Rotterdamse mariniers niet vervolgd

ROTTERDAM, 10 JULI. De mariniers die op 22 juni in actie kwamen tegen verslaafden op het Centraal Station in Rotterdam worden niet strafrechtelijk vervolgd. Van strafbare feiten is niets gebleken. Dit heeft de persofficier van justitie in Arnhem vanmorgen bekendgemaakt.

Van de groep van ongeveer honderd man, die naar het station trok om de verslaafdenopvang Perron 0 "schoon te vegen', zijn 29 mariniers als verdachten aangemerkt. Zij werden verdacht van (poging tot) openlijke geweldpleging of bedreiging. Uit de verhoren en het onderzoek door de Koninklijke Marechaussee is volgens het openbaar ministerie gebleken dat de mariniers geen geweld hebben gebruikt. De aangehouden mariniers - allen uit de Van Ghent-kazerne in Rotterdam - hadden geen slag- of stootvoorwerpen bij zich. Ook is geen aangifte gedaan door verslaafden of hulpverleners van Perron 0.

Het openbaar ministerie erkent dat de mariniers “dankzij het doortastend optreden van een hoofdinspecteur van de politie in Rotterdam niet zijn toegekomen aan hun voornemen de omgeving van het CS schoon te vegen”. De hoofdinspecteur loste een waarschuwingsschot, waarna “de groep uiteenspatte”, aldus persofficier mr. J.A. de Koning.

Pag.2: Marine blij met besluit

Uit het onderzoek is gebleken dat het idee een actie tegen de verslaafden bij het station te ondernemen, in de loop van de dag steeds vastere vormen begon aan te nemen. De aanleiding zou zijn geweest dat de vrouw van een van de mariniers was lastiggevallen door verslaafden en dat mariniers in uniform bij het station waren bespuwd.

Onze Haagse redactie voegt hier aan toe: De Koninklijke Marine heeft met instemming het besluit van de officier van justitie bij de Militaire Kamer in Arnhem begroet, aldus een woordvoerder van de marine. Medio augustus zal de marine zelf een huishoudelijk onderzoek afronden over de actie van de mariniers. Een commissie onder leiding van schout-bij-nacht Van Aalst, directeur personeelszaken bij de Marine, analyseert de gebeurtenissen en heeft een aantal mariniers verhoord. Daarbij komt ook de vraag aan de orde of de opleidingen er wel genoeg aan doen om dergelijke acties te voorkomen. Het zou de mariniers duidelijk moeten worden gemaakt dat "eigenrichting' volstrekt onaanvaardbaar is.