Servië keert niet terug als lid van CVSE

HELSINKI, 9 JULI. Servië keert na 14 oktober niet terug als lid van de CVSE, maar zal het lidmaatschap van die organisatie opnieuw moeten aanvragen. Die conclusie wordt in Helsinki getrokken op basis van een nog geheim advies van een juridische commissie. Het advies, waarvan een samenvatting momenteel circuleert onder de twaalf EG-landen, spreekt uit dat Servië niet beschouwd kan worden als de legitieme opvolger van het ongedeelde Joegoslavië.

De EG-bemiddelaar voor Joegoslavië, de Britse Lord Carrington, had het onderzoek laten instellen. De commissie is tot de conclusie gekomen dat de situatie van Joegoslavië wezenlijk verschilt van die van de voormalige Sovjet-Unie. Kon Rusland nog beschouwd worden als de legitieme opvolger van de Sovjet-Unie en moeten de nieuwe staten die op het Sovjet-grondgebied zijn ontstaan worden aangemerkt als afsplitsingen, de situatie in Joegoslavië is wezenlijk anders: dit land is zodanig uiteen gevallen dat geen van de delen van deze staat beschouwd kan worden als voortzetting van het oude Joegoslavië.

De uitsluiting van Servië en Montenegro van alle CVSE-activiteiten, waartoe gisteren werd besloten door het Comité van Hoge Ambtenaren wordt inmiddels ook door de Russen, die de Serviërs het langst zijn blijven steunen, als definitief beschouwd. Aangenomen wordt dan ook dat, ook als de situatie op het slagveld in Bosnië-Herzegovina dramatisch verbetert, het overleg in het kader van de CVSE medio oktober niet zal leiden tot herstel van de positie van Servië.

Toelating van de Serviërs tot de CVSE zal niet gemakkelijk zijn, omdat daarvoor de goedkeuring van alle lidstaten noodzakelijk is. Het staat al bij voorbaat vast dat Slovenië, Kroatië en Bosnië-Herzegovina vooralsnog niet akkoord zullen gaan met toelating van Servië als lid.

Ambtenaren werken inmiddels aan een politieke verklaring over de situatie in Joegoslavië. Het tachtig pagina's tellende Document van Helsinki, dat morgen door de staatshoofden en regeringsleiders van 51 CVSE-landen zal worden getekend, bevat slechts algemene uitspraken en afspraken en gaat niet op de specifieke conflicten in.

De verwachting is dat ook een politieke verklaring zal worden uitgegeven over Nagorny Karabach. Dat dreigt nog een zware opgave te worden, omdat Azerbajdzjan en Armenië elkaar ook in de conferentiezaal te vuur en te zwaard bestrijden. De twee landen kunnen het zelfs niet eens worden over de omschrijving van de Armeense enclave.