Als druiven

Wolken met ettergele randen, schreef ik gisteren. Dat komt door Patrick Süskind. Hij gebruikt dergelijke wolken in "Het verhaal van mijnheer Sommer'.

"Toen vaagden er een paar windvlagen van de heuvels omlaag die met brede halen over de korenvelden streken, en het was alsof de velden gekamd werden en alsof de bosjes en struiken schrokken.'

Regendruppels als druiven zo groot, muren van opspattend water, gevolgd door hagel, de roffel van hagel op het dak van de auto, "het was alsof we in de grote trommel van een pauk zaten'.

Na twee minuten is het voorbij, dan miezert het alleen nog maar een beetje en dan zien we "door het tere floers van de motregen de gedaante van een mens' - mijnheer Sommer, lopend langs de weg.

We komen hem maar op een paar bladzijden tegen en in feite doet hij niets dan lopen, deze zonderling, hij loopt als een bezetene, met een stok die tot boven zijn schouder reikt en een rugzakje met wat brood en een poncho; mijnheer Sommer loopt en loopt en loopt en geen mens weet wat hem beweegt. Toch, als hij aan het eind het water van een meer inloopt, heb je het gevoel dat daar iemand verdwijnt die je gekend hebt.

Heel geschikt voor een rustdag, lezend in de gulle schaduw van een Grindelwalder tuintje, een boek als een glas champagne.