Rembrandtportret geveild voor bijna 14 miljoen gulden

LONDEN, 9 juli. Johannes Wtenbogaert zal niet in Nederland terugkeren.

Integendeel hij zal verder dan ooit verwijderd raken van zijn land van oorsprong. Gistermiddag werd zijn door Rembrandt geschilderde portret geveild bij Sotheby's in Londen. Het doek bracht inclusief opgeld 4.180.000 pond op, bijna 14 miljoen gulden. Hoewel het veilinghuis de naam van de koper anoniem hield was het duidelijk dat de hoogste bieder de New-Yorkse kunsthandelaar Otto Naumann was. Ingewijden zagen ook al snel wie naast hem zat: de miljardair Alfred Bader, een industrieel, rijk geworden in de chemische industrie en eigenaar van een aanzienlijke verzameling Hollandse zeventiende-eeuwse kunst in Milwaukee, Wisconsin.

De drukbezochte ochtendveiling begon om half elf en verliep enigszins mat. In de zaal hing een luchtige sfeer, waar tegen twaalf uur een nerveuze spanning binnensloop. Toen om vijf minuten over twaalf lot nummer 86 aan de beurt was en het portret van dominee Wtenbogaert in een uitbundig opgepoetste gouden lijst werd binnengedragen steeg een geroezemoes op. De veilingmeester bleef onverstoorbaar en deed zijn werk als betrof het een onaanzienlijk vaasje. Niet aan zijn stem maar aan de prijs was te merken dat het om iets bijzonders ging. Hij zette in op "shall we say' anderhalf miljoen pond. Dat was nog wel te doen en met honderduizend pond per bod schoot de prijs omhoog. Zo omstreeks de drie miljoen pond bleef de prijs hangen en bij drieëneenhalf miljoen leek de zaak te stokken. Met geduldig rekken en flemen sleepte de veilingmeester er nog 300 duizend pond meer uit, waarna de finale hamerslag weerklonk. Onmiddellijk brak er een spervuur van flitsen uit. Nekken rekten zich, er werd geroepen en gewezen, maar de orde werd snel hersteld en de veiling ging voort alsof er niets was gebeurd.

Het schilderij, afkomstig uit het bezit van de graaf van Rosebery in Schotland, is een royaal portret van 132 bij 102 centimeter en stelt de predikant Johannes Wtenbogaert voor op 76-jarige leeftijd. Rembrandt, die toen zelf 24 jaar was, schilderde het werk in 1633 in opdracht van een Amsterdamse koopman. Wtenbogaert was de belangrijkste voorman van de remonstranten. Ooit was hij hofpredikant geweest van prins Maurits, maar tijdens de godsdiensttwisten moest hij wegens zijn rekkelijke overtuiging in ballingschap gaan. In 1626, toen de scherpe kanten van het conflict waren verdwenen, keerde hij terug waarna hij zijn gerespecteerde positie weer innam. Om historische en kunsthistorische redenen was dit schilderij het best op zijn plaats geweest in Amsterdam. Het Rijksmuseum heeft overwogen om een poging tot verwerving te ondernemen. Samen met partulieren uit remonstrantse kring zijn er initiatieven ontplooid. Maar al snel werd duidelijk dat een doeltreffend bedrag niet op tafel kon komen. Het Rijksmuseum bezit al Rembrandts uit deze periode en zou bovendien zijn aankoopbudget voor jaren hebben verspeeld. Twee andere overwegingen om uiteindelijk van dit portret af te zien waren de staat, die zoals een woordvoerder dat uitdrukte, "verre van onberispelijk' was en het feit dat het museum een ander portret van Wtenbogaert in bruikleen bezit. Andere gegadigden in eigen land dienden zich niet aan. Japanners zijn niet in de eerste plaats in portretten geïnteresseerd en wat moet zo'n dominee in Tokio? Het Getty Museum in Malibu is evenmin op dit soort schilderijen uit. Eigenlijk lag het voor de hand dat een particulier in Duitsland of Amerika zou bieden.

Alfred Baders collectie in Milwaukee bestaat uit een mooie reeks Hollandse schilders uit de zeventiende eeuw. Daaronder bevindt zich veel werk uit de Rembrandtschool. Een voorkeur heeft deze verzamelaar in veertig jaar collectioneren aan de dag gelegd voor oudtestamentische voorstellingen. Dominee Wtenbogaert, geschilderd door Rembrandt zelf en bovendien nog afgebeeld met een bijbel, past dan ook voortreffelijk in zijn collectie. De veertien miljoen gulden is zeker niet teveel. De markt was voor de rest niet opwindend. De richtprijzen werden zelden overschreden en op de ochtendveiling alleen al bleven er van de 87 schilderijen 33 onverkocht. Een dag eerder op een veiling van oude meesters bij Phillips in Londen werd bijna de helft aangehouden. Dit is symptomatisch voor de handel op het ogenblik: men is afwachtend, de exorbitante prijsopdrijving is geluwd en in dit klimaat heeft Alfred Bader doeltreffend zijn slag geslagen.