Pensioenregelingen staan op de helling

ROTTERDAM, 9 JULI. Van rust aan het pensioenfront is al geruime tijd geen sprake, maar nu ook Philips speelt met de gedachte de bestaande bedrijfspensioenregelingen in een eigentijdser jasje te steken, staat vast dat de CAO-onderhandelaars er de komende jaren een stevige kluif bijkrijgen. Herziening van pensioenstelsels zal nadrukkelijk op hun agenda's prijken.

De toenemende aandacht voor pensioenen weerspiegelt veranderingen in maatschappelijke opvattingen. Eerst luidde het trefwoord "gelijke behandeling', wat onder andere leidde tot een eigen recht op AOW-pensioen voor mannen en vrouwen. Vrijwel tegelijkertijd deden "individualisering' en "flexibilisering' van collectieve arbeidsvoorwaarden opgeld om tegemoet te komen aan de verschillende behoeften die het gevolg zijn van een toenemende verscheidenheid in arbeidspatronen en samenlevingsvormen. Zo tekent zich rond de oudedagsvoorziening een trend af in de richting van "pensioen op maat'.

In de vorig jaar uitgebrachte pensioennota van staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken) speelde het kabinet hierop in. Erkend werd dat (aanvullende) pensioenregelingen onderwerp moeten blijven van het arbeidsvoorwaardenoverleg dat primair door werkgevers en werknemers in bedrijven en bedrijfstakken wordt gevoerd. Maar het kabinet achtte het wel “wenselijk” dat werknemers tot op zekere hoogte zelf kunnen bepalen hoe hun pensioenregeling is samengesteld. Zij zouden bijvoorbeeld zelf moeten kunnen kiezen of een nabestaandenpensioen wel of geen onderdeel van hun pensioenregeling uitmaakt en op welke leeftijd zij met pensioen willen. De Tweede Kamer onderschreef afgelopen voorjaar deze beleidslijn en drong er per motie op aan alle wettelijke belemmeringen voor dit soort keuzes in de pensioen- en fiscale regelgeving uit de weg te ruimen.

Sommige bedrijven hebben deze politieke discussie niet afgewacht. Pionier in dit opzicht is de Nederlandse vestiging van het Amerikaanse chemiebedrijf Dow Chemical. Afgelopen jaren timmerde Dow aan de weg met "flexioen' en "flexiplan'. Daarachter schuilt de mogelijkheid om vanaf 60 jaar met pensioen te gaan. Verder kunnen de 3500 Dow-werknemers (een beperkt aantal) vrije dagen aan de werkgever "verkopen' en de opbrengst ervan aanwenden voor hun pensioenopbouw. De fiscus, die zijn fiat aan deze constructie heeft gegeven, betaalt mee, want de opbrengst is dan fiscaal aftrekbaar. Wordt zij in eigen zak gestoken, dan is inkomstenbelasting verschuldigd. Overigens kent Dow geen regeling voor vervroegd uittreden (Vut).

Centraal Beheer (2000 werknemers) heeft sinds begin dit jaar een zogenoemd renteniersplan. Daarin gaat de opbrengst van de verkoop van (een beperkt aantal vrije dagen) naar een pensioenspaarrekening, waarvan vanaf het 57e jaar geld opgenomen kan worden. Centraal Beheer heeft wel een (flexibele) Vut, die vanaf 61-jarige leeftijd voorziet in een uitkering van 80 procent van het laatstverdiende loon. Dit Vut-potje (van 4 x 80 = 320 procent) kan vanaf 57-jarige leeftijd voor deeltijd-Vut worden aangesproken, waarbij dan met het renteniersplan de inkomens-achteruitgang kan worden verkleind.

Het model dat Philips voor ogen staat gaat verder. Het elektronicaconcern wil de bestaande collectieve pensioenregeling ombouwen tot een stelsel met een verplicht en een facultatief deel. Het verplichte deel zou dan (tot een bepaalde inkomensgrens) alleen gelden voor het ouderdomspensioen, terwijl het facultatieve deel het ouderdomspensioen boven deze grens, alsmede het nabestaandenpensioen en het invaliditeitspensioen zou omvatten. Wie op facultatieve onderdelen geen prijs stelt, betaalt dan een navenant lagere premie.

Het lijkt simpel, maar er zitten vele haken en ogen aan, zeker als ook de keuze van de ingangsdatum wordt vrijgelaten. Philips wil er op dit moment niet nader op ingaan, maar bestuurder J. Cuperus van de Industriebond FNV heeft bedenkingen. Niet dat hij het huidige, betrekkelijk starre pensioensysteem niet wil versoepelen, maar hij vreest dat Philips het “tot op het bot wil uitkleden” en dat gaat hem veel te ver. “Met het verplichte basispakket dat Philips wil, verwordt het pensioenfonds tot een op winst beluste verzekeringsmaatschappij”, meent hij. De FNV'er wil zich in de komende onderhandelingen sterk maken voor een verplicht basispakket dat ook recht geeft op een nabestaanden- en invaliditeitspensioen. Bovendien wil hij dat Philips blijft bijdragen in de premies van de facultatieve pensioenaanvullingen.

De voorbeelden illustreren al enigszins de complexiteit van de discussies die voor de CAO-onderhandelaars in het verschiet liggen. De uitkomst is ongewis en zal per bedrijf(stak) verschillen. In hoeverre de weg van individualisering en flexibilisering wordt ingeslagen zal ook afhangen van de mate waarin men erin slaagt het sociaal beleid ten aanzien van oudere werknemers (geleidelijk uitreden, aangepaste werkplekken en -werktijden) gestalte te geven. Toenemende vergrijzing en oplopende Vut-kosten nopen daartoe, maar in het personeelsbeleid is dat nog zelden zichtbaar.