De harde alledaagsheid van Kristien Hemmerechts: "Deze zeer onkeurige vrouw schrijft er zelfs over'

Kristien Hemmerechts (37) is in korte tijd een toonaangevende Vlaamse schrijfster van romans en verhalen geworden. In 1990 werd zij bekroond met de Driejaarlijkse Staatsprijs voor proza. Zij studeerde Germaanse Filologie en schreef een proefschrift over Jean Rhys. Het proza van Hemmerechts is direct, rauw en vaak ontluisterend. Te ontluisterend? "Schiet niet op de boodschapper'.

U moet een bezeten schrijfster zijn, zeg ik. We zitten in het monumentale herenhuis in de Antwerpse wijk Berchem dat ze met haar man, de dichter Herman de Coninck, bewoont.

Ze knikt. Vanaf 1986 publiceerde ze drie romans en drie verhalenbundels, een vierde roman hoopt ze deze zomer af te ronden. ""De eerste versie is al klaar. Ik zou het manuscript het liefst nu aan Emile Brugman geven (haar uitgever bij Atlas, daarvoor haar redacteur bij De Arbeiderspers - red.). Om dan meteen met andere dingen verder te gaan - ik heb al een heel pak notities en fragmenten van verhalen liggen.

Een writer's block is mij vreemd, het is eerder het tegenovergestelde: ik heb soms erg veel moeite om al die andere dingen te doen die ook bij het leven horen. Vrienden ontvangen, boodschappen doen, koken, strijken, telefoneren. Had ik daar maar mijn persoonlijke slaafje voor, denk ik wel eens, maar zo werkt het natuurlijk niet. Inspiratie ontstaat ook uit frustratie. Bovendien schrijf ik heel sterk vanuit die kleine, dagelijkse dingen.''

De boeken van Kristien Hemmerechts beginnen steeds meer de aandacht te trekken door de grote vrijmoedigheid waarmee ze over de intiemste kwesties schrijft. In sober, krachtig proza beschrijft ze gezinsrelaties, seksuele obsessies, existentiële crises. In haar laatste verhalenbundel, Kerst en andere liefdesverhalen, slaat de ontluistering zó hard toe dat de tederder passages - die er ook wel degelijk zijn - er bijna door overwoekerd worden. ""Een adembenemend en verschrikkelijk boek van een groot schrijfster'', schreef collega-schrijfster Doeschka Meijsing in Elsevier.

U registreert in uw boeken, u psychologiseert nooit expliciet.

""Mensen zijn zeer onvoorspelbaar en ongrijpbaar. Dat is juist het fascinerende. De psychologische roman suggereert dat hun gedrag te begrijpen en te plaatsen is. In Nederland verwacht men nog altijd dat de personages psychologisch geanalyseerd worden, men heeft een sterk geloof in psychologie en psychiatrie. In België krijg ik er nooit verwijten over. De schrijver van de psychologische roman staat duidelijk boven zijn boek, hij heeft almacht. Ik loop liever met mijn personages mee, registreer wat ze doen. Wat niet wegneemt, dat ik van sommige psychologische romans, zoals Eline Vere, erg kan genieten.

""Ik houd van de oude verhalen van Bernlef. Die liggen op mijn nachtkastje. Verhalen als Kerst en Gas zijn door Bernlef geïnspireerd. Hij laat de binnenkant zien door de buitenkant te beschrijven, zonder psychologische duiding. Ik ontleen veel aan de technieken van andere schrijvers. Als ik een bepaalde techniek zie die me bevalt, probeer ik hem over te nemen. Met plagiaat heeft dat niets te maken. Als je schrijft - dat ervaar ik heel sterk - ga je een dialoog aan met de werkelijkheid, maar ook met andere teksten.''

Zij is een laatbloeier. Tot februari 1982 - ze was toen 26 jaar - had ze nooit geschreven. ""Ik weet het nog precies. Ik kreeg van mijn vader een mooie agenda in leer en ben op 9 februari 1982 in de trein daarin begonnen te schrijven. Geen puberaal dagboek, zoals ik vroeger wel had bijgehouden, maar een verhaal, in het Engels.

""Ik had toen het gevoel dat ik een leven leidde dat van buitenaf totaal gecontroleerd werd. Ik moest houdingen aannemen en rollen spelen die anderen van mij verwachtten. Ik verstond nog niet de kunst om ruimte voor mezelf te scheppen in een soort van onderhandelingen met de buitenwereld. Op een gegeven moment was ik 25 jaar, ik had een man, een baby, een interessante baan - reden te over dus om erg blij te zijn, maar dat was ik niet, integendeel, ik voelde mijn leven dichtslibben. Daaruit is dat schrijven ontstaan.

