULI. Maria del Rosario Cayetana Fitz-James Stuart y Silva, de hertogin van Alva, kon het niet begrijpen. Sport was een vanzelfsprekend onderdeel van de opvoeding van haar kinderen. Acht sporten deden haar vier zonen, acht hobbies hadden ze. Maar haar jongste zoon kondigde vier jaar geleden aan van zijn sport een beroep te maken. "Gestoord',luidde de conclusie van de hertogin.

Cayetano Martinez de Irujo verliet in 1988 de universiteit in Spanje. De nazaat van de hertog van Alva, die na de beeldenstorm van 1567 tot 1573 als de "IJzeren Hertog' probeerde de Nederlandse opstand tegen de Spaanse koning Filips II te onderdrukken en daarbij streng en onbuigzaam optrad, vestigde zich als professioneel springruiter in Zuid-Limburg. Hij rijdt deze maand de individuele en de landenwedstrijd op de Olympische Spelen in zijn vaderland.

Twee uur voordat afgelopen donderdag de kwalificatie voor Grote Prijs van Geesteren begon, wist niemand van de organisatie of Martinez de Irujo nog zou komen. Hij had vorig weekeinde zes dagen goed gesprongen in Aken en was daarna onbereikbaar.

Woensdag reed hij in zijn auto twaalf honderd kilometer naar de Franse stad Dinard in Bretange. De afspraak was dat hij daar een concours zou springen. Maar zijn paarden waren er niet. Die stonden in Geesteren, Overijssel. Zijn trainer en bondscoach van de Spaanse ploeg, Henk Nooren, had met het oog op de wegblokkades in Frankrijk geen risico genomen en voor zijn ruiters een startbewijs geregeld in de wedstrijd die hij in 1975 en 1985 op zijn naam had geschreven.

Na vijf uur slaap en een terugtocht van ruim duizend kilometer, stapte Martinez de Irujo om kwart voor drie uur in spijkerbroek en poloshirt in Geesteren uit zijn auto. De 29-jarige Spanjaard startte om half vijf en reed een foutloze kwalificatie. Pas in de barrage vielen drie balken. Een twaalfde plaats in een veld van vijfënvijftig. Voldoende om morgen mee te rijden in het hoofdnummer.

Na de autorit en de kwalificatie is hij moe. Zijn ogen staan uitdrukkingsloos. In zijn witte rijkleding, met de rode jas over de stoelleuning en de bruine fluwelen cap op tafel, drinkt hij een glas sinaasappelsap. Even later pakt hij de hele fles uit de ijskast. Een interview als het moet. Maar netjes opschrijven, anders houdt hij er mee op. Journalisten vertrouwt hij niet. Waar is hij de afgelopen dagen geweest? “Gaat je niets aan.”

Geesteren rijdt hij om het wedstrijdritme vast te houden. De laatste serieuze test voor de Spelen was vorige week in Aken waar de Spaanse landenploeg een vierde plaats haalde achter Duitsland, Engeland en Frankrijk. De uit vorm zijnde Nederlandse ploeg eindigde daar als zevende, maar komt volgens Henk Nooren met een fitte Top Gun in aanmerking voor goud of zilver. Spanje kan, als de ruiters en de paarden een goede dag hebben, meedoen met de strijd om het brons. We zijn bereid om er voor te vechten, benadrukt Martinez de Irujo.

Hij won op zestienjarige leeftijd de Nations Cup met het juniorenteam van Spanje. Dat gevoel heeft hij nooit meer vergeten. Dat gevoel terugkrijgen is het doel dat hij zichzelf stelde. Toen hij vier jaar geleden niet werd geselecteerd voor de Olympische Spelen in Seoul, moest er iets veranderen, moest hij beter worden.

In Spanje was in 1988 de Afrikaanse paardepest uitgebroken; een zo besmettelijke ziekte dat er een vervoersverbod zou worden ingesteld. Een dag voordat de grenzen dicht gingen, kregen Martinez de Irujo en de andere Spaanse topruiters hun springpaarden het land uit.

