Met de dollar blijft het alsmaar kwakkelen

In de periode van 26 juni tot en met 9 juli 1992 bereikte de Amerikaanse munt op 7 juli zijn (voorlopig?) laagste waarde van dit jaar bij een door DNB geprikte informatieve middenkoers van 1,6870 gulden.

In de markt is de dollar overigens nóg lager geweest. Vorige week wreef menig analyst zich in de ogen toen het werkgelegenheidscijfer over juni over de schermen flitste. In plaats van een toename met zo'n 90.000, waar de verwachting naar uitging, bleek de werkgelegenheid met 117.000 te zijn afgenomen. Het leek een cijfer van een andere planeet. De Fed reageerde vrijwel onmiddellijk met een renteverlaging van 0,5 procentpunt, waarmee zij het disconto op 3 procent bracht. De dollar vloog omlaag, maar wist zich door dekkingsaankopen daarna enigszins te herstellen. Gaandeweg de afgelopen week brokkelde de munt aanvankelijk verder af, om gisteren weer aan te trekken op grond van een licht positief werkgelegenheidscijfertje. Het pessimisme omtrent de vooruitzichten voor de Amerikaanse economie groeit en de G-7 ziet in feite ook geen oplossing voor de trage economische groei. In de VS heeft de Fed zich thans buiten spel geplaatst en de overheidsbegroting biedt geen ruimte voor stimulering. Consumenten en bedrijven zijn druk doende hun schuldpositie te saneren. Alleen de export fungeert nog als moter en zal dat blijven doen, dankzij de lage dollar.

De Bundesbank lijkt voorlopig ook geen krimp te geven. Inflatie en geldgroei zijn daarvoor nog te hoog en overigens moet Europa maar eens goed voelen wat een echt anti-inflatie beleid betekent. Per slot van rekening moet zo'n beleid in de EMU door alle deelnemers gedragen worden, ook wanneer dat conjunctureel niet echt goed uitkomt.

Binnen het EMS was het ook spannend. Het Britse pond kwam onder druk door achtereenvolgens onenigheid tussen Major en Thatcher over de Britse ratificatie van "Maastricht' en vermoedens dat de Bank of England de rente ging verlagen. Dat laatste hangt samen met de omstandigheid dat de Britse economie voor geen meter groeit. De ruimte voor renteverlaging lijkt door de valutamarkten voorlopig volledig weggenomen te zijn.

De Spaanse peseta maakt eveneens moeilijke tijden door. De Spaanse economie groeit aanzienlijk minder dan verhoopt, hetgeen vooral op een slechte ontwikkeling van de overheidsfinanciën terugslaat. Groeiende tekorten op de begroting en de betalingsbalans, naast een hoog blijvende inflatie doen vrezen, dat de Spanjaarden problemen zullen krijgen om aan de convergentiecriteria voor een EMU te voldoen. Bovendien heeft de ongewisheid rond het verdrag van Maastricht, na het Deense "nee', de glans van de peseta ontegenzeggelijk verminderd.

De aanval op de Italiaanse lire werd vorige week vrijdag opnieuw ingezet. Het dwong de Banca d'Italia tot interventies en een disconto-verhoging. De hoofdlijnen van het saneringspakket van de nieuwe Italiaanse regering zijn bekend en houden drastische uitgavenreducties en inkomstenstijgingen in. De maatregelen zullen alleszins pijnlijk zijn voor de Italiaanse bevolking en het is dus maar de vraag, of deze regering, die over een slechts kleine meerderheid in het parlement beschikt, een lang leven beschoren zal zijn.

Bron: Rabobank Nederland/ Directoraat Financiële Markten/Research Management.