Tijdcapsule in spe: de Brautigan Library

Voor de meeste amateurschrijvers is er maar één ding moeilijker dan het schrijven zelf: gepubliceerd worden. Wereldwijd moeten miljoenen manuscripten door teleurgestelde auteurs diep in een bureaula zijn begraven, vergezeld van een stapeltje brieven die allemaal beginnen met "Tot onze spijt...'

Maar hun levenswerk kan toch bewaard blijven voor het nageslacht. In Burlington, Vermont.

De cynicus zal redeneren dat het percentage papieren rotzooi dat het publiek bespaard is gebleven, vele malen groter is dan het aandeel verguisde meesterwerken. Schrijvers zonder uitgever kunnen dan grimmig-triomfantelijk verwijzen naar het experiment van de bestsellerschrijfster Doris Lessing, die ooit een manuscript onder valse naam naar een hele reeks niets vermoedende literaire redacteuren stuurde, en van iedereen nul op het rekest kreeg.

In het elegante universiteitsstadje Burlington, in de Amerikaanse staat Vermont, kan iedereen voor zichzelf uitmaken hoeveel koren er onder het kaf zit. In het souterrain van een smal houten gebouwtje aan College Street is sinds twee jaar de Brautigan Library gevestigd. Het is de openbaarste bibliotheek ter wereld. Letterlijk iedereen, begaafd stilist of dyslexisch wanhoopsgeval, kan met een of meer titels in de Brautigan-collectie worden opgenomen. Alle werken - poëziebundels, proefschriften, erotica, science fiction-romans, verzamelde brieven, autobiografieën, filosofische bespiegelingen - hebben maar één ding gemeen: ze zijn nooit gepubliceerd. Soms reikte de ambitie van de auteur niet zover dat hij of zij het werk in boekvorm in de winkels wilde zien liggen. Maar meestal gaat het om manuscripten waarin grote en kleine uitgevers herhaaldelijk onvoldoende literaire of commerciële waarde zagen.

De Brautigan-bibliotheek weigert nooit een boek, hoe gewelddadig, pornografisch, politiek incorrect of gewoon puur beroerd geschreven het ook mag zijn. Dus zijn ook de gebundelde boodschappenbriefjes van een huisvrouw uit Idaho in beginsel welkom, of de halfgeletterde epistels van een tienjarige aan zijn oma. Om de kosten en al te onnozele inzendingen te bestrijden, moet de zondagsauteur echter een bijdrage van vijftig dollar per boek meesturen. Bezoekers betalen geen entree, maar kunnen besluiten voor vijfentwintig dollar per jaar lid te worden. Enkele honderden geestdriftigen hebben van die mogelijkheid gebruikgemaakt.

De Brautigan-bibliotheek is opgezet door Todd Lockwood, eigenaar en exploitant van een lokale geluidsstudio waar zowel het Mendelssohn String Quartet als de alternatieve rockgroep Phisch recentelijk CD-opnamen maakte. Het idee voor de opmerkelijke leeszaal is afkomstig uit The Abortion (1966) van de inmiddels overleden counterculture-schrijver Richard Brautigan, vooral bekend door zijn Trout Fishing in America. Burlington lijkt een goede vestigingsplaats voor de Brautigan-bibliotheek: de sfeer is er liberaal en een tikje studentikoos, op een manier die het era van lang haar en ludieke "aksies' in herinnering roept. Brautigan, die overigens in Montana woonde, zou het er best naar zijn zin hebben gehad.

Will Marquess, docent Engels van de universiteit, part-time romanschrijver en een van de trustees van de bibliotheek, is heel content met het licht-archaïsche sfeertje. “Niet alles uit de jaren zestig verdient een sneer. Van de spirit uit die tijd kunnen we best wat meer gebruiken. In de afgelopen tien, vijftien jaar heeft alles zozeer in het teken van de commercie gestaan, dat we blij zijn iets anders te kunnen bieden dan de eenheidsworst van de gevestigde boekenindustrie.”

Zijn geliefde titel in de Brautigan-verzameling: The McNowski Papers, een bundeling ingezonden brieven aan lokale kranten, geschreven door een Burlington-inwoner die, onder het McNowski-pseudoniem, de ultra-conservatieve ijzervreter uithing. Een andere favoriet is - natuurlijk - de derde versie van Marquess' eigen roman, Dear James. “Ik ben alweer een paar versies verder, maar ik vind het een prettige gedachte dat mijn werk nu al voor iedereen toegankelijk is. Vrienden die het willen lezen verwijs ik naar de Brautigan-bibliotheek. Dat is voor mij goedkoper dan dat ik iedereen een dikke stapel fotokopieën in handen moet drukken.”