""Achteraf vind ik het jammer dat ik het schrijven zo laat ontdekt heb. Ik had wel momenten van intense beleving van de werkelijkheid - momenten van inspiratie voor een schrijver - maar ik deed er niets mee. Dat gold ook voor mijn verbazing en verbijstering over de werkelijkheid, het niet vanzelfsprekend kunnen vinden van wat er om je heen gebeurt. Mijn jeugd en de periode erna zou gemakkelijker zijn geweest als ik geweten had dat ik aan al die ervaringen vorm zou kunnen geven.

""Ik heb heel lang het gevoel gehad te moeten zwijgen. Ja, dat zal wel met mijn vrouw zijn te maken hebben, althans, zo heb ik dat ervaren. Ook op de universiteit van Brussel waar ik in 1980 ging werken. Het was een vooral mannelijke omgeving, veel oudere mannen, zeg maar vaders. Het vergt een heel subtiel spel om als vrouw in zo'n omgeving te evolueren. Je kunt uit een aantal posities kiezen. Je kunt je agressief tegenover zo'n mannenwereld opstellen, je kunt het lieve vrouwtje uithangen en je kunt - wat veel vrouwen doen - voor een middenweg kiezen.

""In dat laatste geval hanteer je je aardigheid als een strategie om de dingen te bereiken die je nastreeft. Het is de vruchtbaarste houding, maar het vergt een zekere diplomatie die ik toen nog niet kon opbrengen. Ik was òfwel agressief òfwel zwijgzaam. Op een vergadering kon ik zo agressief en negatief uit de hoek komen, dat men geen aandacht aan mij besteedde. Want naar iemand met een agressieve houding wordt niet geluisterd. Toen ik begon te schrijven had ik een sterk besef van al die meningen die ik over bepaalde zaken had en die ik nooit had kwijt gekund.''

Veel vrouwen in uw boeken gedragen zich nogal passief.

""Het is passief verzet. Uit een gevoel van machteloosheid. Ze conformeren zich aan wat van hen verwacht wordt. Iets van: doe-maar-met-me-wat-je-wilt.''

Ziet u zichzelf als een feministische schrijfster?

""Nee, want dan zouden mijn personages meer wilskracht moeten hebben. Ik ben erg beïnvloed door het feminisme, ik heb er, als zoveel vrouwen, veel aan te danken, maar qua thematiek en filosofie zijn mijn boeken niet feministisch. Wat mij stoort in de feministische literatuur is dat men te weinig rekening houdt met sociale realiteiten. Men gaat uit van hoe het zou moeten zijn, niet hoe het is.

""Ik zat op de Feministische Boekenbeurs in een panel met Benote Groult. In haar boek Zout op mijn huid heeft een vrouw een leven lang een relatie met iemand die ze om de zoveel jaar ziet. Groult zegt: zo moet het. Ik zeg: wat doe je dan met de jaloezie, de frustraties? Je bent bij je minnaar geweest, je komt thuis, hoe stap je weer in je andere leven? Dat interesseert mij als schrijfster meer.''

U schrijft met zeldzame openhartigheid over fysieke ervaringen van vrouwen. Waarom?

""Ik miste het in de literatuur, zowel in die van mannen als die van vrouwen. Ik heb veel gelezen en dan gaat je de enorme breuk opvallen die er bestaat tussen de literaire beelden en je eigen ervaringen en die van vriendinnen. Bij mannen zie je dat romantische beeld van de seksualiteit, al die vrouwen die wegsmelten in hun armen en bij toverslag beginnen te kreunen. Dat beeld klopt niet en ik vond het daarom nodig er een eigen taal voor te zoeken.

""Ik begrijp wel waarom dat romantische beeld is ontstaan. Mannen zijn op dit gebied nog kwetsbaarder dan vrouwen. Peter van Straaten maakte daar veel cartoons over: Doe ik het goed?. De droeve waarheid is dat heel veel mannen het absoluut niet goed doen. Zodat je als vrouw al vrij snel denkt: jeetje, wat een klungel. Het verschil is dat die vrouw nog wel iets kan faken, maar de man kan zijn falen niet verbergen. De boodschap van onze cultuur is: seks is leuk en goed. Onvoldoende wordt erkend dat seks ook heel moeizaam en onbevredigend kan zijn. En dat vrouwen het kunnen ervaren als een inbreuk op hun lichaam.

