Landbouw richt ruimte anders in

DEN HAAG, 10 JULI. Naast de perikelen rond de financiering van het Plan Simons, de lerarensalarissen en twee-gevangenen-in-één-cel, vergadert de ministerraad dezer dagen ook over extra geld voor natuurbeleid. Een thema dat nog niet veel aandacht heeft getrokken, maar dat de menig Nederlander, zeker op het platteland, direct aangaat.

Het betreft elementaire vragen als waar en hoeveel nieuwe bossen moeten worden aangelegd, waar en hoeveel moerassen er moeten komen, waar boerenbedrijven moeten verdwijnen, waar in de Randstad groene stroken moeten worden aangelegd voor recreatie, waar cultuurhistorisch landschap extra dient te worden beschermd.

Een en ander wordt vastgelegd in het zogenoemde "Structuurschema Groene Ruimte', een lijvig boekwerk waar het ministerie van landbouw, bijgestaan door het ministerie van VROM, nu anderhalf jaar aan werkt en dat, als het niet al te veel gehavend door het kabinet komt, begin september officieel wordt gepresenteerd.

In het structuurschema wordt aangegeven hoe landelijk Nederland er de komende twintig jaar moet gaan uitzien. Het schema vormt de ruimtelijke uitwerking van een groot aantal nota's en plannen die het ministerie de afgelopen jaren produceerde - zoals de structuurnota landbouw, het natuurbeleidsplan, kiezen voor recreatie, het meerjarenprogramma bosbouw, de beleidsnota landschap en de structuurnota kust- en zeevisserij.

Het kabinet buigt zich nu met name over de financiering van het structuurschema. Landbouw komt volgend jaar vijftig miljoen gulden tekort bij de uitvoering van de plannen, het jaar daarop 150 miljoen, oplopend tot 170 miljoen in het jaar 2014. Natuurbeschermingsorganisaties zijn niet gerust op de afloop van het kabinetsberaad, zo blijkt uit een brandbrief die ze eerder deze week aan premier Lubbers stuurden.

Tot de belangrijkste thema's van het structuurschema horen de zogenoemde strategische groenprojecten. Het gaat daarbij om zestien gebieden (van 1000 tot 3.500 hectaren) waar Landbouw extra aandacht wil geven voor natuurontwikkeling en in enkele gevallen recreatie: Midden-Groningen, Zoetermeer-Zuidplas, Grote Wielen-Oude Venen, Grensmaas, Noordelijke Vechtsreek, Gelderse Poort, Wieden-Weerribben, Eiland van Dordrecht/Sliedrechtse Biesbosch, Bergen Schoorl, Westelijke Zaanstreek, Haarlemmermeer, Vinkeveen-Nieuwkoop, Peelvenen, Beerze-Reusel, Utrecht, en Landgoederenzone Haaglanden (zie kaartje).

De regio's bestaan uit bos, recreatieterrein en natuurgebied. De vier gebieden waar Landbouw totaal 8.500 hectare moeras wil ontwikkelen, vallen onder deze strategische groenprojecten. Landbouw wil de projecten binnen vijftien jaar realiseren. De rijksoverheid moet daartoe versneld grond aankopen van particulieren, zo staat in het structuurschema. In de periode 1994-2014 is per jaar 245 miljoen gulden nodig voor deze grondverwerving, 50 miljoen voor inrichting van de groengebieden en 20 miljoen voor beheer van de gebieden.

Landbouw heeft voor grondverwerving nu jaarlijks 125 miljoen beschikbaar. De benodigde 50 miljoen voor inrichting zal via herschikking van de begroting vrijgemaakt moeten worden. Rest een tekort van 120 miljoen gulden op jaarbasis.

Een tweede aandachtsgebied van het Structuurschema Groene Ruimte vormen de "waardevolle cultuurlandschappen'. Gebieden waar grootschalige landbouwontwikkeling goeddeels achterwege is gebleven en waar het landschap in belangrijke mate wordt bepaald door kleine boerderijtjes, kleine percelen omzoomd door bomen, met veel lanen, paden en zandwegen.

“Waardevolle Cultuurlandschappen zijn multifunctionele gebieden met uitzonderlijke natuur- landschaps en recreatiewaarden, die in hoge mate samenhangen met het landbouw- en bosbouwkundig grondgebruik”, staat in het structuurschema. De ontwikkeling van landbouw, natuur, landschap, recreatie en bosbouw zijn in deze gebieden tot nog toe onvoldoende op elkaar afgestemd. Landbouw wil hier tot een “geïntegreerde en gebiedsgerichte aanpak” komen. Het departement streeft daarbij naar een “duurzame landbouw die nadrukkelijk de rol vervult van de beheerder van de groene ruimte”.

In het structuurschema worden tien "waardevolle cultuurlandschappen' geselecteerd: in Zuid-West Friesland, Noord-Drenthe, Vecht-Regge, Noordoost-Twente, Graafschap, Winterswijk, Veluwe, Waterland, Midden-Brabant en Midden Limburg.

Voor de ontwikkeling van deze gebieden is, blijkens het structuurschema, jaarlijks 45 miljoen gulden nodig, waarvan 10 miljoen voor provincies en gemeenten. Het geld zal worden ingezet voor onder meer herstructurering van de landbouw en voor intensivering van het landschapsonderhoud. Landbouw komt evenwel 30 miljoen gulden per jaar tekort. Opgeteld bij de 120 miljoen die het jaarlijks nog nodig heeft voor strategische groenprojecten komt het departement vanaf 1994 minimaal 150 miljoen per jaar tekort voor de uitvoering van het Structuurschema Groene Ruimte. Het is nu afwachten hoe belangrijk de ministerraad het Nederlands natuurbeleid vindt.