Zuinige koelkast

De Consumentenbond heeft koelkasten getest. Het juli-nummer van de Consumentengids geeft de uitkomsten van een vergelijking van vijftien vrijstaande tweedeurskoelkasten en zeven dubbeldeurs voor "inbouw'.

Tweedeurskoelkasten (wèl te onderscheiden van duurdere koelvriescombinaties) zijn koelkasten met aparte deuren voor het vriesvak en het koelgedeelte, maar niettemin slechts één koelcircuit. Het koelvak wordt gekoeld met de koude van het vriesvak. Dat bescheiden vriesvak bevindt zich boven in de koelkast, dan zakt de koude lucht vanzelf naar beneden.

De prijzen van vrijstaande kasten liggen rond de duizend gulden, de inbouwtypes zijn twee keer zo duur. Enfin, de bond brengt een kalm verslag met nog veel meer bijzonderheden, waarin zij nergens tot groot enthousiasme of grote woede vervalt. Alle kasten kunnen ermee door, ze zijn redelijk of matig, niets is echt "slecht' en niets helemaal "goed'.

De ergonomie schiet tekort omdat het weinig gebruikte vriesvak bovenin zit wat de toegang tot het koelgedeelte eronder bemoeilijkt. Thermostaten deugen niet omdat ze niet doen wat ze beloven of lastig zijn in te stellen. En teleurstellend is dat alle kasten nog volop ozonlaag-bedreigende cfk's bevatten. Cfk-11 voor het isolerende schuim en cfk-12 als koelmiddel (want het gaat hier om de gewone compressiekoeling).

't Is stil gebleven na de publikatie. Geen koelkastfabrikant of -verkoper heeft om rectificatie gevraagd of met een proces gedreigd. Toch komt de bond aan het eind van het artikel met een expliciete aanbeveling en laat men in de produktvergelijking de te verwachten gebruikskosten een belangrijke rol spelen. Voor de losse kasten moet op zo'n 250 gulden per jaar worden gerekend. Hoofdpost is de afschrijving waarvoor een periode van tien jaar is gekozen. De rest bestaat uit het stroomverbruik van de koelmachines, dat volgens opgave op zo'n 500 kWh per jaar uitkomt, zeg 100 gulden.

Op de rekenarij is veel af te dingen. De afschrijftijd is tamelijk willekeurig gekozen en het staat elke consument natuurlijk vrij zijn kast in vijftien of twintig jaar af te schrijven. De technische levensduur van merkmachines ligt zeker in die orde van grootte. Maar de branche heeft vrede met die tien jaar en in de praktijk, deelt de bond mee, worden koelkasten gemiddeld al na zeven jaar weggedaan.

Maar hoe is het energieverbruik van de kasten gemeten en berekend? De bond onthult desgevraagd de gehanteerde methode. De kasten werden in klimaatkamers gebracht, konden kalm acclimatiseren en daarna werd gedurende 24 uur het stroomverbruik gemeten. Zonder dat daarbij de deur één keer openging. “'t Is geen vergelijking met de praktijk”, geeft de bond toe, “maar in overeenstemming met een ISO-norm terzake.”

Een methode om de kasten gestandaardiseerd en reproduceerbaar te openen en te sluiten ontbreekt. Toch staat in hetzelfde artikel met grote nadruk dat de gemiddelde kast wel twintig keer per dag open en dicht gaat. (“Elk jaar 7000 keer.”) We begrijpen dat het opgegeven stroomverbruik maar een fractie is van het werkelijke verbruik.

Daarmee is de basis voor een eerlijke prijsvergelijking weggevallen. Fabrikanten die hun best deden een erg energiezuinige koelkast te produceren worden niet voor hun werk beloond. Erg teleurstellend is dat voor de Deense onderneming Br⊘drene Gram in Vojens die sinds een jaar of vier de zuinigste koelkasten ter wereld maakt. Gram Nederland in Almelo importeert ze.

Bladen als de Scientific American en New Scientist besteedden al ruime aandacht aan de kasten. De gebroeders Gram in Vojens, die al negentig jaar in de koeling zitten en met 2000 werknemers ook veel industriële koelmachines fabriceren, ontwikkelden hun extreem zuinige koelkasten met steun van de Deense overheid en de EG en in samenwerking met de Technische Universiteit van Kopenhagen. Het geheim achter hun kasten is eerder optimalisatie dan baanbrekende innovatie. De Grams voorzagen hun kasten van een dikkere isolatie, vergrootten de condensor en verdamper en optimaliseerden de leiding die koelmiddel door de verdamper voert. Vooralsnog houden ze, daartoe gedwongen door toeleveraars, vast aan het gebruik van cfk's als blaasmiddel en koelmiddel. Het energieverbuik van hun LER 200, een 200 liter koelkast (zònder vriesvak) is nu volgens ISO-norm gemeten 80 kWh per jaar. Dat is zesmaal minder dan overeenkomstige kasten van anderen (zie New Scientist, 12 mei 1990). De Nederlandse consument zal, met BTW, zo'n 1280 gulden voor de LER 200 moeten betalen.

Maar de Consumentenbond kent Gram niet. Directeur J.P.J. Windt van Gram Nederland is opgehouden zich daarover druk te maken. “Die hele testerij van de bond is een roulettespel. Voortdurend worden aperte fouten gemaakt maar discussie is niet mogelijk.”

Hij troost zich met de gedachte dat de naamsbekendheid van Gram in Denemarken 99,5 procent is en dat die in Nederland snel stijgt dank zij intensieve reclame. Is het niet vreemd dat in die reclame vooral op de handige deur van de Gram gewezen wordt en de energiezuinigheid geen enkele aandacht krijgt? “Ach”, bromt Windt, “de Nederlandse consument is daar nauwelijks in geïnteresseerd.”