Weer bepaalt vorm rook

Op het moment van de eerste ontploffing was het weer in de omgeving van Uithoorn vrij goed. Het was licht- tot onbewolkt met een zicht van meer dan 25 kilometer. De wind was zwak (windkracht 1) en variabel. De temperatuur was rond tien uur 's morgens 18 graden.

De paddestoelvorm van de rookzuil kwam door de aanwezigheid van een isothermie (inversie, een soort koepel in de atmosfeer waarbij de temperatuur enkele graden oploopt) op 1.800 meter hoogte. De rookpluim die door zwakke wind bijna verticaal omhoog steeg, spreidde zich uit tegen die inversie en daardoor was een soort van deksel te zien (de paddestoelvorm). De rook kon niet door de warmere luchtlaag heen die boven de wat koelere laag tussen het aardoppervlak en de inversie zat.

In de loop van de dag werd het een beetje heiig, vooral vanuit Amsterdam in de richting van Rotterdam kijkend. In Rotterdam was het zicht het minst ver, slechts een vijftiental kilometers, dat kwam waarschijnlijk door het industriegebied in de directe omgeving. Elders in Nederland was het zicht tussen de 20 en 40 kilometer. Vanaf de grote weg tussen Utrecht en Rotterdam was de rookpluim vaag waar te nemen.