Openluchttheater ontevreden over Amsterdamse subsidie; Toekomst blijft nog onzeker

AMSTERDAM, 9 JULI. Het openluchttheater Het Amsterdamse Bos is niet tevreden met de vierjaarlijkse subsidie van 75.000 gulden die de gemeenteraad gisteren bij de behandeling van het Kunstenplan 1993-96 heeft toegekend. De groep had een jaarlijkse bijdrage van 200.000 gulden gevraagd.

“We willen voor het einde van het jaar weten of de resterende 125.000 gulden uit andere fondsen kan worden gehaald, anders stoppen we ermee”, aldus regisseuse Frances Sander. Het gezelschap speelt elk jaar in juli en augustus zes weken in het openluchttheater. In het bostheater is plaats voor 1500 mensen. De entree is gratis.

In het Amsterdamse Kunstenplan was niet voorzien in een bijdrage voor het openluchttheater. Het dankt zijn subsidie van 75.000 gulden aan een D66-motie, waarin wordt gesteld dat het theater “door de lokatiekeuze een interessante aanvulling betekent op het aanbod in de traditionele theaterpodia”.

Het Amsterdamse Bos speelde zeven jaar geleden voor het eerst met 16.000 gulden subsidie. Sindsdien zijn de eisen die de groep aan de optredens stelt hoger geworden. Kostuums, decors en verlichting zijn verbeterd. Het openluchttheater trekt elke zomer 20.000 bezoekers. Uit een publieksenquête, die vorig jaar werd gehouden, blijkt dat de helft van de toeschouwers zelden of nooit een ander theater bezoekt. In de motie wordt het theater daarom “van wezenlijke betekenis” genoemd voor de sociale spreiding van cultuur.

“We voldoen geheel aan de eisen van het Kunstenplan van de gemeente”, zegt zakelijk leidster Hilje Thiescheffer. “Laagdrempelig toneel, gratis toegankelijk.” De gemeente staat volgens haar wel sympathiek tegenover het project, maar moet nu eenmaal prioriteiten stellen. Dit jaar heeft de groep 135.000 gulden aan incidentele subsidies gekregen van verschillende instanties. Deze subsidies moeten echter jaarlijks opnieuw worden aangevraagd. “Van die onzekerheid willen we af. We zijn geen ad hoc-gezelschap meer,” zegt Thiescheffer. Naast subsidie krijgt de groep geld en materialen van sponsors. “We bezuinigen nu op de personeelskosten. Iedereen wordt zwaar onderbetaald.”

Op 16 juli gaat het stuk De scheiding van Figaro met zes acteurs en vier muzikanten in première. “Waarom heffen ze geen toegang, als ze in geldnood zitten”, zegt een bezoekster op een try-out. Dat is echter nauwelijks rendabel, vindt regiseusse Sanders. “Dan moeten we acht kassa's plaatsen, vijf kilometer hek zetten en dertig procent vermakelijkheidsbelasting betalen. En wat misschien belangrijker is: de ongedwongen ambiance is weg.” Na de voorstelling gaat de pet rond. “Als iedereen daar vijftien gulden in stopt, zijn wij uit de problemen.”