Rebellen in zuiden van Soedan sturen aan op afscheiding

NAIROBI, 10 JULI. De Zuidsoedanese guerrillabeweging SPLA heeft deze week haar aanval op de regionale hoofdstad Juba verder opgevoerd. Volgens een SPLA-woordvoerder in buurland Kenia is een kwart van de stad in rebellenhanden. Er zou hevig worden gevochten bij de luchthaven en bij het complex waar de meeste ministeries zijn gehuisvest. De door Nederland gebouwde brug over de Nijl bij Juba zou zijn vernietigd.

Het SPLA praat over 500 gedode regeringssoldaten en 30 slachtoffers aan eigen zijde. Opvallend is dat de Soedanese president Beshir eerder deze week berichten over gevechten bij Juba niet tegensprak. In Khartoum meldde het bureau van de Verenigde Naties een hoog aantal slachtoffers onder burgers door de gevechten in Juba. Sinds begin dit jaar heeft het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) tenminste 13 steden moeten prijsgeven aan de regeringstroepen. De belangrijkste tegenslag was de inname door het regeringsleger van Kaputa bij de Keniase grens. Daarmee is de aanvoerroute voor goederen vanuit Kenia afgesloten voor het SPLA. De rebellenbeweging is voor haar aanvoer nu volledig afhankelijk geworden van Oeganda.

Met de aanval op Juba lijkt het SPLA te willen aantonen nog steeds een aanzienlijke militaire macht te vormen. Uit militair-strategisch oogpunt is de vernietiging van de brug over de Nijl belangrijk. De regeringstroepen die eerder dit jaar stadjes ten oosten van de Nijl veroverden weten zich nu afgesloten van bevoorradingen uit Juba. Bovendien lijkt het SPLA met deze aanval het in juni begonnen vredesproces te willen torpederen.

Eind vorig jaar viel het SPLA in twee facties uiteen. De politieke achtergrond van deze tweespalt was een meningsverschil over het doel van de oorlog. SPLA-leider John Garang heeft altijd gestreefd naar een verenigd, seculier Soedan met meer rechten voor het achtergestelde zwarte/niet-islamitische zuiden. De afgesplitste factie onder leiding van Lam Akol daarentegen wil afscheiding van Zuid-Soedan.

Tijdens de vredesbesprekingen in de Nigeriaanse hoofdstad Abuya in juni maakte de Soedanese regeringsdelegatie duidelijk dat er niet valt te praten over stopzetting van de islamisering van Soedan. De invoering van het islamitische strafrecht sharia is onomkeerbaar, zo meldde ze. Daarop heeft de SPLA-factie van John Garang het streven naar een verenigd Soedan klaarblijkelijk opgegeven. Na de besprekingen in Abuya besloten beide SPLA-facties dat er geen vrede valt te sluiten met Khartoum en dat ze daarom met elkaar vrede moeten sluiten. Ze begonnen onder voorzitterschap van de Keniase Raad van Kerken vredesbesprekingen en besloten van nu af aan gezamenlijk te streven naar zelfbeschikking voor Zuid-Soedan en de aangrenzende gebieden in Noord-Soedan waar zwarte volkeren leven. De oorlog in Soedan gaat nu dus om afscheiding.

Deze nieuwe opstelling van het SPLA heeft inmiddels tot verdeeldheid geleid in het noordelijke oppositiefront tegen het islamitisch-fundamentalistische regime van president Beshir. De Nationaal Democratische Alliantie (NDA), een verbond van de traditionele islamitische partijen, werkt vanuit Egypte tegen Beshir. De SPLA van John Garang sloot zich aan bij de NDA. Alle noordelijke partijen keren zich echter tegen afscheiding van Zuid-Soedan en de deelname van het SPLA in de NDA is daarmee welhaast onmogelijk geworden.