Bontempi laat zich de nek niet breken door bandieten

WASQUEHAL, 10 JULI. Hij draagt de bijnaam "de Buffel', die doet vermoeden dat Guido Bontempi een man van geweld is. Maar de rijzige boerenzoon uit Gussago, nabij Brescia, is in werkelijkheid een broze persoonlijkheid. De gigantische erelijst die de Italiaan in zijn elfjarige loopbaan als beroepswielrenner bijeen fietste, dankt hij vooral aan zijn krachtige, altijd stijlvolle sprint. Bontempi is geen renner van gooien en smijten, hij rekent op zijn pure snelheid. Maar sinds de "bandieten', zoals hij ze noemt, de dienst uitmaken, heeft hij een andere wijze van finishen gekozen. Hij riskeert op de eerbiedwaardige leeftijd van 32 jaar zijn leven niet meer en gaat op de solotoer. Met bijna evenveel succes.

Bontempi, aimabel als een Italiaan, glimlachte veelbetekend toen hij gistermiddag na zijn indrukwekkende solo van ruim drie kilometer naar Wasquehal werd geconfronteerd met de stoeipartij tussen Abdoesjaparov en Cipollini in de sprint om - nota bene - de elfde plaats. Abdoesjaparov probeerde Cipollini hardhandig opzij te zetten. Waarna de laatste zich oprichtte en met het bij Italiaanse mannen bekende cornuto-gebaar zijn kwelgeest uitdaagde nog dichter bij te komen. De botsing liep met een sisser af. Maar het was voor Bontempi aanleiding nog eens uiteen te zetten waarom hij zich de laatste twee, drie jaar niet meer tussen deze types waagt.

“Ik heb een vrouw een een dochtertje. Dan laat ik me niet mijn nek breken door de bandieten die zich sprinters noemen”, grinnikte de Italiaan. “En op de manier waarop ik het nu doe, gaat het toch ook goed.” Vroeger, sinds hij in 1981 beroepsrenner werd, won Bontempi sprints zoals hij dat wilde. In de Ronde van Italië won hij vijftien etappes, in de Ronde van Spanje vier en in de Tour de France vijf, eigenlijk zes, maar hij werd in 1987 gediskwalificeerd wegens een te hoog testosteron-gehalte in zijn urinemonster. In 1986 won hij vijf Giro-ritten en drie Tour-ritten, en alle in de massasprint. Hij won Gent-Wevelgem tweemaal en Parijs-Brussel - in een massasprint uiteraard.

Dat roept herinneringen op aan een bezoek aan Roger de Vlaeminck in 1979, aan de vooravond van het wereldkampioenschap in Valkenburg. Op het terrasje van zijn bungalow in De Panne verklaarde de Belg, die heel veel sprints die hij voornamelijk in Italiaanse dienst had uitgevochten won, waarom hij zich op 32-jarige leeftijd niet meer in een massasprint mengde. Hoe ouder je wordt, zei De Vlaeminck, hoe banger, je ziet het gevaar eerder, je denkt steeds meer aan vallen. Zijn dochtertje reed rondjes om het huis op de grote racefiets van vader. En elke keer als zij passeerde, riep De Vlaeminck: “Pas op dat ge niet valt.” Pas toen het meisje naar bed was, werd De Vlaeminck rustig. “Vallen”, zei hij, “kan zo ontzettend pijn doen.” En het onderwerp nam het eerste uur geen wending meer.

Guido Bontempi was al eens halverwege zijn loopbaan onzeker geworden. Hij kon hard fietsen, vooral sprinten, maar toen het eenmaal tegenzat, was het voorbij met zijn overtuigende sprint. Zijn ploegleider Boifava praatte op hem in, de inspanningsfysioloog Grazzi introduceerde nieuwe trainingsmethoden. De zachtaardige boerenzoon werd weer sterker en groeide in zelfvertrouwen. Binnen korte tijd was hij de sterkste sprinter van de wereld. “Sprinters zijn gevoelsmensen, en gevoelsmensen zijn explosief”, heeft Bontempi, doorgaans een man van weinig woorden, wel eens gezegd.