""Het is eigenaardig. Men zegt: wat er in de slaapkamer gebeurt, gaat niemand iets aan. Maar het gaat hier toch om de meest ingrijpende en potentieel traumatiserende of euforiserende ervaringen die een mens kan hebben. Als je als schrijver niet bereid bent die slaapkamer open te doen en woorden te vinden voor wat daar gebeurt, dan mis je een belangrijk facet van het menselijk leven. Maar ik zal nooit seksscènes schrijven omwille van de seks. In mijn nieuwe boek komt weinig seks.''

""Het prachtige van fictie'', zegt ze, ""is dat ze zeer subversief kan zijn en toch maatschappelijk aanvaard wordt. In een verhaal als Gas zeg ik gruwelijke dingen over het huwelijk, over mannen ook. Als je het in een pamflet zou zetten, zou je voor een agressieve mannenhaatster worden versleten.''

We praten over het verhaal Kerst dat in Vlaanderen - alle aanvaarding ten spijt - de nodige beroering veroorzaakte. Het verhaal - met Kerstmis voorgepubliceerd in een blad - besluit met een scène waarin een vrouw plasseks bedrijft met een man.

""Met dat verhaal voel ik me onbegrepen'', zegt ze. ""In een panel in een literair tv-programma was er één man, Marcel van Nieuwenborgh, de cultuurredacteur van de christen-democratische De Standaard, die zich er enorm over opwond. Hij vergeleek het met plassen op de strooiweide van een crematorium. Ik heb stomverbaasd naar hem zitten luisteren. Het is nooit mijn bedoeling geweest om te shockeren, integendeel. Ik vind het een heel teder verhaal. Het is ook geen verhaal over incest, zoals velen denken. Om misverstanden te voorkomen, heb ik in de flaptekst expliciet aangegeven dat het om een man en een vrouw gaat. Ik wilde tussen hen juist een ideale vrijscène creëren. Normaliter is er altijd asymmetrie: de man geeft zijn sperma, de vrouw ontvangt. Maar in deze scène is er van beide zijden de totale overgave.''

Berustend: ""Als een vrouw over seks schrijft, gaan er opeens allerlei remmen werken. Het bizarre is: als ik zie waar kinderen op tv naar kijken...die MTV, dat is allemaal zó seksueel gericht, elk produkt wordt met seks verkocht, maar daar kijkt niemand van op.

""Wat ik doe, is taboedoorbrekend, zeker gezien vanuit mijn cultuur en mijn opvoeding. Ik weet niet hoe het voor de Nederlandse vrouw is, maar in België praat je in gezelschap niet over vrouwelijke zaken. Mannen vinden het afschuwelijk als je iets over menstruatie zegt. Ik ben ook opgevoed met het idee dat een keurige vrouw nooit zal laten merken dat ze menstrueert. Ik zeg niet dat je het moet etaleren, maar waarom moeten niet-gebruikt maandverband en tampons angstvallig verborgen worden? Ook wat betreft bevallen, borstvoeding, vrouwelijk orgasme geldt: zwijgen. Daar praat een keurige vrouw niet over. En deze zeer onkeurige vrouw schrijft er zelfs over.''

Verontwaardigd: ""Als vrouw, opgegroeid in het Vlaanderen van de jaren zestig, heb ik bijna het gevoel dat ik bedrogen ben. Je werd opgevoed in de totale ontkenning van je lichaam. Wat verwachtten die mensen eigenlijk? Dat wij plotseling een man zouden ontmoeten die bij ons paste, dat we meteen zouden weten hoe we daarmee moesten vrijen, hoe we moesten bevallen en borstvoeden?''

Ze groeide op in Stroombeek-Bever, ""een erg lelijke gemeente aan de rand van Brussel'', zoals ze zelf schreef. Een traditionele roomse opvoeding met scholen waarop kloosterlingen de leiding hadden.

""Aan die hele schoolperiode heb ik een zekere ergernis en woede overgehouden. Als kind van zes had ik als onderwijzeres al een non die niets anders deed dan waarschuwen voor hel en verdoemenis. Ze vertelde ons dat we met de handen boven de lakens moesten slapen, je had geen idee wat ze bedoelde. Op het lyceum hadden we retraites, bezinningsperiodes waarin je moest nadenken over het geloof en waarin je ook seksuele opvoeding kreeg. Maar toen ik iets vroeg over het maagdenvlies, werd een van die nonnen kwaad. Als meisjes van vijftien kregen we te horen dat het ter wereld brengen van een kind het hoogtepunt van het vrouw-zijn was. Het woord orgasme viel nooit. Een beklemmende bedoening.

