Zoals een oud gezegde luidt: zomer in het land, fictie in de krant!

Op verzoek van de redactie schreven negen schrijvers een verhaal voor het Cultureel Supplement.

Margriet de Moor beschrijft in "Zomeridylle' het verdriet om een verloren geliefde, K. Schippers doet in "De wet van Larette' verslag van de voorstellingen van een beginnende goochelaar, en in "Inferno', een verhaal uit 1943 van Willem Frederik Hermans, vertelt een dode hoe hij is gestorven. Bas Heijne beschrijft een merkwaardig bezoek van een man aan de nieuwe flat van zijn ouders, en H.J.A. Hofland introduceert in "De claque' een nieuw beroep in de Nederlandse letteren: nafluiter.

Verder verhalen van Jan Donkers, Hermine de Graaf, Wim Hofman en P.F. Thomése, en op de Kinderpagina de uitslag van de jaarlijkse verhalenwedstrijd. De eerste prijs gaat naar de 11-jarige Melse van Couwenberghe uit Ekeren (Belgie), die schreef over een meisje dat in een duivelin verandert. “Duivelin ging achter het struikgewas zitten en beet de vrouw (haar bloedeigen moeder) in een keer dood. Ze begon te eten en het smaakte. De volgende ochtend at ze het laatste stukje op.” Ze maakte er ook tekeningen bij.

Aan alle schrijvers vroeg de redactie hun verhaal zelf te illustreren of een illustratie te kiezen. H.J.A. Hofland, Wim Hofman, P.F. Thomése en K. Schippers (die een illustratie koos) hebben aan dit verzoek voldaan. De overige verhalen zijn van een illustratie voorzien door de Illustratiefabriek WilPé.