De grote agressie die spreekt uit felle t-strepen

In de serie handschriften vandaag een aflevering over de wetenschap die zich bezighoudt met het zielkundig interpreteren van iemands handschrift: de grafologie. Er is aldus de grondlegger van die wetenschap Ludwig Klages maar één beweging van de mens, die in het ogenblik van haar ontstaan gefixeerd wordt: de schrijfbeweging.

Grafologie is de studie van de samenhang tussen handschrift en persoonlijkheid.

De eerste in schrift vastgelegde grafologische analyse is voor zover bekend afkomstig van de Romeinse auteur Suetonius. Over keizer Augustus schreef hij: “De Keizer schrijft de lijnen zo dicht bij elkaar dat hij soms de laatste woorden onder de schrijfmarge moet plaatsen. Hij scheidt zijn woorden niet en draagt geen letters over naar de volgende lijn. In de plaats daarvan zal hij nog een woord onder het laatste woord van een regel schrijven. Dit is kenmerkend voor zijn eerzucht.”

In Nederland hebben volgens de Nederlandse Vereniging voor Grafologie en Schriftexpertise (NVGS) vijftig grafologen een praktijk. Zij hebben een vierjarige opleiding gevolgd en zijn lid van de Orde van Praktiserende Grafologen (OPG). Hun werkwijze is als volgt: op verzoek en tegen betaling maken ze van een handgeschreven tekst een analyse, geven van dit handschrift een interpretatie en doen uitspraken over het karakter van de schrijver. De grafologie wordt op dit moment vooral gebruikt bij het selecteren van sollicitanten in het bedrijfsleven.

Als grondlegger van de moderne grafologie wordt wel beschouwd de Duitse filosoof en psycholoog Ludwig Klages (1872-1956). Zijn hoofdwerk, Handschrift und Charakter uit 1916, is omvangrijk en erg gedetailleerd, maar zijn boek Einführung in die Psychologie der Handschrift uit 1924, zes jaar later in het Nederlands vertaald onder de titel De zielkundige betekenis van het handschrift, is toegankelijker. Hierin houdt Klages een overtuigend pleidooi voor de grafologie:

“Loop, wisseling der gelaatstrekken, handgebaren, tongval en wijze van spreken, lichaamshouding: dat alles wisselt van ogenblik tot ogenblik; en wie daarop een wetenschap van de karakters zou grondvesten, zou zich vóór alles op zijn geheugen aangewezen zien en daardoor blootgesteld zijn aan talloze herinneringsfouten. Hij zou moeten afzien van de onvermijdelijke voorwaarde, die voor iedere vaststelling van streng bindende feiten nodig is: namelijk, dat het voorwerp van onderzoek òf voortdurend aanwezig òf ten behoeve van de onderzoeking naar believen tevoorschijn te roepen is. Daarentegen is er maar één en alleen maar één beweging van de mens, die in het ogenblik van haar ontstaan gefixeerd wordt, voor jaren en zelfs voor eeuwen, namelijk de schrijfbeweging.”

Men zou hieraan nog kunnen toevoegen dat mensen zich in het handschrift van een argeloze kant laten zien, doordat ze over het algemeen meer op de inhoud van het geschrevene letten dan op de vorm. Wie immers houdt tijdens het schrijven van een brief rekening met de druk van de pen op het papier, de helling van het schrift, de lengte van de onder- en bovenlussen, de dikte van en de verbindingen tussen de letters, de hoekigheid en de snelheid, de guirlandes, de breedte van de marge, de grootte van de handtekening, etcetera?

Uit al deze kenmerken leidt de grafologie de persoonlijkheid van de schrijver af. Er bestaat een boek, Les mystères de l'écriture, van Jean Hyppolyte Michon (1806-1881), waarin elke handschrifteigenaardigheid is verbonden met een karaktereigenschap. Ikzelf kreeg na een handschriftanalyse van het Grafologisch Advies Bureau Drossaart van Dusseldorp in Den Haag te horen dat ik een gecompliceerd karakter heb en dat ik graag gelijk krijg. Bij de analyse was het Compendium graphologie van T.M. Halbertsma geraadpleegd, en verder was gebruik gemaakt van een grafogram ontworpen door J. Kerkhoff en H.C. van de Poel, die zich baseren op de theorieën van de Nederlandse filosoof en psycholoog Gerard Heymans (1857-1930).

Veel oordelen van grafologen hebben een scherpe, besliste toon. Manuel van Loggem omschrijft in zijn boek Handschrift en karakter omschrijft het gebrek aan snelheid in het handschrift van Hendrik de Vries als een uiting van bedachtzame schuwheid, hij acht het handschrift van Vestdijk typerend voor iemand die lijdt aan depressies, en hij staat uitgebreid stil bij Han van Meegeren, wiens t-strepen fel en ongeduldig zijn neergezet, met grote druk en weerhaken aan het begin; hieruit spreekt een grote agressie, kwaadaardigheid en wreedheid.

Hoe nuchter klinkt bij al dit psychologische geweld de dialoog die Erasmus over het handschrift schreef, waarin hij een praktische visie ontvouwt: “Want een slecht handschrift heeft hetzelfde nadeel als een onjuiste spelling. Schrijf een rede van Cicero in gotisch schrift en je zult denken dat het buitenlands is en barbaars. Het verliest, als het zo geschreven is óf z'n elegantie, óf de lezer verwerpt het, óf wordt totaal uitgeput. (-) Want een sierlijk handschrift is net als een mooi schilderij; het is een genot op zichzelf; een genot niet alleen voor de schrijver maar ook voor de ontvanger.”

Een bezwaar dat wel tegen de grafologie wordt ingebracht is dat men zijn handschrift naar believen kan veranderen. Maar het is zeer moeilijk om een in de loop der jaren ontwikkeld handschrift op essentiële punten te wijzigen, en zelfs wanneer iemand daarin zou slagen, kan dat voor grafologen niet verborgen blijven. Klages: “(-) het is juist de handschriftverdraaiing, die, verre van de ontleding onmogelijk te maken, het resultaat ervan veeleer verrijkt. Wanneer zij maar eerst als zodanig herkend is, laat zij ons namelijk de wensen kennen, die de schrijver tot de verandering van zijn oorspronkelijk schrift bewogen hebben, en opent onschatbare inzichten in de gesteldheid eendeels van zijn smaak, anderdeels van zijn zucht, om zich op het een of andere gebied te doen gelden! De geschoolde beoordelaar zou er zeker niet over verheugd zijn wanneer hij de gestyleerde handschriften moest missen!”

Samenvattend: de grafologie is op haar best een sublieme vorm van psychologie en op haar slechtst vleierij.