De Duitse grootmeester Hans-Günther Winkler raadde Martinez de Irujo aan langs te gaan bij de Nederlander Henk Nooren, op dat moment de Nederlandse bonscoach. De Spaanse paarden konden terecht in Limburg, Martinez de Irujo zocht een appartement in Maastricht. Een jaar later werd Nooren als trainer gecontracteerd door de Spaanse bond.

De Nederlandse coach staat bekend om zijn fraaie rijstijl. Hij trainde de Spanjaarden op zijn complex in Guttecoven bij Sittard. Hun rijstijl was al gevormd. Nooren haalde de fouten er uit en werkte aan de discipline. Nooren: “In Spanje is paardrijden een elitaire sport. Zij met de middelen, met de contacten, rijden. Alles was betaald en verzorgd, toch reden ze met een andere discipline dan wij kennen. Dat is voor ons moeilijk voor te stellen. Maar in Spanje keek iedereen tegen hem op. Alles wat hij wilde kon. Vanuit die hiep-hiep-hoera-stemming in Madrid kwam hij in Maastricht.”

“Maastricht is voor een Spanjaard erger dan Helsinki voor een Nederlander”, verkondigt Martinez de Irujo. “We waren bedroefd. Dat begreep Nooren niet. Maar stuur het Nederlandse team maar naar Finland. Van een land waar het tien graden is naar een land waar het twee graden vriest. Zouden ze het er langer dan tien dagen uithouden? Het leven in Spanje is fantastisch. Ik verhuisde naar een kil klimaat, naar een land waar de mensen kil zijn. Van een leven buiten op straat naar een leven binnen in huis.”

In Nederland kwam hij erachter wat het verschil was tussen een amateur en een prof. Spanje bleek vijftien jaar achter te liggen op Nederland. In Spanje is paardesport een hobby. Daar ontbreken goede fokkers, daar is geen sterke landelijke competitie.

“Toen ik kwam, bezat ik 35 procent van wat een topper moet hebben. Henk Nooren bracht me naar 65 procent. Door mijn eigen ontwikkeling zit ik nu op 90 procent. De laatste tien procent is ervaring en het bezit van een toppaard.” Zijn doel is een plaats bij de top-tien van de wereld. Hij staat ongeveer dertigste. Om te stijgen moet hij vijënveertig weken per jaar wedstrijden rijden. Daarvoor heeft hij zes paarden nodig, drie meer dan hij nu heeft. Met zijn beste paard, Winston Elegast, in topvorm, zou hij in Barcelona zeker goed gereden hebben. Maar Elegast raakte vorig jaar geblesseerd. “Het is geen autorace. Je kan helaas geen wiel of batterij vervangen.” Zijn tweede en derde paard, Winston Palestro en Quartz du Vallon, zijn goede springpaarden, maar missen de ervaring van Elegast.

Zijn paarden hebben Spaanse eigenaren en zijn "geleased' door het Spaanse Olympische Comité. Zijn moeder de hertogin springt niet bij met haar 42 adellijke titels of haar rijkdom. “Ik kom uit een welvarende familie,” zegt Martinez de Irujo. “Een handicap. Iedereen dacht dat ik het van mijn moeder kreeg, zodat de mensen mij niet hielpen. Maar het geld dat binnenkomt, is nodig voor het onderhoud van de bezittingen. Bovendien geeft mijn moeder ook mijn drie oudere broers niets. Waarom zou ze mij wel wat geven?”

In zijn familie, zo legt hij uit, is het gebruikelijk dat de oudste zoon tachtig procent van het bezit erft. Zijn oudste broer wordt de hertog van Alva. Ook zijn andere twee broers dragen al titels. Martinez de Irujo krijgt er misschien nog eens een van zijn moeder. “Maar niet een van de belangrijke. Het maakt me ook niets uit.”

Zijn moeder heeft hem zien winnen in 1979. Ze rijkte de prijzen uit bij Nationscup voor junioren. Pas toen Martinez de Irujo in 1990 in Stockholm een kwalificatiewedstrijd won voor de World Cup, realiseerde ze zich dat hij met iets moois bezig was. Op de Spelen in Barcelona ziet ze haar zoon voor de eerste maal rijden als professional.