Apekool

Vandaag twee onderwerpen die ik op de een of andere manier aan elkaar zal breien. Wacht maar.

Een vriend van mij die, ik waarschuw maar vast, niet opziet tegen dure etentjes, begaf zich laatst opgewekt naar het nieuwe maar reeds zeer gerenommeerde restaurant van The Grand, een brandnieuw prestigieus hotel, gevestigd in het oude stadhuis aan de Oudezijds Achterburgwal te Amsterdam.

Met z'n tweeën zou de rekening op vijfhonderd gulden komen, en dan moest je je nog flink inhouden, vertelde hij me achteraf. Maar het was niet helemaal bevallen.

Op de kaart stond dat er rogvleugel was, te zamen met boerenkool. Dit leek mijn vriend èn zijn metgezel een aardig idee. Mijn vriend is niet echt gek op rogvleugel, maar de interessante combinatie trok hem aan en ze bestelden. Die twee gerechten kwamen samen al op 160 gulden, maar wie kijkt er op een dubbeltje als je eens iets heel anders wil.

Toen het gerecht werd binnengebracht viel het de beide eters meteen op dat het hier geen boerenkool betrof, maar groene kool.

Nu is mijn vriend geen liefhebber van groene kool dus hij had nu een gerecht voor zich met twee ingrediënten waar hij niet echt dol op was. Voor tachtig piek. De ober werd geroepen. Nee hoor, dit was heuse boerenkool. De (Franse) gerant: Ah monsieur. Dit was toch duidelijk chou paysan. Nu vertelt de Dikke Van Dale al dat er in België vrijwel geen boerenkool (ook wel krulkool genoemd) wordt verbouwd. Omdat er naar en uit Nederland geen in- en export van boerenkool is, is de kans niet groot dat ze in Frankrijk weten wat boerenkool is. In Engeland heet het... borecole.

De (Franse) kok erbij gehaald. Nee meneer, dit is vraiment boerenkool, chou paysan. Er hielp geen lieve vader of moeder aan, er moest 160 gulden voor een Franse misleiding worden betaald. De kaart gaf overigens geen Franse versie. Dus daar bestond geen misverstand over (want in het Frans heet boerenkool chou frisée, maar dat wist niemand). Men bood boerenkool plus rogvleugel aan, maar men leverde groene kool plus rogvleugel.

Mijn vriend was niet zo goed of hij moest toch de totaalrekening van 500 gulden afrekenen. Thuisgekomen stelde hij een fax-bericht op waarin hij het allemaal nog eens een keer aan The Grand uitlegde. Hierop kwam natuurlijk geen antwoord.

Het is toch allerhand, zou mijn grootmoeder gezegd hebben.

Nu de overgang.

Er bestaat een "routine' in Amerika die ongeveer zo luidt:

Such is Life.

What Life?

Life Magazine.

Where did you buy it?

Round the corner.

What did you pay?

A dollar.

I ain't got a dollar.

Such is Life.

Het werkt op ongeveer dezelfde manier als een knipsel dat Thomas Rap me opstuurde.

Rudolph Nurejev is afgebeeld op een postzegel.

Net als Ian Botham van St. Vincent die een zoon op Rossall School in Fleetwood heeft.

Net als Kenny Dalglish die in een televisiecommercial optrad voor een bank (NatWest). Net als Eric Sykes (voor Barclays) die Freeman van de City of London is.

Net als Sir Kingsley Amis die whisky koos als enige luxe op Desert Island Discs.

Net als Lord Manny Shinwell die ouder werd dan honderd jaar.

Net als Irving Berlin die geboren was in Rusland.

Net als Rudolph Nurejev.

Dus als ik mijn gang mag gaan wordt het als volgt: boerenkool is gezond. Wie gezond is wordt oud. Wie oud is krijgt aow. Aow is een soort pensioen. En daar wil ik het even over hebben.

Of: in Nurejevs Rusland zijn de pensioenen weliswaar in roebels, maar hoger dan in Engeland.

Ik moest eraan denken toen ik in Koos Postema's gesprek met de Rotterdammer Blake (Russische spion) hoorde dat Blake behalve zijn flat in Moskou een datsja buiten heeft en een generaalspensioen (van de KGB).

Hij is, maar dat hoorde ik niet, waarschijnlijk ook Held van de Sovjet-Unie en dat houdt een aparte toelage in, plus vrij reizen in trein, metro en bus.

Wat maakt dat nu uit, zult u zeggen.

Veel.

Elke keer als de conducteur naar je kaartje vraagt, ziet hij dat je Held van de Sovjet-Unie bent. Niet dat er geapplaudisseerd wordt, maar toch.

In Nederland is de hoogste onderscheiding Minister van Staat en dan word je "ondergebracht' bij een ministerie en dat ministerie moet je desgevraagd werkruimte geven en een auto-met-chauffeur. Vraag een ex-minister wat hij het meeste mist en hij zegt niet: regeren. Nee, het is de auto-met-chauffeur. Ik weet het maar al te goed. Ik kom uit een gezin-met-chauffeur.

Maar onze Willemsorde krijgt niks. Ja, een grote mond van een generaal als je hem niet "op' hebt en drie weken licht. (Reserve-kapitein, 1948.)

In Groot-Brittannië krijg je als Veldmaarschalk minimaal de "K' zoals dat heet. Een Knighthood. Baron of Barones, dus Thatcher kreeg de laagste rang: een life peerage. Maar de veldmaarschalk die ik sprak, kon nauwelijks rondkomen van zijn pensioen (= half salaris). Het was niet genoeg voor een chauffeur, of een dienstmeisje. Een werkster, ja, dat kon er net af.

Waarom geeft Nederland zijn Leden van Verdienste geen titel? Het kost niks en ze zijn er zo blij mee. En we kunnen er best wat namen bij gebruiken in dat genre, want daar is de vaart een beetje uit.