Salaris topmanagers wekt schandaal in Italië

ROME, 9 JULI. Iedereen moet offers brengen, zo heeft de Italiaanse premier Giuliano Amato gewaarschuwd. En daarom zien de topmanagers van de staatsbedrijven waarschijnlijk de 25 procent loonsverhoging aan hun neus voorbijgaan die het voorgaande kabinet hen op de valreep had gegeven.

Die loonsverhoging met een kwart heeft een klein schandaal veroorzaakt. Het was het laatste decreet van de vorige premier, Giulio Andreotti. Met terugwerkende kracht, ingaande 1 januari 1991, krijgen de presidenten en vice-presidenten van de bedrijven waarin de staat participeert, er op jaarbasis maximaal een ton bij.

Het decreet is deze week gepubliceerd in de Gazzetta Ufficiale en heeft meteen het nieuwe kabinet in verlegenheid gebracht. “Het is niet verenigbaar met de keuzes van de nieuwe regering”, zei Fabio Fabbri, staatssecretaris van de premier. Om de inflatie te bestrijden “is besloten de prijzen, tarieven en salarissen in de publieke sector onveranderd te laten.” Verwacht wordt dat het kabinet morgen, als de details worden uitgewerkt van het saneringsplan, een tegendecreet zal uitvaardigen om op zijn minst een deel van de loonsverhoging ongedaan te maken.

De loonsverhogingen zijn gebaseerd op een inflatie van 6,5 procent per jaar. De salarissen van de topmanagers van de staat zijn sinds 1987 niet meer aangepast. Formeel is er niets aan de hand, maar Amato heeft duidelijk gemaakt dat een loonsverhoging van 25 procent een verkeerd signaal zou zijn op een moment dat hij van de Italianen offers vraagt voor de sanering van de overheidsfinanciën en de economie.

De drie presidenten van de staatsholding Eni, Iri en Efim, de best-betaalde managers van de staat, zouden ieder 312,5 miljoen lire bruto krijgen, bijna 470.000 gulden.