Burgemeester Vos gaat naar Raad van State; "Utrecht was andere stijl van vergaderen gewend'

De Utrechtse burgemeester, M.W.M. Vos-van Gortel, wordt met ingang van 1 oktober lid van de Raad van State. Zij was vanaf 1981 burgemeester van de domstad.

UTRECHT, 11 JULI. Elf en een half jaar is Lien Vos-van Gortel (60) burgemeester van Utrecht geweest als ze in oktober opstapt, en nog altijd is het voor Utrechters gebruikelijk haar te vergelijken met haar voorganger Vonhoff, de huidige commissaris van de koningin in Groningen. Na een gewenningsperiode heeft de plaatselijke politiek waardering gekregen voor haar informele aanpak, voor haar voorkeur om te ordenen en om vooral de gekozen gemeentebestuurders ruimte te geven. Het was nogal een verschil met de dominerende, op spektakel beluste Vonhoff.

Vindt u het lastig zo vaak met Vonhoff te worden vergeleken?

“Iedereen stelt gewoon vast dat we totaal verschillende mensen zijn. Dat is toch mooi? Het is toch de bedoeling dat mensen verschillende stijlen hebben? Wat telt is het resultaat, of ik een aantal dingen netjes heb weten te regelen.”

U domineert niet in raadsvergaderingen.

“Ik doe mijn best om de politiek gekozen volksvertegenwoordigers zoveel mogelijk aan hun trekken te laten komen. Het gaat om hun oordeel. Ik vind het niet mijn taak om over elk voorstel mijn eigen opinie te ventileren. Wel over de onderwerpen van mijn eigen portefeuille natuurlijk, maar verder is de wethouder die een zaak onder zich heeft degene die een voorstel daarover verdedigt. Men was in Utrecht kennelijk een andere stijl van vergaderen gewend. Het uiteindelijke doel van een vergadering is om tot besluitvorming te geraken en ervoor te zorgen dat een voorstel de meerderheid haalt, en dat gaat keurig met behulp van democratische regels.”

Is het niet moeilijk om als VVD-burgemeester met een overwegend linkse gemeenteraad te werken?

“Nee. Als voorzitter moet je de wensen van de gekozen vertegenwoordigers mede sturen. Als er dingen absoluut onwenselijk zijn, kun je daarover in het college van B&W praten.”

Gaat u het burgemeesterschap missen?

“Ja en nee. Ik ben voorzitter van veel verschillende soorten vergaderingen. In sommige kun je voortvarender zijn dan in een gemeenteraad waarin mensen tegenover hun achterban getuigenissen willen afleggen. Ik erger me aan die getuigenissen niet gauw. Ik verbaas mij weleens over het feit dat men eerst in een commissie getuigenissen aflegt en daarna in de raad nog eens elkaar met engelengeduld met hetzelfde bestookt.”

U lacht alsof het vrolijk is.

“Ja, het is een interessant spel om te zien. Bij het beleidsprogramma van een college zijn afspraken gemaakt, vervolgens wordt iets bijna tot in detail doorgepraat in een commissie, dan komt een voorstel in de raad. Je weet dus tevoren over welke punten men gaat praten en wat de uitkomst is. Men zit er niet meer, zoals vroeger, om elkaar te overtuigen. Men weet exact wat eruit komt. Dan denk ik: goed, als je daar de tijd voor wilt nemen... Iemand kan ook eenvoudig zeggen dat hij het met de vorige spreker eens is. Maar als hij wil dat in de handelingen komt dat hij het heeft gezegd, dan herhaalt hij hetzelfde. Als er moties en amendementen worden ingebracht terwijl men uit de discussie in de commissie weet dat die het niet zullen halen, dan denk ik: je mag best zuiniger zijn met elkaars tijd.”

U heeft de naam zeer veel te werken.

“Je hebt veel buiten de kantooruren. Dit is uiteindelijk een grote stad. De stadgenoten willen graag dat je bij belangrijke evenementen bent namens het stadsbestuur. Er zijn ook veel vergaderingen. Het is leuk als je bij een jubileum bent dat mensen op een prettige manier vieren.”

Uw lobby-kwaliteiten zijn in de plaatselijke krant, het Utrechts Nieuwsblad, veel bekritiseerd, maar uw wethouders zijn er zeer van onder de indruk. U heeft niet bewerkstelligd dat Den Haag de Utrechtse financiële problemen heeft opgelost.

“Financiën is mijn sector niet, die is van de betrokken wethouder. In de loop der jaren is er op dat gebied een koerswijziging geweest. Eerst trokken we naar Den Haag in de hoop dat een voorziening gevonden kon worden voor tekorten. Dat ging niet. Toen zijn we artikel twaalf gemeente geworden. Er is nu uitzicht op een definitieve oplossing. Dat is een redelijk resultaat, hoewel het lang duurde eer het zover was.

