Erik de Bruin, een honkballer zonder ambities

ARNHEM, 10 JULI. Ambities in de honkbalsport heeft Erik de Bruin nooit gehad. Dat komt, zegt hij, omdat hij er pas zo laat serieus mee is begonnen. Tot zijn zestiende was voetbal belangrijker. Hij gold als een talent, speelde altijd in het eerste van zijn leeftijdsgroep en droomde van een profcarrière bij Sparta in Rotterdam, de club waar hij ook - als er niet werd gevoetbald - met een knuppel in de hand rondliep.

Toen zijn progressie als voetballer stagneerde en hij zelfs niet meer voor het eerste juniorenelftal werd geselecteerd, was de lol er snel af. Hij realiseerde zich ook dat het voetbalwereldje zoals hij dat had leren kennen eigenlijk helemaal niet leuk was. Altijd die constante haat en nijd tussen de spelers die allemaal de beste willen zijn. En die vreselijke ouders die elke zaterdag schreeuwend langs de lijn staan en eveneens willen dat hun zoon de beste is, “omdat dat ook hún prestige vergroot”. Nee, dan maar liever honkballen, dacht De Bruin, dat is tenminste een gezellige sport.

Op sportcentrum Papendal hangt een ontspannen sfeer. Een trainingskamp ter voorbereiding op de Haarlemse Honkbalweek - Nederland speelt vanavond zijn eerste wedstrijd - wordt door de nationale ploeg afgesloten met een barbecue. Erik de Bruin is met zijn 28 jaar en 56 interlands een van de meest ervaren spelers in de door de nieuwe bondscoach Jan Dick Leurs danig verjongde selectie. Sinds hij zijn voetbaldromen liet voor wat ze waren en koos voor de gezelligheid van het honkbal, is het voorspoedig gegaan met de sportieve carrière van de Rotterdammer. Tot zijn eigen verrassing.

“Ik was een redelijke honkballer, maar geen groot talent. Door mijn vader (Cees de Bruin, oud-speler van Sparta en voormalig bondscoach van België, red.) kwam ik als klein kind al in aanraking met het spel, maar voetbal had heel lang mijn voorkeur. Pas op mijn zeventiende ging ik serieus honkballen. Ik had er plezier in en dan gaat het vanzelf, dan wil je er ook meer tijd in stoppen. Een speler van het eerste van Sparta belde vlak voor een wedstrijd af, waardoor een vervanger moest worden gevonden. Die vervanger werd ik, omdat ik toevallig net langs liep.”

De Bruin speelde die wedstrijd niet, maar bleef wel bij de selectie. In die periode was hij net gaan studeren, met als gevolg dat hij “zeeën van vrije tijd” had. “Op de middelbare school zat je hele dagen in de klas. Op de universiteit was dat tot mijn verrassing anders. Je volgt een paar colleges en voor de rest moet je het maar uitzoeken. Vlak voor tentamens sloot ik me een paar dagen op om de stof uit m'n hoofd te leren, maar de rest van m'n tijd stopte ik in honkbal. Tijdens m'n studie ging ik speltechnisch dan ook met sprongen vooruit.”

De successen kwamen zo snel dat De Bruin, zegt hij zelf, nauwelijks tijd had om er bij stil te staan. Laat staan om zichzelf een doel te stellen. "Opeens' stond hij met het Nederlands team op Europese- en wereldkampioenschappen en nam hij deel aan de Olympische Spelen van Seoul, waar honkbal een demonstratiesport was. “Seoul was een geweldige ervaring. Sportief gezien omdat we er tegen de absolute wereldtop speelden. Daarnaast heeft zo'n evenement een geweldige sfeer en heb je de kans om met andere sporters van gedachten te wisselen. Sta je in de rij voor het ontbijtbuffet opeens een praatje te maken met Arvidas Sabonis (de Litouwse basketballer die met de Sovjet-Unie goud won en nu in de NBA speelt, red). Of ga je op de foto met Carl Lewis. En hoewel hij niets tegen je zegt, is het toch leuk.”

Barcelona - of beter: de mislukte kwalificatie van het nationale team voor de Spelen - heeft hem een illusie armer gemaakt. Want ook al heeft hij geen ambities (“nou ja”), graag had hij het allemaal nog een keer meegemaakt, vooral nu honkbal een officiële olympische sport is geworden.

Nederland liep de kwalificatie voor Barcelona mis door bij het Europese kampioenschap van vorig jaar in Italië in de "best-of-five' finale kansloos met de maximale score van Italië te verliezen. De verwachtingen voor dat toernooi waren hoog gespannen. Een jaar eerder, bij het wereldkampioenschap in Canada, had het team goed gepresteerd en een ruime overwinning op de enige concurrent in Europa behaald.

“Alles wat mis kon gaan, ging ook mis in Italië. De Italianen speelden weliswaar goed, maar wat wij daar tegenover stelden was gewoon belabberd. Waar dat aan lag weten we nog steeds niet. De voorbereiding was voor Nederlandse begrippen goed geweest. Maar ik vermoed dat wij ten onder gingen omdat we het te goed wilden doen. We legden een te grote druk op ons zelf. Waren te gretig en wilden in een klap veel punten scoren, terwijl je in deze sport de punten gewoon een voor een moet opbouwen.”

Na het EK en de teleurstelling over de mislukte kwalificatie, haakten veel geroutineerde spelers af. De ploeg die op de Haarlemse Honkbalweek acte de présence geeft is, vindt De Bruin, “jong en misschien onervaren, maar biedt zeker perspectieven voor de toekomst”. Hij hoopt dat de groep een aantal jaren bij elkaar blijft, dat er geen spelers afhaken omdat ze topsport niet langer kunnen combineren met hun studie of maatschappelijke carrière. “Dat gevaar bestaat altijd. Je stopt er veel tijd in en krijgt er in financieel opzicht slechts een zakcentje voor terug. Net voldoende om je onkosten van te betalen. Het gebeurt ook dat spelers voor het Nederlandse team bedanken omdat ze het zat zijn hun vakantiedagen tijdens toernooien te plannen. Dat kan je ze niet kwalijk nemen. Zo gaat dat hier nu eenmaal bij kleine, financieel weinig draagkrachtige sporten als honkbal”, zegt De Bruin, die zelf veertig uur per week voor een verzekeringsmaatschappij werkt.

Gelukkig doet zijn baas niet moeilijk over de extra vrije dagen die hij zo nu en dan moet opnemen. Zoals in augustus, als hij naar Amerika reist voor een All-Starwedstrijd waarin de beste amateurs van de wereld tegen elkaar uitkomen. “De Nederlandse bond had me voorgedragen. Ik wist van niets en hoor opeens dat ik ben uitgekozen. Fantastisch, aan zoiets denk je niet eens.”

Waar hij zo heel nu en dan wel aan denkt zijn de Olympische Spelen van Atlanta. De Bruin is dan 32 en nee, zegt hij beslist, dan is hij echt nog niet te oud. Over niet bestaande ambities gesproken. Het is even stil. “Ach”, klinkt het bescheiden.