Toestand in Somalië is "absoluut wanhopig'

NAIROBI, 10 JULI. Tienduizenden Somaliërs zullen binnenkort de hongerdood sterven tenzij de internationale gemeenschap de voedselhulp aan het door droogte en burgeroorlog geteisterde Somalië verdubbelt. De toestand in Somalië is “absoluut wanhopig”.

Dat heeft gisteren de directeur-generaal van het Internationale Rode Kruis, Peter Fuchs, gezegd. “Duizenden mensen sterven elke maand in Somalië. Het is de ergste crisis die ik ooit heb gezien”, zo zei hij gisteren in Nairobi na een bezoek aan Somalië. Volgens Peter Stocker, de leider van de Rode Kruis-delegatie in de Hoorn van Afrika, is de toestand in Somalië “veel afschuwelijker” dan vijf maanden geleden. In maart werd in de hoofdstad Mogadishu een wankel bestand gesloten en kon een begin worden gemaakt met de aanvoer van voedselhulp. De omvang van de hongersnood is echter zo enorm, dat die hulp bij lange na niet voldoende is. Volgens Stocker zijn de afgelopen maanden tienduizenden Somaliërs gestorven, van wie alleen al in Mogadishu 30.000.

Het Rode Kruis heeft tot nu toe dit jaar 78,5 miljoen dollar aan voedselhulp voor Somalië uitgegeven; in de resterende helft van 1992 zal voor nog eens 68,7 miljoen dollar aan hulp worden verleend. Dat is een kwart van de begroting die het Rode Kruis voor deze vorm van hulp ter beschikking heeft. “Een half jaar geleden hebben we gezegd dat in Somalië een ramp staat te gebeuren als grote instanties als het Rode Kruis en de Verenigde Naties niet in staat zouden zijn hun operaties uit te breiden. Dat moment is nu aangebroken,” aldus Stocker.

Op het ogenblik heeft het Rode Kruis in Mogadishu 370 kantines waar twee keer per dag een half miljoen mensen eten krijgen. Voor een half miljoen anderen kan het Rode Kruis bij gebrek aan middelen echter niets doen. “Zij zullen sterven,” aldus Stocker, “tenzij we onze inspanningen kunnen verdubbelen. (Reuter, AFP)