“Bij die financiële besprekingen was ik aanwezig, maar de voortrekkersrol had de wethouder. Bij de regiovorming van de politie heb ik die voortrekkersrol, omdat dat tot mijn portefeuille behoort. Op het goede moment op de goede plaats de goede boodschap brengen, dat kun je nooit alleen. Dat moet je als college van B&W gezamelijk aanpakken. Ik vind het wonderlijk hoe men soms over lobbyen praat. Als je daarmee iets voor elkaar wilt krijgen, doe je dat niet in het openbaar. Ik ben daarom blij dat niemand weet wat ik op dit gebied doe. Als men mij in Den Haag niet kende, zou ik niet gevraagd zijn om lid te worden van de Raad van State.”

U bent erg geïnteresseerd in politiezaken. Waarom?

“Zoals ik mij in Den Haag had ingegraven bij financiën, zo heb ik dat in Utrecht gedaan bij politie en brandweer. Het is je eerste verantwoordelijkheid en dat pak je op.”

Bent u vooral een bestuurder?

“Ik denk het wel. Ik vind het belangrijk dat iets goed loopt. Daarvoor ben ik gecharterd. Dat is ook mijn interesse. Als wethouder van financiën in Den Haag vond ik het leuk dat het goed liep. Als voorzitter van de gemeenteraad wil ik ook zorgen dat de dingen goed op elkaar afgestemd zijn. Daarvoor moet je zorgen dat er voldoende informatie naar het college van B&W gaat, dat men bereid is om elkaar te informeren, dat men onderkent dat samenwerken een meerwaarde heeft boven de persoonlijke score. Of je dat kunt bereiken hangt af van de ploeg waarmee je werkt.”

Wat heeft dit te maken met uw aanvankelijke belangstelling? U heeft medicijnen gestudeerd.

“Als medicus ga je ook met mensen om. Waarschijnlijk komt daarvan ook het beschouwender dan de gemiddelde tegen zaken aankijken. Ik ben niet van oorsprong iemand die geneigd is te denken: ik ga als volksmenner op pad. Ik organiseer liever.”

Heeft u veel tijd gehad voor persoonlijke contacten?

“Het grootste probleem van dit type functie is dat je sociale contacten vrij snel achteruit gaan. Je hebt je familie, vrienden, kennissen en vrij veel werk. Je moet prioriteiten stellen. Ik heb drie kinderen, twee kleinkinderen, ik vind het verschrikkelijk leuk om daar ook tijd voor vrij te houden.”

Waardering voor burgemeester Vos is er nooit gekomen bij de enige plaatselijke krant, het Utrechts Nieuwsblad. Hoofdredacteur Max Snijders heeft de burgemeester vanaf de eerste dag zo consequent aangevallen, dat de verhouding tussen die twee een Utrechts curiosum is geworden. Wie meetelt in de stad heeft een eigen theorie over de diepere achtergronden van deze doorlopende voorstelling, die bij het bekend worden van de benoeming van Vos tot lid van de Raad van State culmineerde in het krantecommentaar: “Diepe verslagenheid zal het verrassende bericht niet teweeg brengen dat burgemeester Lien Vos Utrecht gaat verlaten.”

De burgemeester zelf, zo standvastig vrolijk dat het “verwoestend” is, maar toch “tsjonge, jonge” verzuchtend over het “ontzettend gezeur” dat zo'n verhouding oplevert in een "one-paper-city', heeft haar eigen uitleg. “Ik heb Max Snijders weleens gevraagd waarom hij op deze wijze bezig was. Ik denk dat hij behoefte had aan meer nieuws "off the record'. Ik ben wat dat betreft vrij correct. Ik vind dat dingen ordelijk dienen te verlopen. De hele systematiek van lekken en voorinformatie is niet wat ik het mooiste vind van het openbaar bestuur. Het behoort eigenlijk niet.”

Een journalist moet toch lekken aanboren en zich tegelijkertijd niet laten manipuleren?

“Het is niet te veroordelen als een journalist iets probeert. Maar het is wel te veroordelen als een bestuurder daar te gemakkelijk intrapt.”

Vindt u dat u te maken heeft gehad met de negatieve gevolgen van het feit dat er maar één plaatselijke krant is?

“Ja, ik vind dat zorgwekkend. Een kritische begeleiding van een burgemeester hoort erbij. Maar de kritiek van het Utrechts Nieuwsblad klopt feitelijk vaak niet. Een collega burgemeester die zich bemoeit met een politieke affaire in de raad krijgt daarom een veeg uit de pan. Ik krijg een veeg uit de pan omdat ik mij er niet genoeg mee bemoei.”

Het verwijt was dat u een crisis niet voorkwam die ertoe leidde dat D66 uit het college van B&W verdween.

“D66 werd ervan beschuldigd zich niet te houden aan een afspraak die de politieke partijen gemaakt hadden toen ze met elkaar in zee gingen (en waar ik als burgemeester niet bij was geweest). Ik heb toen gezegd : jullie hebben indertijd een compromis bereikt, kijk of dat nog eens kan. Op een gegeven moment bereikte men zelfs een compromis, maar dat werd niet door alle fracties aanvaard. Op zo'n moment houdt het natuurlijk gewoon op.”