Italiaanse minister op toernee voor melkveehouders

DEN HAAG, 10 JULI. Als een advocaat reist de kersverse Italiaanse minister van landbouw, Giovanni Fontana, langs EG-hoofdsteden om voor de melkveehouderij van zijn land te pleiten. Hij was tot voor kort (behalve enthousiast amateur-wielrenner) ook werkelijk advocaat en is sinds zijn benoeming tot minister eind vorige maand meteen in het diepe van een conflict met EG-collega's gegooid. Hij kan niet anders dan begrip tonen voor degenen die hem niet zomaar willen geven wat hij vraagt. Maar dat weerhoudt hem er niet van aan te dringen op begrip voor zijn positie en dringend te verzoeken Italië de kans te geven een situatie te herstellen die premier Lubbers als “frauduleus” heeft getypeerd.

Gisteren was Fontana in Den Haag bij zijn collega Bukman, op doorreis naar Londen, na bezoeken aan Europees commissaris MacSharry in Straatsburg en aan Luxemburg. Bij Bukman kreeg hij voorlopig geen poot aan de grond. Nederland wil niet meewerken aan de verhoging van het melkquotum van Italië. Voordat ergens over gepraat kan worden, moet Italië eerst maar eens serieus de superheffing invoeren. Nederland is wat dat standpunt betreft in gezelschap van Groot-Brittannië, Denemarken en België, sinds werd ontdekt dat Italië zich nooit iets heeft aangetrokken van de superheffing, die de Nederlandse boeren sinds 1984 zo'n 800 miljoen gulden heeft gekost.

Fontana heeft er begrip voor dat Bukman het moeilijk tegenover de Nederlandse melkveehouders kan verkopen dat hij zijn fiat zou geven aan een verhoging van het Italiaanse melkquotum met tien procent, nadat zij jarenlang voor de superheffing zijn opgedraaid en hun Italiaanse collega's er altijd aan zijn ontsnapt. Daar tegenover stelt Fontana dat de Italiaanse boeren niet klaar staan om voor hem te applaudisseren als hij honderdduizenden koeien naar het slachthuis laat sturen. Hij zegt Italië in het Europese zuivelgareel te willen brengen, als de Europese collega's hem maar de kans geven om dat zo te doen dat hij zijn boerenachterban in de hand kan houden.

Twee weken ministerschap hebben Fontana van de gedachte afgebracht dat hij op korte termijn zijn EG-collega's ertoe kan krijgen in deze omstandigheden eensgezind Italië toch een verhoging van het melkquotum te gunnen. Die verhoging, tien procent op de huidige toegestane produktie van negen miljoen ton per jaar, wil Fontana gebruiken om voor de Italiaanse boeren de pijn te verzachten van invoering van de superheffing meer dan acht jaar na dato. Op het ogenblik produceert Italië 11,5 miljoen ton melk per jaar, dus er valt in ieder geval iets pijnlijks te incasseren.

Fontana gaat ervan uit dat het verzet tegen de Italiaanse wensen afneemt als zijn land maar eenmaal goede wil heeft getoond. Daarom heeft hij allereerst een ontwerpwetsdecreet voor invoering van de superheffing laten maken. Dat wordt binnen enkele dagen gepubliceerd. Maar garanderen dat het melkquotasysteem binnen een jaar wordt ingevoerd - met alle noodzakelijke controles - wil hij niet. Fontana wil enkele jaren de tijd en heeft daarvoor het argument dat ten minste 400.000 Italiaanse koeien geslacht moeten worden, wat binnen een jaar tot een volledige verstoring van de rundvleesmarkt zou leiden.

Fontana wil ook van de dreiging af van een boete van zo'n zes miljard gulden van de Europese gemeenschap wegens het ontduiken van de melkquota in de afgelopen jaren. Over de vraag hoe het kon gebeuren dat Italië zich nooit aan de melkquota hield wil hij niet praten, hij kijkt liever naar de toekomst waarin de problemen opgelost worden. Hij somt argumenten op die de Italiaanse positie begrijpelijk moeten maken. Het Italiaanse bureau voor de statistiek, Istat, zou in 1983 een onjuist laag cijfer over de toenmalige Italiaanse melkproduktie hebben gegeven. Hij spreekt echter niet tegen dat Istat er om bekend staat onbetrouwbare cijfers af te leveren. Hij wijst erop dat Italië anders dan andere EG-landen meer melk importeert dan het produceert. Dat was begin jaren tachtig een argument dat Italiaanse boeren gebruikten om tegen melkquota te protesteren en dat toen door de Italiaanse regering als niet ter zake doende werd afgewezen.

Minister Bukman heeft Fontana verteld dat hij er ook in de toekomst niet over wil denken om mee te werken aan een verhoging van het Italiaanse melkquotum. Als Italië eerst eens de superheffing invoert, dan wil hij alleen praten over oplossingen voor de problemen die dat voor de melkveehouderij met zich mee brengt. Maar instemmen met verhoging van de toegestane Italiaanse produktie zou volgens Bukman slechts leiden tot gespannen reacties van de Nederlandse melkveehouders.

Fontana zegt dat hij zijn Europese collega's gaat tonen dat Italië serieus is met het nemen van maatregelen. Als iedereen dat gezien heeft, kan de vraag van de verhoging van het melkquotum alsnog worden beantwoord. Voor het overige wil hij wel kwijt dat Nederland natuurlijk niet moet doen alsof het uitsluitend te lijden heeft van Italië gezien het royale Nederlandse handelsoverschot van 7,2 miljard gulden.