Valkenburg bevestigt reputatie als "de Tourstad'

Het imposante Tourcircus is morgen in Zuid-Limburg te bewonderen. Volgens het rondeboek passeert de reclamekaravaan de grens bij Maastricht tegen drieën. Valkenburg is daarna finishplaats. Zondagochtend vertrekken de fietsende helden om tien uur weer uit het toeristenoord. Als de officiële schattingen juist zijn, komen er 400.000 toeschouwers op het spektakel af, van wie de helft in Valkenburg het volksfeest bijwoont.

VALKENBURG, 10 JULI. Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc heeft Valkenburg al betiteld als het epicentrum van de Nederlandse wielersport. De bestuurders van het 18.000 inwoners tellende dorp aan de Geul stellen trots vast dat Leblanc, in juli koning van Frankrijk, geen treffender omschrijving had kunnen bedenken. Want, melden ze, in Valkenburg ligt de legendarische Cauberg, de scherprechter van menig herosch nationaal kampioenschap, in Valkenburg passeert elk jaar de klassieke Amstel Goldrace en in Valkenburg streed 's werelds elite in 1979 - voor het laatst op vaderlandse bodem - om de zo fel begeerde regenboogtrui.

De gemeente en Leblanc zijn goede maatjes. En oude bekenden. Leblanc, bij het WK van '79 als tevreden journalist aanwezig, vertoefde in 1990 opnieuw in Valkenburg, dat op één dag etappeplaats was van zowel de Tour Féminin als de Ronde van de EG, beide georganiseerd door de Société du Tour de France. Twaalf maanden later was hij er weer, toen alleen voor de vrouwentour. “De toestanden lijken hier wel op die van Alpe d'Huez”, vond Leblanc destijds, doelend op de enorme publieke belangstelling. Interim-burgemeester Jo Smeets haakte meteen in op dat grote enthousiasme. Hij herinnerde Leblanc aan uitlatingen van zijn voorganger Gielissen, die in '90 de eerste voorzichtige contacten legde om van Valkenburg Tourstad te maken.

Valkenburg deed prompt een schriftelijk aanzoek, moest geduld hebben, maar het huwelijk zou worden gesloten. Op 22 oktober van het vorige jaar meldde de Tourdirectie, die in het kader van de Europese eenwording zeven landen wilde aandoen, dat Valkenburg in het routeschema was opgenomen. Vanzelfsprekend stelde de Franse organisatie het Limburgse dorp eerst een aantal voorwaarden. Zo diende er een heel brede weg voor de finish "open' te zijn, moest Valkenburg garanderen dat er binnen een straal van 35 kilometer 3500 slaapplaatsen voor de karavaan beschikbaar waren en, last but not least, het stadje moest voor de deelneming een miljoen francs (ongeveer 350.000 gulden) naar Parijs overmaken.

Een geschikte straat voor de aankomst was vlot gevonden, voldoende bedden eveneens. Constant Nuytens, sinds februari burgemeester, rekent voor dat er in zijn dorp alléén al 20.000 mensen kunnen overnachten. Op campings, in hotels en pensions. “We hebben sjieke gelegenheden - de Franse president Mitterand sliep hier tijdens de Europese top in Maastricht - tot heel primitieve. Per jaar hebben we hier 1,5 miljoen geregistreerde overnach tingen. En daar komen er nog eens 4 à 500.000 onofficiële bij. ”

De bankgarantie van 3,5 ton bezorgde het gemeentebestuur zeker enige kopzorgen. Het ging ten slotte in zee met ARC Sports en Events, een sportmarketingburo, dat dit bedrag garandeerde uit sponsorcontracten. Ambtenaar John Wauben, coördinator van de stuurgroep Tour de France Valkenburg: “ARC is een business unit van Alrecon, een dochter van de Nederlandse Spoorwegen. Betrouwbaar dus, we kunnen ons geen buil vallen.” Zijn collega René Paulssen, chef kabinet en voorlichting, legt uit “dat het gemeentehuis gewoon niet over de juiste persoon beschikte om zich zelf met zaken als reclame en dergelijke bezig te houden”.

