Schoonmaken als kunst

Het was geen doorsnee schoonmaakploeg die vroeg op die maandagochtend op de Rietveld Academie in Amsterdam arriveerde.

Van boenders en emmers waren ze voorzien, dat wel, maar in plaats van overalls droegen ze over hun lange rokken schorten in geometrische dessins, gehaakte witte mutsjes en oorijzers. Cornelia Koelewijn en haar zusters Jane, Greetje en Weimpje waren van Spakenburg naar Amsterdam gereisd om in het glazen paviljoen op het binnenterrein van de academie een performance te geven. Deze daad van conceptuele kunst - tegelijkertijd een hommage aan Gerrit Rietveld - was het afstudeerproject in de "vrije richting' van Cornelia's zoon Job (30). Op de tentoonstelling van eindexamenwerk vorige week bracht hij verslag uit van de performance in de vorm van een boekje met foto's door Eric van der Boom, die vorig jaar aan de Rietveld afstudeerde.

De schoonmaakactie was geen grap, verzekert de kunstenaar, het was juist iets heel fundamenteels. “Ik wilde tot een synthese komen van een aantal elementen in de Nederlandse cultuur: niet alleen de waarden die Gerrit Rietveld vertegenwoordigt, maar ook de properheid en de klederdracht van mijn geboorteplaats Spakenburg. Dat glazen paviljoen van Rietveld wordt voor tijdelijke exposities gebruikt, maar ook misbruikt. Als je zo'n gebouw van glas en staal paars schildert, zoals weleens gebeurd is, heeft dat niets meer te maken met het logisch denken vanuit de geest van de kunstenaar. Het schoonmaken is een vorm van respect betuigen.” Hij is gecharmeerd juist van het gewone van Rietveld, van diens ongekunstelde benadering van kunst en het maken van dingen.

Koelewijn had ook een meer persoonlijke bedoeling: “Na vijf jaar kunstacademie wilde ik het lichaam schoonwassen: een daad als een metafoor. Ik sluit iets af en maak een nieuw begin.” De kunstacademie zelf was al een nieuwe start. Na een auto-ongeluk en anderhalf jaar revalideren besloot Koelewijn zich voortaan met de kunst bezig te houden. De slotscène heeft hij nu bewust op maandag gepland. “Ik beschouw mezelf als een aspirant-kunstenaar. Ik sta aan het begin. Zondag wordt er, zoals u weet, niet geschapen - maandag is de dag waarop alles telkens opnieuw begint. Als ik tachtig ben zal ik een performance houden op vrijdag, of misschien zelfs op zaterdag.” Voorlopig denkt hij na over een uitnodiging van de Rietveld om volgend jaar als een van een groepje van vijf, deel te nemen aan de nieuw op te richten tweede fase-opleiding. Maar eerst gaat hij samen met negen andere pas afgestudeerden exposeren in het Institut Néerlandais in Parijs.

Voelde Cornelia zich daar op die hoge ladder deelnemer aan een kunstwerk? Lachend: “Ach, dat durf je niet zo van jezelf te zeggen hè. Maar weet u, onze klederdracht maken we helemaal zelf, tot en met het haken van de kanten mutsjes. Die vind ik ook kunstwerken.”