Belgische Staat wacht een doorbraak of een diepe crisis

BRUSSEL, 10 JULI. Of een diepe politieke crisis of een beslissende stap voorwaarts bij de splitsing van België in een zelfstandig Vlaanderen en Wallonië. Vanavond wordt het slikken of stikken in Brussel tijdens de laatste uren van de zogeheten "dialoog der Gemeenschappen' tussen zeven Waalse en Vlaamse partijen, zowel uit de oppositie als uit de coalitie.

Maandag is de laatste dag waarop een compleet pakket wetsvoorstellen ingediend moet zijn waarmee de Belgische staat ingrijpend zal worden veranderd. Slagen de partijen daar niet in, dan is het voor de regeringspartijen politiek uiterst moeilijk om de regering-Dehaene nog langer te steunen. Socialisten en christen-democraten stemden in februari alleen in met de vorming van een "noodkabinet' onder leiding van Jean-Luc Dehaene als er voor de zomer beslist zou zijn over de hervorming van de Belgische staat. Daarbij ging het om een definitieve regeling van de financiële verhoudingen tussen Walen en Vlamingen en vergaande decentralisering van nationale bevoegdheden naar de beide gewesten.

Komt er vanavond geen oplossing, dan lijkt een val van het rooms-rode kabinet Dehaene nabij. België wacht dan een diepe politieke en staatkundige crisis. Het opstellen van de begroting voor 1993, een eerste aanzet voor ingrijpende saneringen om bij de Europese monetaire unie aan te sluiten, is dan zeer moeilijk geworden. Het enige wat de partijen kan weerhouden van een crisis zijn de benarde vooruitzichten in de opiniepeilingen. Bij verkiezingen lijken alle partijen, met uitzondering van extreem rechts, te zullen verliezen.

Na veertien weken onderhandelen lijkt het breekpunt de politieke rechten van de Franstaligen in de Vlaamse gemeenten. Het gaat dan vooral om de Vlaamse gemeenten rondom Brussel en de Vlaamse gemeenten in de Voerstreek, waar een vrij machtige Franstalige oppositie is, onder leiding van de Euro-parlementariër José Happart.

De partijen lijken al wel overeenstemming te hebben bereikt over rechtstreekse verkiezingen van de "deelstaatparlementen', de Vlaamse en Waalse Raad. Deze raden krijgen ook de bevoegdheid om zelfstandig buitenlands beleid te gaan voeren, althans op die terreinen waarop de nationale overheid niet exclusief bevoegd is. De beide landsdelen krijgen ook meer geld uit de nationale kas en meer financiële bevoegdheden. Voor een splitsing van de staatsschuld en een verdeling van de sociale zekerheid in een Waals en een Vlaams stelsel zijn de partijen nog teruggeschrokken. Wel is er afgesproken dat de "niet-objectieve' overdrachten van "Vlaams' geld naar Wallonië worden verminderd. Daarmee wordt gedoeld op de hogere uitgaven voor de gezondheidszorg en de werkloosheid in Wallonië. Bij de Vlamingen bestaat al jaren het gevoel dat hun premies lager zouden kunnen zijn, als de Waalse artsen en de Waalse uitkeringsinstanties minder royaal zouden zijn.

Ook zijn de partijen het eens over vergaande veranderingen bij de Senaat, de Belgische Eerste Kamer. De Senaat zal voortaan 36 Vlaamse, 25 Waalse en 1 Duits lid kennen, die zullen worden aangewezen door de regionale raden. De Senaat zal ook een veel beperktere rol krijgen bij het wetgevingsproces. Op het gevoelige punt van de zetelverdeling voor het Europese parlement lijkt eveneens overeenstemming. Dat worden er 10 voor de Walen en 14 voor de Vlamingen - nu is de verhouding nog 11 tegen 13. De provincie Brabant zal worden gesplitst in een Vlaams en een Waals deel.

De emoties liepen de laatste dagen het hoogst op bij de vraag of Franstaligen die in Vlaanderen wonen mogen stemmen voor de franstalige regionale besturen, of daarin functies mogen aanvaarden. Als symbool voor deze discussie functioneert José Happart. Hij woont in de Voerstreek die tot Vlaanderen behoort. Als de rechtstreekse verkiezing van de Vlaamse Raad een feit is, dan zou hij daarvoor ook mogen stemmen. Volgens het huidige voorstel zou hij echter niet stemmen of gekozen mogen worden in het bestuur van de Franstalige Gemeenschap of minister mogen worden van het Waalse gewest. Wie in Franstalige organen wil plaatsnemen, moet ook maar in Wallonië gaan wonen, zo menen de Vlamingen. Zij houden aan deze toepassing van het zogeheten territorialiteitsbeginsel keihard vast. Bij stemrecht voor Franstaligen in Vlaanderen voor Franstalige besturen ontstaat bij de Vlamingen automatisch de vrees dat deze besturen daaraan ook bevoegdheden voor Vlaams grondgebied zouden ontlenen. Er wordt nu al met argusogen gekeken naar de subsidies die de Franstalige Gemeenschap geeft aan Franstalige verenigingen in Vlaanderen. Het is een gevoeligheid die alleen historisch is te verklaren: Nederlands als officiële taal in het openbare leven bestaat pas enige decennia.

Deze opstelling zit de Franstaligen zeer dwars. Zij wijzen op de rechten van de 120.000 Franstaligen die in Vlaamse gemeenten rondom Brussel wonen. Wie Frans spreekt kan aan dat feit alleen al rechten ontlenen, zo menen zij, ongeacht de woonplaats. De Vlamingen willen het echter laten bij de afspraken die daarover in het verleden zijn gemaakt. In een aantal Vlaamse gemeenten rondom Brussel, waar veel Franstaligen wonen, gelden zogeheten "faciliteiten'. Op het gemeentehuis worden burgers ook in het Frans te woord gestaan. En er bestaat de mogelijkheid om documenten van de gemeentelijke overheid in het frans te krijgen. De Walen willen bij de dialoog echter ook politieke rechten voor de Franstaligen in Vlaanderen verwezenlijken.