Frans danstheater met herinneringen aan Hongarije; Een overdaad aan invallen

Voorstelling: Les Echelles d'Orphée, door Théâtre Jel. Choreografie: Josef Nadj; Muziekcompositie: Stevan Kovacs Tickmayer, uitgevoerd door de componist en Laura Leväi-Aksin, Branislav Aksin, Sasa Dragovic, Stéphane Gautier, Nikola Srdic, Milan Vrsajkov; decor: Goury; kostuums: Katherine Rigault; licht: Rémi Nicolas. Gezien: 9/7 Stadsschouwburg, Amsterdam. Aldaar: t/m 11/7.

De Amsterdamse Stadsschouwburg brengt onder de titel Julidans een internationaal zomerprogramma van vier theatrale dansprodukties. Na de Britse groep DV8 Physical Theatre - waarvan de voorstelling Strange fish reeds te zien was tijdens het Springdancefestival in Utrecht - brengt het Franse gezelschap Théâtre Jel de Nederlandse première van Les Echelles d'Orphée (De ladders van Orpheus), in choreografie van Josef Nadj.

Nadj is geboren in Kanizsa, een Hongaars dorp dat werd ingelijfd door Joegoslavië. Hij deed aan worstelen en volksdansen, bezocht de kunstacademie en studeerde later in Boedapest kunstgeschiedenis en musicologie. In 1980 vertrok hij naar Parijs en nam daar les bij de meesters van de mime Etienne Decroux en Marcel Marceau. Zijn danservaring deed hij op bij choreografen als Mark Tompkins, François Verret en Catherine Diverres. Springdance presenteerde zijn werk in 1988 (Canard Pekinois) en in 1989 (Sept peaux de rhinocéros).

Les Echelles d'Orphée zou eerst Les Chants de Wilhelm gaan heten, naar het gelijknamige gedicht van de Hongaar Otto Tolnay. Naast dit literair gegeven zijn Nadj' jeugdherinneringen echter belangrijker. Zoals de amateurvoorstelling van het brandweerkorps in zijn geboortedorp, dat het blussen afwisselde met het musiceren of acteren in de vrije uren. In Les Echelles d'Orphée zijn hel en hemel dan ook nauwelijks gescheiden.

De decorontwerper Goury plaatst op het toneel een eenvoudig theater. Waarschijnlijk heeft hiervoor het multifunctioneel gemeenschapshuis in Nadj' geboortedorp model gestaan. Het is meer een houten schuur waarin een verhoging dienst doet als toneel, waarop weer een toneel staat opgesteld. Het is een geheimzinnige ruimte waarin dingen opduiken en verdwijnen door openklappende luiken, onvermoede deuren en verhullende gordijnen. Goury's ontwerp is geraffineerder en theatraler dan het werk van bij voorbeeld de Nederlander Rieks Swarte.

Als kind moet Nadj filmkomieken als Charlie Chaplin, Stan Laurel en Oliver Hardy hebben gezien. De door hen gebruikte gimmicks zijn uitvergroot terug te vinden in deze voorstelling. Alle handig- en onhandigheden met wandelstokken en ladders, het vallen en vangen, het stuiteren of glijden zijn door Nadj op een bijzonder knappe manier toegepast. Maar hier werken de misstanden echter niet komisch. Over elke omslag in de situatie ligt een waas van tragiek.

Waar Les Echelles d'Orphée echter aan te gronde gaat is de overdaad aan invallen. Nadj heeft een cocktail samengesteld van brechtiaans theater, commedia dell'arte, grand guignol en circus. Daarmee schiet hij zijn doel voorbij. Een zelfde onmatigheid is aanwezig in de compositie van Stevan Kovacs Tickmayer. Bovendien vormt de muziek slechts een enkele keer een eenheid met de voorstelling. Het is jammer dat ondanks alle talent, kennis en inzet van de tien mimespelers deze voorstelling te weinig sprankelt.