Far Rockaway

Vooral Fransen hebben vaak iets op New York aan te merken, in tegenstelling tot de Amerikanen als ze aan Parijs denken.

Ernest Hemingway en Gertrude Stein gingen zelfs in Parijs wonen. Als Sartre in New York is geweest, beklijft dat in zijn oeuvre als een weerbericht. Ergens in De wegen der vrijheid staat: Dat is geen klimaat meer; het is een ziekte van de dampkring. Céline arriveert met een schip vol Fransen. Als ze de skyline zien, komen ze bijna niet meer bij van het lachen. Dat is een stad die rechtop staat. De meeste steden liggen, ze strekken zich uit langs een baai, leunen achterover in de heuvels, maar deze staat stokstijf, kaarsrecht overeind. In tegenstelling tot de meeste mensen die Manhattan zien opdoemen ("het leek wel alsof daar een reuzengebroed aan het bouwen was geweest', schrijft als ik het me goed herinner A.M. de Jong in Bulletje en Boonestaak), is het voor Céline een architectuur die hem aan het lachen maakt.

Maar ze hebben gelijk: de stad staat rechtop en het kan er warm zijn, zoals bijvoorbeeld nu: bijna 94 graden fahrenheit met een vochtigheidsgraad van 48. Dit betekent dat niets droogt en dat ook de krant zijn knisperigheid verliest en zich laat hanteren als een vliesdunne, kleffe vaatdoek. Je kunt het niet meer hanteren noemen; het papier valt amechtig om als je het rechtop wilt houden, het ritselt niet meer, het maakt een vezelig geluid, bek-af van de woorden die het moet dragen. De krant gedraagt zich eindelijk in overeenstemming met wat erop staat, zou de cynicus zeggen. Het is maar hoe je het opvat. Hoe onhebbelijker dit soort warmte, hoe lastiger de mensen en hoe meer de kranten te schrijven hebben. Dag en nacht klinkt uit de spelonken het gegil van de sirenes. Veraf, dichtbij en in alle soorten, met lange uithalen, jankend, hoog gillend of wegstervend als van een sopraan die haar laatste adem uitblaast. Met dit weer is de stad bezig zichzelf te martelen. De geniaalste surrealist kan het zo niet verzinnen.

Onder de grond is het nog warmer, een andere hel met andere muziek: die van de treinen die ratelen, rammelen en daveren alsof iedere schroef, koppeling, veer en schokbreker en alles los zit wat nog los kan zitten zonder dat het ding uitelkaar valt. Die ratelslangen komen met gloeiende ogen uit de zwarte tunnels, hun concert van ijzer krijgt in de stations nog een echo, binnen niet langer dan een minuut vernieuwen ze de inhoud van hun maag met nieuwe mensen, dan gaan met een melodieus pling-plong de deuren dicht en vijfhonderd passagiers verdwijnen in het volgende traject van duisternis. Vaak stel ik me voor dat ik iemand uit de binnenlanden van Nieuw Guinea zou zijn, zonder voorbereiding neergezet op een druk station van de Subway. Zou ik niet denken, binnen tien minuten tien maal het einde van de wereld mee te maken? In de trein is het door de airconditioning trouwens plotseling koud als op een vochtige herfstdag.

Een van de manieren om een stad te leren kennen is, in alle lijnen van het openbaar vervoer van begin tot eind mee te rijden. Veel van die lijnen hebben iets gemeenschappelijk: het lijkt alsof ze leegheid met leegheid verbinden. Het begin- en eindpunt verkeren in een overgangstoestand tussen niets en vaag, straten die doodlopen in een spontane vuilnishoop, een voorstad waar iedereen de moed heeft verloren, een geroeste, gedeukte nederzetting tussen stad en land. Daar wil niemand zijn, bijna alle passagiers zijn uitgestapt als je aan het eindpunt bent gekomen. Daar kun je je enigszins voorstellen wat er door Dante heen ging toen hij in het midden van zijn leven in het woud terecht was gekomen.

Een van de interessantste lijnen van New York is de A trein. Hij gaat van Washington Heights naar Far Rockaway. Aan het beginpunt is het op het ogenblik niet veilig. Iedere dag zijn daar tweeduizend agenten paraat om in actie te komen als de opstand die nu al een dag of drie dreigt, zal uitbreken. Verderop in de staat New York worden nog 4000 man van de National Guard achter de hand gehouden. Iedere dag gaat burgemeester Dinkins naar Washington Heights om naar de grieven van de bevolking te luisteren en hij belooft dan dat er iets aan zal worden gedaan. Ze willen hier geen Los Angeles.

Far Rockaway. Om te beginnen is het een prachtige naam, die veel belooft wat je niet meteen kunt becijferen. Rust en verte, zou ik zeggen. Het duurt ook lang voor je er bent, eerst een half uur onder de grond, dan over een van de roestigste viaducten langs een van de grootste kerkhoven boven de grond en dan ben je in Howard Beach waar de mensen instappen die met de subway naar de stad gaan. Wij gaan de andere kant op. Howard Beach ziet er van de trein uit als een nederzetting van paalwoningen die half in de modder staan, in een gebied van schorren en slikken. Daarna gaat de trein over twee lange bruggen en langs een strook van de kust waar alleen meeuwen wonen en de sporen van menselijk leven uit oude autobanden bestaan. Om een uur of elf 's ochtends deel ik mijn rijtuig met een zeer dikke, slapende oude dame en een jongeman die zijn walkman op volle kracht heeft staan. Het viaduct gaat over land verder, de spoorbaan loopt op een meter of driehonderd afstand parallel aan het strand van de Oceaan dat al even verlaten is, en dan het eindpunt: Far Rockaway.

Zes jaar geleden voor het laatst geweest. Het is er niet op vooruit gegaan. Bij de uitgang van station staat iemand als bedoeïen verkleed achter een stalletje met walmende reukwaren en een bordje: "Did the jews take part in the slave trade?' Aan de overkant een parkeerterrein annex stortplaats en een uitgebrand wrak, huizen met dichtgetimmerde ramen, een scheefgezakte supermarkt en een winkel waar beelden van Onze Lieve Heer en de heilige Maagd te koop zijn. Rechts is de hoofdstraat, rolluiken voor de meeste winkels, gebroken flessen op de stoep, onthoofde parkeermeters, roest, roest, roest.

Er is één winkel die er nog redelijk onderhouden uitziet. Daar worden de Japanse lekkernijen verkocht, de walkmans, camera's, opnamedingetjes, kortom de heilige Apparatuur. Er komt muziek uit de luidsprekers in het portaal, niet eens te hard, en mooi. "By the time I get to Phoenix she'll be sleeping.' Terwijl ik doe alsof ik de armaturen van het geluk bestudeer luister ik het hele liedje uit.

Verder is er in Far Rockaway niets meer voor me te doen. Terug naar de ziekte van de dampkring in de stad die rechtop staat.