Stemerdink: coup beraamd in '65 en '74

ROTTERDAM, 10 JULI. Zowel in 1965 als in 1974 is in hoge militaire kringen gesproken over de mogelijkheid van het plegen van een coup. Dat stelt mr. A. Stemerdink, van 1973 tot 1977 staatssecretaris van defensie, vandaag in een artikel in deze krant.

Stemerdink reageert hiermee op de recente uitspraak van ex-minister Luns van buitenlandse zaken, dat hij in 1965 is benaderd door drie of vier generaals die een staatsgreep wilden plegen en hem vervolgens tot minister-president wilden benoemen. De voormalige ministers Duisenberg en Van der Stoel zeiden naar aanleiding van Luns' verhaal, dat “in 1975 of 1976” de toenmalige minister-president Den Uyl door Luns is gewaarschuwd voor een staatsgreep van officieren. Duisenberg noemde het “toch wel heel onwaarschijnlijk dat zoiets zich in tien jaar twee keer zou voordoen”.

Toch is dat wat Stemerdink nu stelt. Maar bij het woord coup moet men volgens hem niet denken aan een klassieke militaire coup, “maar aan het aanwakkeren van een zodanige onrust binnen de krijgsmacht dat als het ware vanzelf de roep om een sterke man zou ontstaan. Deze sterke man, in casu Luns, zou dan via normale verkiezingen het premierschap moeten verwerven”.

Stemerdink plaatst de initiatieven van de hoge militairen tegen de achtergrond van enerzijds de onvrede binnen de krijgsmacht over de reorganisatie van het ministerie van defensie, en anderzijds de discussie over de plaats van Nederland binnen de NAVO.

In maart 1965 zou een aantal hoge militairen zich tot minister van buitenlandse zaken Luns hebben gewend met het verzoek een poging te wagen de formatie van het kabinet-Cals alsnog te doen mislukken, en zich in te zetten voor nieuwe verkiezingen “met uiteraard Luns als lijsttrekker van de KVP”. In 1974 zou “een aantal officieren, in en buiten de dienst” zich weer tot Luns hebben gewend, die toen secretaris-generaal van de NAVO was, “met eigenlijk eenzelfde suggestie als in 1965: Kunt u zich niet aan het hoofd stellen van een politieke beweging die "het rode gevaar' kan keren. Wederom niet op de Spaanse of Griekse manier, maar via het forceren van een kabinetscrisis en daarop volgende verkiezingen”.

Luns had zich volgens Stemerdink in de daaraan voorafgaande jaren “bewust voor de tweede keer tot het kristallisatiepunt van het ongenoegen van de "traditionalisten' binnen de krijgsmacht” gemaakt, door stelling te nemen tegen de defensieplannen van de PvdA, D'66 en PPR, en door invloed uit te oefenen op de formatie van het kabinet-Den Uyl.