GAK-president heeft schoon genoeg van alle kritiek

AMSTERDAM, 11 JULI. “Dit bedrijf heeft geweldig veel kennis in huis. We hebben de stelselherziening van de sociale zekerheid in de jaren '80 goed kunnen verwerken. Als je ziet wat er allemaal mis ging met de studiefinanciering en hoe wij een nog veel grotere klus hebben verwerkt, dan zeg ik: daar ben ik trots op.”

President-directeur dr. E. P. de Jong van het Gemeenschappelijk Administratiekantoor (GAK) heeft genoeg van alle kritiek. De politiek moet eens beseffen wat men allemaal losmaakt als men wéér een nieuwe regel invoert. “Er zijn wijzigingen in de WAO, de Ziektewet en de wet Organisatie Sociale Zekerheid aangekondigd. Maar een jaar later is er nog niets gerealiseerd. Ons wordt verweten dat we zieke werknemers niet goed begeleiden. We nemen dus maatregelen om dat beter te doen. Maar nu wil de politiek die begeleiding aan de bedrijven zelf overlaten.”

Zijn blik verraadt woede, maar de woordkeus blijft kies. Op 1 juni stuurden minister De Vries en staatssecretaris Ter Veld van sociale zaken een brief aan de Tweede Kamer. Controle op ziekteverzuim en begeleiding van zieke werknemers hoeven van het kabinet niet langer een zaak van de bedrijfsverenigingen te zijn. Als een werkgever zijn zaakjes zelf wil regelen, of via een bedrijfsgezondheidsdienst - hij gaat zijn gang maar. Kwam die brief als een donderslag bij heldere hemel? “In zekere zin wel. Ik dacht dat we niet alleen een verzekeraar moesten zijn, maar ook een begeleider. Daar werken we al sinds 1985 aan. Maar nu worden de bedrijfsverenigingen plotseling weer als 'verzekeraar' aangeduid. Maar een brandverzekeraar geeft toch ook adviezen hoe je je brandveiligheid kunt vergroten? Als in ons dienstenpakket wordt gesnoeid, omdat de eerste drie of zes weken ziekteverzuim voor rekening van de werkgever komen, of omdat de sociaal-medische begeleiding wegvalt, dan kan dat het GAK 2800 tot 3000 arbeidsplaatsen kosten. Het GAK bekijkt daarom nu of we nieuwe produkten kunnen aanbieden, zoals bedrijfsgezondheidszorg of aanvullende, bovenwettelijke verzekeringen.”

De Jong is in het land van de sociale verzekering een gepokt en gemazeld man. Hij was hoogleraar sociaal recht aan de Vrije Universiteit, plaatsvervangend kroonlid in de SER, lid van de Ziekenfondsraad en voorzitter van de Sociale Verzekeringsraad. Het GAK, waarvan hij sinds 1988 president-directeur is, voert voor 13 van de 19 bedrijfsverenigingen de WW, de WAO en de Ziektewet uit, via 350 vestigingen in het hele land.

Dat doet het GAK niet goed, zeggen de critici. Al veel langer, maar vooral sinds de WAO-crisis van 1991, wordt de bedrijfsverenigingen verweten dat het een bureaucratische moloch is. Het hoge ziekteverzuim en de stormloop op de WAO zou het resultaat zijn van dit wanbeleid. Want, zeggen critici, binnen de bedrijfsverenigingen hebben werkgeversorganisaties en vakbonden het voor het zeggen. Zij speelden handjeklap toen ze vanaf 1973 grote aantallen werklozen in de meer aantrekkelijke WAO lieten vloeien. De begeleiding van zieken en arbeidsongeschiktheid werd verwaarloosd, ten koste van de premiebetalers, de individuele ondernemers en werknemers. Dus worden in Den Haag plannen beraamd om de uitvoering van de sociale zekerheid op een andere leest te schoeien. Desnoods buiten het GAK en de bedrijfsverenigingen om. Dat zat de sociale partners niet lekker. Bovendien drong ook daar het besef door dat zieke werknemers actiever begeleid moeten worden. Het GAK (ruim 16.000 werknemers) moest dus samengaan met de Gemeenschappelijke Medische Dienst (1.600 personen), die al vanuit GAK-kantoren opereert en arbeidsongeschikten keurt.

Die integratieplannen hadden deze week een averechts resultaat. Het organisatie-adviesbureau Horringa & De Koning, dat om advies was gevraagd, concludeerde dat er binnen het GAK sprake was van “onnodige en weinig efficiënte overlegstructuren”. Er heerst “in brede lagen terecht ongenoegen en onvrede over het functioneren van de huidige organisatie”, de directie Sociale Verzekeringen van het GAK is “een verdeeld huis” en er is sprake van een “vertrouwenskloof” tussen de districtskantoren en het hoofdkantoor. De GMD daarentegen vormt een “kleine, hechte organisatie, met een eigen professionele cultuur, zich veelal afzettend tegen het GAK.” De Jong ziet die constateringen in het licht van de reorganisatie die het GAK in 1989 doorvoerde. “We hebben een decentralisatie doorgevoerd, naar de regio's. Dat was in een tijd dat er voor de sociale zekerheid een heel ander scenario in het verschiet lag dan nu. Er was een gebrek aan slagvaardigheid, maar daar wordt nu hard aan gewerkt.” In het model dat Horringa & De Koning samen met de GAK-top heeft ontwikkeld gaan GAK en GMD nauw samenwerken in zeven of acht regio's die elk twee tot vijf districten omvatten. Per district moet ook een aparte unit voor de arbeidsbemiddeling komen.

De Jong is het in grote lijnen eens met die opzet. Zelf bepleitte hij al in 1985 dat de uitvoeringsorganen in de sociale zekerheid zich met arbeidsbemiddeling bezighouden. Maar de strijd is nog niet gestreden. De Jong: “De bewindslieden van Sociale Zaken willen op langere termijn de bemiddeling van gedeeltelijk arbeidsongeschikten toch weer geheel overlaten aan de arbeidsbureaus.”

Kritischer is hij over het voorstel om de activiteiten met betrekking tot bedrijfspensioenen en vutregelingen (het GAK is de zesde institutionele belegger van Nederland) geheel te verzelfstandigen. De Jong: “Er zijn meer overeenkomsten met het andere werk dan Horringa & De Koning denken. De opdrachtgevers zijn bijvoorbeeld dezelfde: de sociale partners.”

In de Tweede Kamer hebben D66, Groen Links en de VVD inmiddels een plan gelanceerd om de uitvoering van de sociale zekerheid bijna helemaal uit de handen van de sociale partners te halen. De Jong: “Dat kan toch niet? Men vindt dat we niet als uitkeringsfabriek mogen fungeren. Dat vinden wij ook. Maar als je dan een project verzuimbestrijding wilt organiseren in bedrijfstak X, dan heb je daarvoor toch de betrokken bedrijven nodig? Sociale zekerheid, arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaardenoverleg hebben veel met elkaar te maken.”