Ramp Cindu vergde drie levens

AMSTERDAM, 9 JULI. De ramp op het complex van het chemiebedrijf Cindu in Uithoorn heeft het leven gekost aan drie mensen. Hoewel de lichamen nog geïdentificeerd moeten worden betreft het hier waarschijnlijk de drie nog vermiste leden van de bedrijfsbrandweer van Cindu. Dezen bevonden zich in de nabijheid van de explosie die gisterochtend het bedrijfsterrein in vlammen zette.

De brand op het terrein, die tot gisteravond woedde, legde een deel van de fabrieken van Cindu volledig in de as. De fabrieken voor de verwerking van steenkoolteer op het terrein zijn vanochtend weer opgestart.

Hoewel het technisch onderzoek nog moet plaatshebben is duidelijk dat de brand ontstaan is door het exploderen van een hars-polymerisatieketel. Door nog onbekende oorzaak liep de temperatuur in de ketel in de loop van woendagochtend op. Op de plek van de explosie waren vijftien mensen aanwezig. Bij de brand raakten elf mensen gewond. Van hen zijn nog zes mensen opgenomen in het ziekenhuis. Drie werknemers met brandwonden zijn er ernstig aan toe.

De schade op het terrein bedraagt volgens Cindu “enkele tientallen miljoenen guldens”. Het bedrijf is verzekerd. Gedupeerden van de brand, vooral omwonenden van de fabriek wier huizen veel glasschade hebben, kunnen schadeclaims deponeren bij de gemeente Uithoorn. Volgens burgemeester Castenmiller van Uithoorn zal de meeste schade vergoed worden.

Op een vanmiddag gehouden persconferentie in het gemeentehuis van Uithoorn verklaarde een woordvoerder van Cindu dat het nog niet duidelijk is in hoeverre het uitgebrande deel van het fabriekscomplex op dezelfde plek herbouwd zal worden. Een en ander is volgens Cindu afhankelijk van de milieu-eisen en van wat de lokale politiek naar aanleiding van de ramp zal beslissen.

In de gemeenteraad van Uithoorn heeft de fractie van Groen Links gisteren aangedrongen op verplaatsing van het uitgebrande deel van het fabriekscomplex van Cindu. De produktie van kunstharsen moet volgens Groen Links worden verplaatst naar een plek verder van de woonwijken.

Het PvdA-Kamerlid Stoffelen stelde gisteren schriftelijke vragen aan minister Dales van binnenlandse zaken waarin werd aangedrongen op een diepgaand onderzoek naar de oorzaken van de brand. Stoffelen wil dat bij dit onderzoek ook aan de orde komt of de uitgegeven vergunningen aan Cindu “toereikend” zijn.

Pag.3: Brand om half elf geblust

Verder moet, aldus Stoffelen, worden nagegaan hoe de veiligheid van de werknemers, van de omwonenden en de overige bewoners van de regio gegarandeerd kan worden. Minister Dales bracht vanochtend een bezoek aan het uitgebrande fabriekscomplex van Cindu. Volgens de minister is het verzoek van Stoffelen overbodig, omdat een onderzoek bij dit soort rampen altijd plaatsvindt.

Gisteravond rond half elf was de brand op het Cindu-terrein geblust. Eerder op de avond vonden op het terrein nog wel enkele explosies plaats. Het ontploffingsgevaar van de nog aanwezige olietanks week in de loop van de avond. Bij de bluswerkzaamheden werd slechts in beperkte mate van water gebruik gemaakt. Dit om te voorkomen dat met water vermengde chemicaliën in het milieu terecht zouden komen, aldus de brandweer.

Voor zover bekend beschikt Cindu over alle noodzakelijke vergunningen. Volgens de werkgroep Cindroom, al sinds jaren actief tegen de vervuiling van de Cindu-fabrieken, is vooral de afgelopen vijf jaar veel verbeterd aan de milieu-installaties in de fabriek. Echter vooral in het gedeelte dat zich bezighoudt met de verwerking van steenkoolteer, het restprodukt van cokes-fabricage. De explosie deed zich gisteren echter voor bij de Nevcin, een joint venture van Cindu en het Amerikaanse bedrijf Neville Chemical Company. Nevcin produceert ondermeer kunstharsen.

De ramp op het Cindu-terrein had volgens veel deskundigen aanmerkelijk verstrekkender gevolgen kunnen hebben indien de op het terrein opgeslagen vaten met Boriumtrifluoride (BF3) door de hitte waren gebarsten. Boriumtrifluoride is een kleurloos gas met een stekende geur. Inademing van de damp leidt tot hoesten en keelpijn en kan ademnood veroorzaken of zelfs longoedeem. In ernstige gevallen is er kans op een dodelijke afloop. Het gas in onbrandbaar maar ontleedt bij verhitting in zeer agressieve gassen die erg schadelijk zijn voor de gezondheid.

Volgens de directie van Cindu lag het Boriumtrifluoride weliswaar op het Cindu-terrein, maar niet in de directe omgeving van de brand. De opslag zou onmiddellijk door de brandweer afgeschermd zijn. Er was volgens de directie dan ook geen gevaar dat de gassen vrij zouden komen.

Vanuit de vakbonden is eerder kritiek geleverd op de hoge werkdruk en het inzetten van tijdelijke krachten bij werkzaamheden in chemische fabrieken. Dat zou eveneens het geval zijn voor de Cindu-fabrieken. Volgens D. Terpstra van de industriebond CNV waren er vorig jaar problemen bij Cindu over de lange werkdagen en de geringe opleiding van nieuw personeel.

“Werkgever en werknemers zijn het er over eens dat er problemen zijn bij de Cindu. In de CAO-onderhandelingen werd daarover al overlegd. We wilden samen onderzoek doen naar de knelpunten in het productieproces, de veiligheid, de arbeidsomstandigheden. De brand van gisteren was ons voor.”, aldus Terpstra.

De directie van Cindu ontkende vanmiddag dat er sprake zou zijn van een te hoge werkdruk. Bovendien zouden geen “externe” krachten zijn ingezet “op cruciale plekken”, aldus de directie. Volgens directeur A.C.M. Eijkenboom, directeur van Nevcin, was het vorig jaar een maal voorgekomen dat een ploeg werknemers een periode van 13 dagen aaneen had gewerkt, maar dit was “na overleg” met de betrokkenen gebeurd.