"Bungelaars' plaag voor brugwachter

DELFT, 10 JULI. Bij mooi weer tuurt de Delftse brugwachter N. Nederpel angstig op zijn monitors voordat hij de vijfhonderd meter verderop gelegen Plantagebrug over het Rijn-Schiekanaal opent. Bungelen er geen zwemmende kinderen aan de brug? Ligt er niet, zoals vorige week, een psychiatrische patiënte met haar hoofd tussen de scharnieren van de brug om zelfmoord te plegen?

Vanuit het raam van Nederpels brugwachtershuisje op de Koepoortbrug is de Plantagebrug maar net te zien. “Het enge is dat je geen contact hebt met de mensen op de brug”, zegt Nederpel. De buurtkinderen die in het kanaal zwemmen weten dat de Plantagebrug niet bemand is. Ze gebruiken de balustrade van de open brug als ladder, of laten zich door de slagbomen omhoog tillen. Populair zijn ook wedstrijdjes met als inzet wie het langst onder de klep van de zich sluitende brug durft te blijven staan. “Op de monitor kan ik niet zien of ze zijn weggesprongen of zijn fijngemalen door de brug”, aldus Nederpel.

Hij is een paar weken geleden op een vergadering van het brugwachtersdistrict opgestaan om te protesteren tegen een verdere uitbreiding van het aantal op afstand bediende bruggen. “Toen vertelden ineens heel veel collega's dat ze problemen hebben met zwemmertjes. De spelletjes zijn niet nieuw, het probleem is dat er steeds meer onbemande bruggen komen.”

De eerste op afstand bedienbare brug in Zuid-Holland verscheen in 1977. Om te bezuinigen op personeelskosten zijn sinds die tijd veertien van de 51 provinciale bruggen aan elkaar gekoppeld. Een brugwachter heet nu "operator' en bedient met knoppen, monitoren en een geluidsinstallatie verscheidene bruggen.

“Bij de provincie vinden ze dat de mensen zelf maar moeten opletten als de brug opengaat. Volgens hen is het net zoiets is als een spoorwegovergang”, zegt Nederpel. “Maar vlak bij de Plantagebrug staan een school, een psychiatrische inrichting en een tehuis voor zwakzinnigen. Laatst ging een zwakzinnige over de reling staan kijken terwijl de brug al omhoog ging.”

De zwemmertjes bezorgen hem de meeste zorgen. “Als het mooi weer is zwemmen er wel dertig, veertig kinderen. Wanneer ik ze door de geluidsinstallatie waarschuw, vinden ze dat alleen maar mooi. Ze weten toch wel dat ik niet bij ze kan komen. Ik kan op een noodstop drukken, maar dan gaat de brug zeker nog een halve meter door. De grote schepen die hier varen, kunnen ook niet zomaar stoppen, dus grote kans dat die tegen de brug aanvaren als je op de knop drukt. Dan heb ik het gedaan”, aldus Nederpel.

Een collega-brugwachter zit al maanden overspannen thuis. “Siem ziet zwemmers”, zegt Nederpel. “Hij zat de hele dag op die monitor te kijken, hij werd er gek van. Vorige zomer luisterde ik altijd naar het KNMI. Als het mooi werd, nam ik vrij. Nu kan ik mijn snipperdagen niet eens opnemen omdat er te veel zieken zijn.”

Ook de agressie van automobilisten en schippers gaat de brugwachters steeds meer parten spelen. “Laatst stond hier weer een automobilist die me in elkaar wilde slaan. En de schippers willen ook dat je voor ze rent.” Met geaffecteerde stem immiteert hij een jachteigenaar: “Brogwachter, leg je te slape?” Een woordvoerster van de provincie moet het beamen: “brugwachters hebben niet meer het luizebaantje van vroeger.”