Canada; Een cadeautje voor allen

Twee jaar geleden leek de Canadese federatie haar ondergang tegemoet te gaan. Op het laatste nippertje hadden de negen in meerderheid Engelstalige provincies een ingewikkeld plan van premier Brian Mulroney afgewezen om het overwegend Franssprekende Québec met de rest van Canada te verzoenen. Als een beledigde jonkvrouw keerde Québec, dat Mulroneys plan als een volstrekt minimum beschouwde, zich daarop van de federatie af.

Al sinds 1990 boycot de premier van Québec, Robert Bourassa, het constitutionele overleg van de provinciale regeringsleiders. Het parlement van Québec bepaalde intussen dat er vóór 26 oktober van dit jaar een referendum moet worden gehouden over de vraag of de provincie bij Canada blijft.

Toch gloort er in het 125ste jaar van de federatie hoop dat Canada voor uiteenvallen kan worden behoed. In afwezigheid van Québec zijn de premiers van de negen andere provincies er deze week na langdurige onderhandelingen in geslaagd een akkoord te bereiken dat alle partijen, inclusief de hypergevoelige Québecois, tevreden lijkt te stellen.

De minister van constitutionele zaken, Joe Clark, sprak prompt van een historische dag. Door schade en schande wijs geworden liet Mulroney vanuit München, waar hij de ontmoeting van de grootste zeven industrielanden bijwoonde, slechts weten dat hij de ontwikkeling “bemoedigend” vond.

Het compromis dat nu uit de bus is gerold is een wonderlijk allegaartje dat voor elk wat wils bevat. Alle partijen die zich de afgelopen jaren luid genoeg over iets hebben beklaagd krijgen nu een cadeautje. Om te beginnen verwerven de Québecois in de nieuwe grondwet hun al zo lang begeerde status van "afzonderlijke samenleving'. Twee jaar geleden beschouwden veel Engelstaligen dit nog als een onaanvaardbare voorkeursbehandeling.

Verder zal Québec, evenals trouwens de andere provincies, een vetorecht krijgen wanneer het gaat om wijzigingen in federale instellingen, zoals het parlement. Het krijgt echter geen absoluut veto in alle constitutionele kwesties.

Voor de provincies in het verre westen en de kleine staatjes in het oosten is er een ingrijpende hervorming van de Canadese Senaat opgenomen. Tot nu toe was die een betrekkelijk onbetekenende instelling met 104 leden die door de premier waren aangewezen. De grootste provincies - Ontario en Québec - hadden er verreweg de meeste stemmen, elk 24. In de nieuwe opzet wordt de Senaat gekozen en krijgt elke provincie acht zetels in de Senaat. De uiterst dun bevolkte Yukon en de Noordwestelijke Gebieden kunnen elk op twee zetels rekenen. De bevoegdheden van de Senaat worden uitgebreid. Ter compensatie zullen de grote provincies enkele extra afgevaardigden krijgen in het Lagerhuis. Voor Québec is het wel even slikken om deze hervorming te aanvaarden.

De eskimo's en indianen, die de afgelopen jaren via spectaculaire acties duidelijk maakten dat ze geen genoegen namen met een ondergeschikte rol, verwerven in het pakket het recht op zelfbestuur. Dit geldt ook voor de indianen en eskimo's (of Inuit zoals ze zichzelf noemen) die buiten reservaten wonen. Hoe aan dit recht precies vorm moet worden gegeven is nog niet duidelijk, maar het betekent in elk geval een belangrijke overwinning voor hen. Ovide Mercury, opperhoofd van de zogeheten Assembly of First Nations, omschreef de 598 Indiaanse en eskimo-groepen al als de eigenlijke winnaars van het constitutionele debat.

De hervormingen voorzien verder in een overdracht van het cultureel beleid, huisvestingszaken, toerisme, bosbouw, mijnbouw en tal van andere zaken uit de federale hoofdstad Ottawa naar de provincies. Daarnaast zullen veel interne economische barrières tussen de provincies uit de weg worden geruimd.

De premiers lijken de federatie wel te willen bewaren maar in grotendeels uitgeklede staat. Mulroney, wiens populariteit al enkele jaren nauwelijks boven de 15 procent uitkomt, kan weinig uitrichten tegen deze ontwikkelingen. Hij zal al blij zijn als hij de Canadese federatie tenminste kan bewaren.

Of dit lukt, is intussen nog onzeker. Allereerst moeten de federale en provinciale parlementen de zaak goedkeuren, ook in Québec. Bourassa zei gisteren dat de Engelstalige provincies “belangrijke vooruitgang” hadden geboekt ten opzichte van twee jaar geleden maar hij zei dat een deel van de voorstellen “lastig te verkopen” zou zijn aan Québec. De eigenzinnige Québecois hebben deze herfst bij hun referendum in elk geval het laatste woord.