Bloemen verven is een riskant vak

RIJNSBURG, 11 JULI. “Ik vind dat we wel een pluim hebben verdiend”, zegt bloemenverver A. Heemskerk tegen de hoge ambtenaar van Milieubeheer, die dat moet beamen. Milieu-inspecteur Graven sluit zich hierbij aan. Zijn metingen wijzen uit dat in twee jaar tijd de uitstoot van vluchtige organische stoffen bij de bloemenververijen met 90% is gereduceerd.

In 1989 en 1990 raakte de bloemenververij in opspraak door de bar slechte arbeidsomstandigheden waaronder werd gewerkt en het slordige gebruik van milieu-onvriendelijke stoffen. Ir. W.F. Vermeulen is in het kader van het project KWS2000 - de reductie van de uitstoot van koolwaterstoffen in 2000 tot 50% van het niveau van 1985 - namens het ministerie van VROM betrokken bij de bloemenverversbranche. Volgens hem was die bedrijfstak in 1990 verantwoordelijk voor de uitstoot van 1 miljoen kilo vluchtige organische stoffen, die een belangrijke veroorzaker van smog zijn. Daarmee was de sector na de de raffinaderijen (1,1 miljoen kilo) de belangrijkste tak van nijverheid voor deze vorm van verontreining. Overigens is het wegverkeer met 191 miljoen kilo verreweg de grootste bron van deze vervuiling.

Het verven van snijbloemen gebeurde tot voor kort vrijwel uitsluitend met de dompelmethode: je neemt een bos en doopt hem in een vat met verf. Om de verf te verdunnen en omdat op de bloemen een waslaagje zit, is een oplosmiddel nodig. Daarvoor gebruikten de ververs vluchtige stoffen als ethyl, methyl en aceton, in zeer hoge concentraties (tot 90%) en zonder iets te doen aan het opvangen van de vrijkomende dampen. Dit kwam aan het licht toen het Hoogheemraadschap Rijnland bij zuiveringsinstallaties soms water in alle kleuren van de regenboog aantrof.

Bij de schuldigen bleken bij controles ook de arbeidsomstandigheden abominabel. Vaak zonder beschermende kleding stonden de ververs in niet geventileerde ruimten boven open vaten met hoge concentraties oplosmiddel. Volgens een medewerker van Rijnland zullen de gevolgen hiervan zich vroeger of later bij tientallen mensen openbaren. Blootstelling aan de gebruikte stoffen kan aandoeningen aan hersenen en huid tot gevolg hebben, die zich soms pas na jaren openbaren.

Op een bijeenkomst in Rijnsburg vond vorige week het laatste overleg plaats tussen vertegenwoordigers van bloemenververijen en verschillende overheden. Men werd het eens over de eisen die uit het oogpunt van arbeidsomstandigheden en milieu per 1 november gesteld zullen worden. In Rijnsburg werd ook de oprichting van de Nederlandse Vereniging van Bloemenkleurders aangekondigd, die de belangen van de branche moet gaan behartigen.

Samen met de overheid ging de branche in 1990 aan de slag om iets te doen aan de slechte toestanden. Sommige ververs probeerden met afzuig- en filterapparaten de schadelijke gevolgen te beperken. Dat vergde investeringen van honderdduizenden guldens, waardoor veel van die bedrijven het niet hebben gehaald. Anderen schrokken voor de uitgaven terug en verdwenen van de markt. Meer succes werd geboekt met het zo veel mogelijk voorkomen van verontreiniging. Het verven van droogbloemen was veranwoordlijke voor 40 procent van de verontreiniging. En in 1990 lukte het ze te kleuren met een verf op waterbasis. Deze vorm van verven wordt in de overeenkomst voor droogbloemen per 1 november verplicht gesteld.

Snijbloemen werden vroeger altijd met de dompelmethode gekleurd. Voor een deel van de bloemen blijkt de optrekmethode, waarbij de bossen enkele uren in een vaas met kleurstof worden gezet, een goed alternatief. Daarvoor is uit de levensmiddelenindustrie een verf beschikbaar zonder oplosmiddelen. Maar alleen bloemen als chrysanten, fresia's en tulpen hebben vaatbundels die wijd genoeg zijn om de verf door de steel naar de bloem te brengen. Voor de snijbloemen die gedoopt moeten worden, is gezocht naar een verf met zo weinig mogelijk vluchtige stoffen. Daar zijn uitstekende resultaten bereikt met maximaal 15 procent oplosmiddel en in de overeenkomst met de overheid is bepaald dat dit binnen drie jaar tot 5 procent en waar mogelijk nul zal zijn teruggebracht.

Ir. Vermeulen van KWS2000 schat dat nu nog slechts dertig van de voorheen vijftig bedrijfjes over zijn. De markt voor geverfde bossen bloemen is in Nederland niet zo groot, de meeste gaan naar Zuid-Europa. Maar in boeketten, die in Nederland steeds populairder worden, zitten bijna altijd wel een of meer geverfde bloemen. A. Heemskerk, eigenaar van een van de grootste ververijen, schat dat hij jaarlijks 1,5 miljoen bossen verft en dat daarvan ruwweg eentiende voor de Nederlandse markt is. Hij denkt dat de markt voor zijn produkt ook in de toekomst blijft bestaan. “Voor bloemen zijn er steeds andere modekleuren en als de natuur niet de goeie levert, zullen wij daar voor moeten zorgen”.