Zedendelicten in Deventer vaker gemeld

DEVENTER, 10 JULI. Het aantal aangiftes van zedendelicten is in Deventer de laatste twee jaar sterk gestegen. De stad scoort per hoofd van de bevolking twee keer zo hoog als het landelijke gemiddelde. Volgens de politie is dat het gevolg van een nieuw beleid, waardoor de aangiftebereidheid aanzienlijk is gestegen.

In Deventer wonen 70.000 mensen. Volgens het landelijk gemiddelde zou de politie zo'n 55 aangiften van zedendelicten gehad moeten hebben. Het waren er vorig jaar echter ruim honderd. Twee jaar geleden besloot de gemeentepolitie bij aangifte van zedendelicten uit te gaan van een "slachtofferbenadering'. Volgens een politiewoordvoerder bepaalt het slachtoffer wat er gebeurt: “Zij geeft aan welke hulp ze wenst, ze zegt ook aan wat er met haar aangifte moet gebeuren.”

Niet elke melding van een zedendelict leidt automatisch tot een aangifte. Het komt voor dat een slachtoffer, bijvoorbeeld bij incest, na bemiddeling van de politie besluit tot therapie voor haarzelf en de dader. De contacten tussen de politie en instanties als RIAGG, Vertrouwenarts en Slachtofferhulp zijn sterk verbeterd. “Als mensen dat weten, durven ze kennelijk sneller naar het bureau te komen. Wij krijgen zelfs aangiftes van mensen van buiten de gemeente, die weten dat ze hier goed opgevangen worden”, aldus de politiewoordvoerder.

Het stijgend aantal aangiftes dat de Deventer politie signaleert, wordt, zij het minder extreem, ook elders in het land waargenomen. Het aantal aangiften van zedendelicten liet de afgelopen jaren een stijgende lijn zien. In 1980 maakte de Nederlandse politie 3972 maal proces-verbaal op wegens een zedendelict ("schennis der eerbaarheid'uitgezonderd), in 1985 4838 maal en in 1990 5388 keer. In Utrecht heeft de afdeling zeden- en kinderpolitie al enige jaren geleden voor een meer "slachtoffergerichte' benadering gekozen. Het aantal aangiften steeg aanvankelijk sterk, maar heeft zich de afgelopen paar jaar gestabiliseerd.