Todd Lockwoods eerste keus is Einstein Doesn't Throw Dice, een “Kosinski-achtige novelle” van een lokale leraar Engels - niet Marquess - die "heel publikabel' is. Wat dan weer nauwelijks gezegd kan worden van bijvoorbeeld The Ongoing Condition of the Universe, een van de twintig zéér mystieke studies die de bejaarde Albert Helzner uit Massachusetts in de Brautigan-collectie liet opnemen. Ook de poëziebundel Fuck God Slash Satan, waarin Ed McPhillips uit de Bronx in lange strofen tracht aan te tonen dat het opperwezen en de duivel één zijn, zal denkelijk nooit in druk verschijnen. Hetzelfde moet worden gevreesd voor A Life Without Purpoise van de New- Yorker Ray Sikorski. “Ergens in deze bundeling van verhalen, toneelstukken en wat al niet, ligt de zin van het leven”, meldt de auteur in zijn voorwoord. “Ik weet alleen niet wáár; als u het vindt, bel me dan onmiddellijk en geef me het paginanummer door.”

Todd Lockwood verstrekte de Brautigan Library-in-oprichting in 1990 een lening van tienduizend dollar, en wist iedereen te bewegen (bescheidener) geldsommen bij te dragen. Van het geld werden een bindmachine bekostigd, een paar kaartenbakken, wat wervend drukwerk, een kleine verzameling niet bij elkaar passend meubilair, alsook zo'n veertig gezinspotten mayonaise die als boekensteunen dienst doen. Waarom mayonaise? “Dat is het laatste woord van Trout Fishing in America”, verklaart Lockwood opgeruimd. Of de boekensteunen niet bederven? “Daar hebben we wel eens over gespeculeerd, of ze op een dag door het directe zonlicht en de warmte niet zullen ontploffen of zo. Sommige verkleuren al een beetje. We houden ze goed in de gaten.” De oprichter vindt het nog steeds jammer dat het mayonaisemerk Hellman destijds niet te bewegen was tot het sponsoren van de bibliotheek, of tenminste bereid was een doos van de vette etenswaar te doneren. “We moeten elk dubbeltje omdraaien, ziet u.”

Geldgebrek is de reden dat de bibliotheek alleen in het weekeinde geopend is, en dat zelfs dan, wegens te weinig menskracht, de telefoon niet wordt beantwoord. Bellers horen een bandje met de openingstijden en de aansporing om per post contact op te nemen. Een ander gevolg van het krappe budget is dat de kaartenbakken nog niet zijn vervangen door een computer. Voorlopig is dat geen probleem, omdat de openbare verzameling nog maar uit een driehonderd manuscripten bestaat.

Lockwood laat zich door die geringe omvang niet uit het veld slaan. Zijn ambitie is ongebroken: in een folder van de bibliotheek staat te lezen dat de Brautigan Library op een dag de meest uitgebreide collectie Amerikaanse literatuur waar ook ter wereld zal bezitten, en zich dan zal hebben getransformeerd tot “een literaire tijdcapsule die kan rekenen op de belangstelling van toekomstige generaties en historici.”

De tijdcapsule in spe wordt draaiende gehoudende door dertig vrijwilligers die in wisselende ploegjes de bezoekers ontvangen - als die er zijn. Op de koele zondagochtend dat ik me meldde lag het leeszaaltje, ter grootte van een flinke huiskamer, er verlaten bij. Enkele uren later, teruggekeerd om eventuele bezoekers naar hun reactie te vragen, gaapte de leegte nog evenzeer. “Het aantal bezoekers is afhankelijk van het seizoen”, zegt Marquess verontschuldigd. “Bij mooi weer komen in een paar uur, acht of tien mensen. We hebben er wel eens twintig op één dag gehad, maar een dergelijke drukte is uitzondering. Regelmatig zien we een hele dag helemaal niemand. De meeste van onze vrijwilligers vinden dat niet erg. Die zitten gewoon te genieten van de stilte en de sfeer.” Lockwood: “Het gaat ons meer om de kwaliteit dan om de kwantiteit van het bezoek. We krijgen vaak mensen over de vloer die speciaal voor ons vijf of zes uur hebben gereden.”

Is het effect van deze bibliotheek niet dat zij middelmatigheid aanmoedigt? Dat is beside the point, vindt Marquess. “Wij hebben een collectie primitieve schrijfkunst, folk art, die op haar eigen merites moet worden beoordeeld. Uiteindelijk bestaan we misschien wel minder voor lezers dan voor schrijvers. We geven amateur-auteurs iets belangrijks: het gevoel dat iemand hun inspanningen op prijs stelt. Dat er een plek is waar hun werk bewaard en zelfs gekoesterd wordt, en waar het door iedereen kan worden ingezien.”

Nederlandse zondagsschrijvers zullen één struikelblok moeten nemen: de Brautigan-bibliotheek accepteert alleen Engelstalige manuscripten.

Illustratie Casimir