Op de vraag of ARC, met oud-wielrenner Gerrie Knetemann als manager, winst zal maken antwoordt Paulssen eerst: “Wie weet wel een paar miljoen.” Later komt hij daar op terug, “omdat het bureau eigenlijk toch wel erg is beperkt in zijn werk”. Hij verduidelijkt dat Knetemann en de zijnen in de wielen worden gereden door de grote Toursponsors als Coca Cola, Fiat en Crédit Lyonnais, die in geen enkel opzicht concurrentie mag worden aangedaan. Wauben sluit daarbij aan met de opmerking: “Pas geleden besloot de Tourdirectie ineens dat er de laatste dertig kilometer van een etappe door derden geen boarding mag worden aangebracht. Nou, ARC had al overeenkomsten met bedrijven. Daar zijn ze mooi klaar mee.”

Burgemeester Nuytens geeft toe “wel wat teleurgesteld” te zijn in ARC. Hij stelt vast dat de onderneming zich bijna beperkt tot het verkopen van ruimten in de buurt van de finish aan bedrijven. “Een soort business-seats, waar onder het genot van een hapje en een drankje zaken zullen worden gedaan. Jammer. Ik had gehoopt dat ARC via t-shirts en allerlei andere uitingen overal in het land de aandacht zou vestigen op Valkenburg, de Tourstad. Maar goed. Hoe dan ook”, vervolgt de eerste burger, “onze gemeente scoort. Zeker als je onze uitgaven vergelijkt met de reclame-tarieven van de Ster.”

Hij haast zich eraan toe te voegen dat het prijskaartje voor Valkenburg morgen en zondag een hogere som vermeldt dan menigeen vermoedt. De 350.000 gulden, betaald voor de komst van de Tour, komen weliswaar terug van ARC, dat in totaal 450.000 gulden voor haar rekening neemt. Maar de gemeente moet nog wel opdraaien voor een deel (circa 1,5 ton) van de post politiekosten voor de begeleiding van renners en de algehele veiligheid. Het verblijf van de Tourfamilie duurt driekwart etmaal en komt de regio aan politie op 56.000 gulden per uur te staan. Alles bij elkaar is de begroting van het tweedaagse wielerfeest in Valkenburg 612.000 gulden groot.

Te duur, vonden tegenstanders van de happening. Onder de dwarsliggers waren ook de kerken, die hun diensten moesten afgelasten of verzetten. En de moeder van een bruidje, dat na de mis de gang naar de koffietafel aan de overkant van de weg door de Tour zag versperd. Aanvankelijk was een aantal plaatselijke ondernemers flink in de contramine, omdat die zich als mogelijke sponsors gepasseerd voelden. “De gemeente denkt haar naamsbekendheid te vergroten”, zei een vertegenwoordiger van hen. “Maar die is in Nederland al honderd procent.”

Burgemeester Nuytens denkt daar anders over. “In ons land weet vier van de vijf mensen best dat Valkenburg aantrekkelijk is om te bezoeken. Maar je moet aan die bekendheid blijven werken, het stadje opwaarderen. Niet alleen door etappeplaats te zijn in de Tour, ook door naar nieuwe elementen te zoeken. We hebben thermaal water, Thermae 2000, er is gelegenheid voor het verzorgen van je body, een legaal casino, wandelroutes, grotten, etcetera. Valkenburg is een kuuroord. In ons land zegt die naam niet zo veel, in Duitsland, Zwitserland en Frankrijk wel. Ik durf gerust van Bad Valkenburg te spreken.”

Maar Valkenburg, moet ook Nuytens weten , heeft dat mooie imago nog niet echt. In het toeristenoord, inclusief de dorpen in de buurt, bevinden zich 735 horeca-etablissementen. Jeugdige bezoekers daarvan zorgen nog wel eens voor overlast. Voorlichter Paulssen meldt echter dat het met die relletjes best meevalt. “Vertegenwoordigers van drukke kustgemeenten komen zelfs geregeld hier praten, omdat het in Valkenburg allemaal zo goed verloopt. Er is wat meer politie en die doet aan preventie. Die treedt echt meteen op als er iets mis dreigt te gaan. Bovendien hanteert men hier het snelrecht. Gaat iemand over de schreef, dan volgt het definitieve afscheid direct. Geloof me, jong en oud, iedereen kan tot in de kleine uurtjes genieten van de gezelligheid en de sfeer die Valkenburg heeft te bieden. En de Tourdagen zullen dat onderstrepen.”