Sekseneutraal

In NRC Handelsblad van 8 juli reageert Marga Bruyn-Hundt op mijn bijdrage "Inzake Economie' van 18 juni.

De strekking van mijn stuk was dat de economische theorie over mensen gaat en geen onderscheid maakt tussen vrouwen en mannen. Samengevat: de economische theorie is sekseneutraal. Bruyn meent dat ik ongelijk heb. Haar argumenten zijn: in economische hand- en leerboeken wordt niet evenveel aandacht geschonken aan onbetaalde als aan betaalde arbeid; mensen zijn niet vrij bij de keuze hoe ze hun tijd besteden: voor vrouwen gelden andere randvoorwaarden dan voor mannen. Bovendien somt ze enkele vragen op die emancipatie-economen graag beantwoord willen zien. Welke waarde heeft onbetaalde arbeid? Waarom verdienen vrouwen minder dan mannen voor dezelfde soort arbeid? Waarom is de armoede onder vrouwen groter dan onder mannen, enzovoorts.

Er zijn in onze samenleving nog tal van achterstandssituaties van vrouwen aan te wijzen, die nodig moeten worden opgeruimd. Maar ik schreef over de vraag of de economische wetenschap discrimineert naar sekse.

Inderdaad is het hoogst ongelukkig dat onbetaald werk niet wordt meegeteld in de statistiek van de nationale produktie. Evenzeer als het fout is dat een leefbaar milieu daarin geen plaats krijgt. Maar dat is een gevolg van meetproblemen. Hand- en leerboeken economie, die naast de theorie ook de praktijk belichten, wijzen er wel degelijk op dat dit niet correct is.

De theorie erkent ten volle de betekenis van onbetaalde arbeid en van het milieu voor de behoeftenbevrediging van mensen. Ik denk niet dat Bruyn een hand- of leerboek economie kan aanwijzen waarin wordt beweerd dat onbetaald werk - bijvoorbeeld het thuis bakken van flensjes of het zelf plakken van een fietsband - niet tot de behoeftenbevrediging bijdraagt. Dat een heel belangrijke categorie van het onbetaalde werk - het huishoudelijk werk - in onze samenleving overwegend door vrouwen wordt verricht, is een gevolg van de manier waarop onze maatschappij is ingericht. Dat kun je de economische theorie niet kwalijk nemen. Die zou er niet anders uitzien als mannen het huishoudelijk werk zouden doen. Het is ook niet mogelijk om uit de economische theorie af te leiden dat juist vrouwen en niet mannen het huishoudelijk werk moeten doen.

Dat vrouwen bij de indeling van hun tijd met andere randvoorwaarden worden geconfronteerd dan mannen onderschrijf ik graag. Maar ook dat is weer een kwestie van inrichting van de samenleving. Hetzelfde geldt voor de vraag waarom vrouwen nog vaak worden onderbetaald.

Bruyn heeft het niet over de economische theorie maar over een aantal maatschappelijke misstanden. Daarover kun je een nuttig congres houden, ook zonder de theorie discriminatie te verwijten.