Export "overlegmodel' flopt door geldgebrek

ROTTERDAM, 10 JULI. De export van het Nederlandse "overlegmodel' naar Oost-Europa is mislukt. De Willem Reynaerts Stichting, twee jaar geleden speciaal opgericht met het doel Oost-Europa te adviseren over sociale aspecten van de markteconomie, staakt haar activiteiten. Het bestuur besloot gisteren tot “een slapend bestaan” voor de stichting, in afwachting van betere tijden.

De stichting werd na de val van de Muur opgezet door wetenschappers, werkgevers (NCW en VNO) en werknemers (CNV en FNV). De bedoeling was in Oosteuropese landen maatschappelijke organisaties te adviseren en te steunen bij het uitstippelen van sociaal-economisch beleid. Stimuleren van geregeld overleg tussen regering, werkgevers en werknemers, naar analogie van de formule waarmee in Nederland na de oorlog succes werd geboekt, gold daarbij als leidraad.

“We lopen stuk op de financiering”, zegt voorzitter prof.dr. W. Albeda van de stichting. Noch de Nederlandse regering, noch Oosteuropese regeringen willen geld steken in projecten die de stichting wil entameren. “We hebben Tsjechoslowaken op bezoek gehad en die zeiden: "liberalisering betekent markt en vrije concurrentie; aan de fase van sociale begeleiding, opbouw van vakorganisaties, training van kaderleden, overleg over arbeidsvoorwaarden zijn we nog niet toe'. Terwijl ik juist zou zeggen dat die dingen wezenlijk zijn, ook tijdens de omschakeling naar een markteconomie”, aldus Albeda. Hij is “teleurgesteld” in de opstelling van de Nederlandse regering. Nederland subsidieert wel projecten in Oost-Europa, maar laat zich daarbij leiden door de wensen van Oosteuropese regeringen. “Die geven geen prioriteit aan het op poten zetten van een infrastructuur voor overleg over het sociaal-economische zaken.”

Er was in met name Middeneuropese landen als Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije wel animo voor het initiatief, zegt secretaris dr. M.J.W.M. Akkermans van de stichting, maar het ontbrak aan geld. “Ze willen in Oost-Europa dan wel het kapitalisme invoeren, maar welk kapitalisme? Wij wilden ze het Noordwesteuropese type kapitalisme, zeg maar dat van de sociale markteconomie, voorhouden, omdat daar volgens ons goede kanten aanzitten. Over de positieve en negatieve ervaringen die ermee zijn opgedaan bestaat hier veel kennis en informatie. Die kun je overdragen, zodat niet iedereen opnieuw het wiel uit hoeft te vinden. Neem de gecoördineerde wijze waarop bij ons de steenkolenmijnen zijn gesloten. Wat we daarover vertelden vonden ze steevast boeiend en fantastisch, maar tegelijkertijd utopisch.”

De stichting, genoemd naar de enkele jaren gelden overleden oud-NKV-medewerker en latere hoogleraar arbeidsverhoudingen W.H.J. Reynaerts, zou volgens Albeda en Akkermans een jaarbudget van tussen de anderhalf en twee ton nodig hebben om door te kunnen gaan. De werkgevers- en werknemersorganisaties, waarvan het NCW overigens kort na de start afhaakte, vinden het niet op hun weg liggen dit bedrag te fourneren. “In afwachting van andere geldschieters kiezen we voor een slapend bestaan”, zegt Akkermans.