Franse senaat uit kritiek op O-Europabank

PARIJS, 11 JULI. De Europese Bank voor reconstructie en ontwikkeling (EBRD) maakt zich schuldig aan "afwijkingen' en geeft een "lakse' interpretatie van zijn taak.

Dit staat in een ontwerp-rapport van de Franse senaat over de activiteiten van de bank die is opgericht om de economische herstructurering van de voormalige communistische landen in Centraal- en Oost-Europa te bevorderen.

In het rapport wordt scherpe kritiek geoefend op het functioneren van de in Londen gevestigde bank die onder leiding staat van Jacques Attali, een voormalige medewerker van de Franse president Mitterrand. In het rapport van senator De Villepin wordt vooral het commerciële beleid van de bank gelaakt.

Volgens de statuten dient de EBRD haar interventies bij commerciële transacties te beperken tot gevallen dat geen of onvoldoende privé-kapitaal kan worden aangetrokken. De EBRD heeft echter haar medewerking verleend aan projecten van “grote Westelijke ondernemingen die geen moeilijkheden zouden hebben gehad normale bankfinanciering te vinden”, aldus het rapport.

Als voorbeelden worden genoemd de herstructurering en privatisering van de chocoladefabriek Cokoldovny in Tsjechoslowakije, waarbij twee grote levensmiddelenconcerns, het Zwitserse Nestlé en het Franse BSN, betrokken zijn, de gedeeltelijke overname door Air France van de Tsjechoslowaakse luchtvaartmaatschappij CSA en investeringen van General Motors in Hongarije en van de Britse-Franse groep GEC-Alsthom in Roemenië. “De mobilisering van publieke fondsen die de EBRD ter beschikking zijn gesteld, is (in deze gevallen) nauwelijks gerechtvaardigd”, aldus het rapport.

De kritiek is nog fundamenteler als senator De Villepin opmerkt dat de commerciële afdeling van de EBRD “een puur commerciële gedragslijn lijkt te hebben aanvaard die ertoe leidt dat haar interventies gebaseerd worden op overwegingen van financiële rentabiliteit op korte termijn terwijl de economische impact van de betrokken projecten wordt genegeerd”. Gegeven de missie “van openbaar belang” zou de EBRD volgens de Franse senator de economische aspecten juist wel moeten laten meewegen.

Als "ontwikkelingsbank' lijkt de EBRD volgens De Villepin niet verder te komen dan “eerzame aanvulling op de instellingen van Bretton-Woods, verre verwijderd van de geopolitieke intenties” van bankpresident Jacques Attali. De politieke ambities lijken tot mislukking gedoemd, aldus het rapport. Als voorbeeld van een dergelijk echec wordt verwezen naar de suggestie van Attali de buitenlandse schuld van de voormalige Sovjet-Unie kwijt te schelden in ruil voor afschaffing van de nucleaire wapens van het voormalige Rode Leger.

De kritische senator wijst er ten slotte op dat Attali's presidentschap van een instelling “die geboren is uit een Frans idee” niet heeft verhinderd dat Amerikanen en Britten “oververtegenwoordigd” zijn bij de EBRD (32 procent van de kaderfuncties), maar ook dat “het Engels de quasi-exclusieve werktaal van de BERD” is geworden. De oprichting van de BERD en de benoeming van Attali, destijds als een succes van Frankrijk gepresenteerd, lijken vanuit dit laatste gezichtspunt nu een vergissing, aldus De Villepin.