Twee jaar geleden werd hij weer onzeker. Hij verloor wel eens, onder meer van Van Poppel en Cipollini, en hij merkte dat hij op pure snelheid niet meer onklopbaar was. Zeker omdat menig tegenstander in de laatste meters lichamelijk geweld gebruikte. In 1990 won hij een etappe in de Tour op een voor hem nieuwe manier. Hij sprong op kilometers van de finish uit het peloton weg en won. Zoals gisteren in Wasquehal. In de Ronde van Italië van dit jaar voegde hij twee ritzeges aan zijn totaal van dertien toe. Hij won sprintjes van een klein groepje vluchters, zoals alleen sprinters doen die niet meer in zichzelf geloven.

Wanneer het tegenwoordig op een massasprint aankomt, stelt Bontempi zich vaak in dienst van Abdoesjaparov, zijn ploeggenoot bij Carrera uit Oezbekistan. Dan sleurt de Italiaan kilometers lang op kop van het peloton om Abdoesjaparov te lanceren. Juist de Oezbeek, die te boek staat als een wildeman en die vorig jaar zijn blinde drang om te winnen op de Champs Elyseés in Parijs moest bekopen met een adembenemende val op tien meter van de eindstreep. Wat Abdoesjaparov doet moet hij weten, zegt Bontempi, als hij onze ploeg maar aan een overwinning helpt. Abdoesjaparov won dit jaar vier etappes in de Vuelta en twee in de Giro, met Bontempi als zijn belangrijkste gangmaker.

Sinds Gent-Wevelgem is de relatie tussen Cipollini en Abdoesjaparov voor goed verstoord. Cipollini, een Toscaan met blauwe ogen die tot voor kort getooid was met lange blonde krullen, won de klassieker nadat Abdoesjaparov was gediskwalificeerd. Maar de woede bleef. Een poging van de Italiaanse rennersvakbond om de twee vrede te laten sluiten, sloeg Cipollini af. Toen hij uiteindelijk toezegde met zijn vijand tenminste op de foto te gaan staan, bleef de Oezbeek weg. Voor Cipollini, dit jaar al goed voor vijftien sprintzeges, was toen de kous af. “Ik ben niet degene die zijn excuses moet aanbieden. Ik zal de laatste zijndie Abdoesjaparov smeekt om het goed te maken.”

Abdoesjaparov zegt maar “één vriend” in het peloton te hebben, Guido Bontempi. Hij heeft de Italiaan al eens uitgenodigd met hem mee op vakantie te gaan naar Tasjkent. Maar Bontempi voelt er weinig voor. Hij heeft hem subtiel proberen te duidelijk te maken, dat het daar nooit zo mooi kan zijn als in Italië, als bij het Gardameer waar Bontempi al sinds zijn geboorte woont.

De sprintkoning van weleer rijdt dit jaar voor de eerste maal zijn loopbaan drie grote rondes. Het was aanvankelijk niet zijn bedoeling om na de Vuelta ook de Giro te rijden. Maar omdat ploegleider Boifava, met wie hij al twaalf jaar samenwerkt op dat moment over te weinig goede renners beschikte, bood Bontempi zin diensten aan. Op late leeftijd is de Italiaan de belangrijkste knecht van Chiappucci. Wanneer op de vlakke wegen en kleine heuvels de kopman geholpen moet worden, is Bontempi present. Hij zal het niet lang meer doen. Waarschijnlijk volgend jaar al stopt hij met wielrennen. Zijn toekomst is min of meer verzekerd. Of hij wordt assistent-ploegleider bij Boifava of hij wordt verkoper van Carrera-kleding.

De kans dat we Bontempi nog eens in een rechtstreeks gevecht met Cipollini, Ludwig, Abdoesjaparov, Museeuw, Nelissen, Capiot, Van Poppel en Nijdamzullen zien is uiterst klein. De situatie in het Tour-klassement zou weleens net zo als gisteren tussen Nogent-sur-Oise en Wasquehal kunnen voorkomen dat het peloton het op een massasprint laat aankomen. Zoals Maurizio Fondriest het zei: “Het klassement is al gemaakt. Er zijn al zoveel renners op grote achterstand, dat de kopmannen bijna iedereen laten wegrijden. De meesten zijn toch niet meer gevaarlijk. Als je dan als ploeg met een sprinter probeert de zaak recht te zetten, sta je alleen.” Bontempi kan rustig slapen, hij heeft zijn overwinning al binnen.