""Ik leerde graag, maar ik had altijd problemen met het gezag. De zinloosheid van allerlei bevelen en reglementen. En altijd weer die ontzettende angst voor seksualiteit. Je rok mocht maar zoveel centimeter boven de knie - het werd nagemeten -, mascara moest je afvegen en o wee als een jongen je kwam afhalen. Het was een sfeer waarin alles heel snel zondig was, maar waarin je met je vriendinnen toch veel plezier maakte. Een school met alleen maar meisjes: kilo's hormonen bij elkaar waar die kloosterlingen doodsbang voor waren.

""Meisjes mochten niet fluiten. Een fluitend meisje was lichtzinnig en sensueel. Ik heb heel hard geoefend en kan nu dus fluiten. Maar mijn fout is geweest dat ik te veel gewicht hechtte aan het formele. Ik ben een vreselijk radicaal mens en moest altijd zo nodig openbare discussies aangaan over dat hypocriete gedoe. Als er op retraite een kruisbeeld in de kamer hing, legde ik hem voor de deur. Uitdagen dus, de confrontatie aangaan. Maar de mensen in België gaan nooit een strijd aan met het formele: ze doen gewoon waar ze zin in hebben - maar in stilte. Dat is heel fundamenteel voor de katholieke moraal.

""Een dubbele moraal, ja. Als je die kunt meespelen, hoeft zo'n opvoeding helemaal niet benauwend te zijn. Maar dat ligt niet in mijn karakter, ik streef naar openheid en openhartigheid. Godzijdank hoef ik nu niet meer te huichelen. Ik doceer op een katholieke universiteit in Brussel waar iedereen weet dat ik niet meer katholiek ben. Maar het wordt nu aanvaard.''

Rebelleerde u ook thuis? U heeft in "Atlas' een stuk over uw vader geschreven waarin hij als een echte patriarch naar voren komt. Het gezin draaide om hèm?

""Hij is een dominerend iemand, een sterke persoonlijkheid, maar dat geldt ook voor mijn moeder. Bij mijn vader beperkte die dominantie zich tot het intellectuele element en de taal: wij mochten thuis absoluut geen vlaams dialect spreken. De opvoeding liet hij verder aan mijn moeder over. Mijn ouders hebben ons intellectueel veel meegegeven. Mijn moeder was lerares Latijn, mijn vader was journalist, later bestuursdirecteur van de BRT Nieuwsdienst. Wij kregen op veel gebieden een strenge opvoeding. Het voordeel daarvan was dat de lat hoog lag: er werd veel van ons verwacht. Daardoor heb ik hard leren werken. Ik zie mezelf niet als iemand met veel talent, maar wel als iemand die een paar talenten maximaal gebruikt.

""Het nadeel? Dat het moeilijk is om naast zulke ouders zelf een persoonlijkheid te worden. Maar je leert allerlei strategietjes, zoals je mond houden. Ik ging elke confrontatie uit de weg. Toen ik op mijn 22ste het huis verliet, zei mijn moeder: "Ik heb je eigenlijk nooit gekend, er moet veel in je zijn omgegaan waar ik niets van wist.' Ik hield inderdaad veel voor mezelf.''

Ze voltooide in 1977 in België een studie Germaanse filologie (Nederlands en Engels) en ging vervolgens een jaar in Amsterdam studeren. ""Een cultuurbreuk. Het Amsterdamse studentenmilieu was een wereld met veel minder schuldgevoel dan ik gewend was. Ik had niet meer het gevoel voortdurend beoordeeld en bekeken te worden. Heel bevrijdend.'' Ze trouwde een Brit en trok met hem naar Engeland.

In 1980 bent u toch weer teruggekeerd naar België - evenals Anna uit "Een zuil van zout', een vrouw die vervolgens in een grote impasse geraakt.

""Anne zoekt naar iets belangrijks en zinvols in haar leven, maar alles wat haar wordt aangeboden, vindt ze uiteindelijk oninteressant. Mensen zijn niet zozeer op zoek naar geluk, maar naar betekenis, naar authenticiteit. Dat is ook het autobiografische van mijn boeken: het gaat vaak om mensen die niet genoegen nemen met het bekende, maar de essentie van de dingen willen kennen. Daarom zal ik ook wel schrijven.

