Simons verdedigt zijn plan voor ziektekostenverzekeringen; "Het gaat niet om mijzelf'

DEN HAAG, 10 JULI. Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) worstelt allerminst met de vraag of hij het dit najaar in het zoveelste Kamerdebat over zijn plan zal redden. “Ik ben een bestuurder die primair geïnteresseerd is in de inhoud en aanmerkelijk minder in mijn eigen carrière, want ik vind m'n weggetje wel weer”, zegt hij in een vraaggesprek met deze krant, het eerste na zijn dreigement, twee weken geleden, dat hij bij onvoldoende steun voor de stelselwijziging ziektekostenverzekeringen zal aftreden.

Simons: “Ik heb in de Kamer naar voren gebracht - ik zeg dat nog eens heel expliciet - dat ik het van wezenlijk belang vind wat er met de gezondheidszorg gebeurt. En oprecht, veel minder interessant daarbij vergeleken is wat er met Simons gebeurt.”

De staatssecretaris betreurt dat het in politiek Den Haag vaak lijkt te gaan om “ben je voor of tegen iemand”, “pro of contra Simons”. “Waar het mij om gaat, is hoe het verder gaat met de gezondheidszorg in Nederland. Hoe ziet die zorg er in het jaar 2000 uit. Dat is niet een soort opoffering van mezelf, om dat de belangrijkste vraag te noemen. Dat vind ik echt de belangrijkste vraag”, aldus Simons.

Hij meent dat er vóór september overeenstemming zal zijn bereikt over de stelselwijziging ziektekostenverzekeringen. In september verwacht hij volop steun van de CDA-fractie voor de hoofdlijnen van zijn plan. “Op weg naar september komt er nog intensief politiek overleg met beide regeringsfracties. Ook over de concrete maatregelen voor 1994. Ik heb er nog steeds een behoorlijk vertrouwen in dat die kabinetsbrief op hoofdpunten zal worden ondersteund”, zegt de staatssecretaris.

Volgens Simons zal de politieke eensgezindheid pas werkelijk blijken als concrete maatregelen worden voorgesteld. Hij verwacht dat in de discussie over de stelselwijziging bepalend zal zijn, ook voor de CDA-fractie, of de alternatieven voor een verplicht eigen risico voldoende worden geacht. Hij denkt daarbij aan eigen bijdragen, bijvoorbeeld voor hulpmiddelen, te beginnen in 1993. Volgens Simons gaat het veel meer om die discussie dan om een principiële strijd.