""Ik heb me een tijd lang afgevraagd: had ik niet beter in Engeland kunnen blijven? Maar ik kon hier werk krijgen en ik besefte bovendien: de meeste mensen die mij dierbaar zijn, zijn Vlamingen. Engeland vond ik een hardere maatschappij, zonder sociaal vangnet. In België zal ik me altijd kunnen redden.''

In 1982 was ze terug in Engeland om een seminarie te volgen voor buitenlandse docenten Engelse literatuur. Ze liet haar eerste, in het Engels geschreven, verhalen lezen aan de romanschrijver Malcolm Bradbury, voorzitter van het seminarie. Hij reageerde enthousiast. ""Dat is, achteraf bezien, een zeer belangrijk moment voor mij geweest. Iemand die tegen me zei: "Ja, jij bent een schrijfster'.''

U schrijft enkele malen zeer indringend over een zus die psychiatrisch patiënt is. Het is uw eigen zus, vermoed ik. Mag een schrijver zo rechtstreeks uit zijn naaste omgeving putten?

""Uiteindelijk schrijf ik toch meer over mezelf dan over haar. In "Brede heupen' maak ik van die zus iemand die totaal zwijgt. Ze verdwijnt naar een inrichting en het gezin blijft achter en stelt zich vragen. Mijn zus is schizofreen, maar ze heeft nooit gezwegen. Het autobiografische is hier niet meer dan een aanleiding om er heel andere dingen mee te doen. Ik heb tot dusver maar één ding geschreven dat volkomen autobiografisch is.''

Het verhaal "Sprookje' in uw laatste bundel. Een aangrijpend verhaal over de wiegedood van uw twee zoontjes in 1983 en 1984. Waarom heeft u uitgerekend daar voor die onverhulde vorm gekozen?

""Ik heb dat gedaan omdat men mij eindeloos de vraag heeft gesteld: waarom zit er toch zoveel dood en fataliteit in je boeken? Vooral veel Nederlanders vragen dat. Nederlanders hebben nu eenmaal veel meer dan Vlamingen het idee dat ze greep hebben op hun leven. Ze verzetten zich tegen het feit dat je voor een groot deel speelbal bent van de omstandigheden. Wat mij is overkomen, heb ik niet anders dan als fataliteit kunnen ervaren. En het is zeker een van de redenen waarom dit thema telkens weer in mijn werk opduikt.

""Ik heb dit verhaal ook geschreven, omdat ik het altijd erg moeilijk heb gevonden om anderen uit te leggen wat dit voor mij betekend heeft. Men luisterde slecht of men leek het niet zo erg te vinden omdat het toch maar om babytjes ging. Echte sympathie of empathie heb ik nauwelijks ondervonden, men voelde niet mijn totale ontreddering aan. Herman was een uitzondering, zo is ook mijn relatie met hem begonnen: hij liet me steeds maar opnieuw vertellen. Hij heeft ook gezegd: je moet het eens opschrijven.

""Dit verhaal is ook een manier om de mensen de mond te snoeren. Om te zeggen: ik was wanhopig en ik had recht op mijn wanhoop - begin niet over God te zeuren of over de Derde Wereld waar iedere dag zoveel kinderen sterven. Een schrijver doet dat eigenlijk voortdurend: het recht eisen zelf je leven te definiëren.

""Deze ervaringen hebben mijn visie op het leven erg veranderd. Vroeger zag ik het leven als een uitdaging, een groot project met een toekomst. Ik leef nu laconieker, veel meer bij de dag. Dat is een betere houding tegenover het leven.''

Waarom sluit u dit verhaal 'Sprookje' af met een notitie over uw scheiding in 1987 van uw man, de vader van uw kinderen?

Aarzelend: ""Het is misschien wel een rechtvaardiging van mezelf. Alsof ik wil zeggen: ik heb niet zomaar mijn man in de steek gelaten. Ik denk dat de scheiding een gevolg is geweest van de dood van mijn kinderen. Veel relaties gaan aan zoiets kapot. Het is mooi als je het samen kunt beleven, maar dat was bij ons niet het geval.''

""Men zegt wel dat mijn boeken te somber zijn'', zegt ze. ""Ik denk dan: schiet niet op de boodschapper. Onze cultuur is zo dubbel. Wij leven met ideaalbeelden, maar als je een krant openslaat of met mensen praat, hoor je zoveel ellende en wanhoop. Loop eens door Brussel, kijk naar de zwervers. Grote zorgen heb ik ook over het opkomend nationalisme en fascisme. Ik ben geen zelfmoordtype, maar ik vind wel dat wij nu in heel erge tijden leven.''