Milieubeleid vergt radicale wijziging energievoorziening

DEN HAAG, 9 JULI. Na het jaar 2000 zal de energievoorziening van Nederland drastisch moeten veranderen om de doelstelling van de overheid voor het terugdringen van CO2-emissies (kooldioxyde) te halen. Veel meer gebruik van duurzame energiebronnen als wind- en waterkracht en biogas voor de elektriciteitsopwekking is noodzakelijk, maar ook kolenvergassing gecombineerd met opslag van CO2 in lege aardgasvelden en/of vijf tot zes extra kerncentrales.

Warmte-kracht koppeling - het gecombineerd produceren van elektrische stroom en warmte - maakt een opmars door en er komt een tiental grote stadsverwarmingsprojecten bij. In de energie-intensieve industrie worden de produktieprocessen aangepast voor een efficiënter gebruik van warmte. In veel gevallen zal dat omschakeling naar meer elektriciteit vergen.

Dit toekomstbeeld schetst de directeur-generaal Energie van het ministerie van economische zaken mr.drs. C.W.M. (Stan) Dessens. Op het departement in Den Haag worden de mogelijkheden voor een zuiniger en duurzamer energievoorziening nu bestudeerd, omdat ze stuk voor stuk een lange voorbereidingstijd vergen.

Of bij de grootschalige elektriciteitsopwekking gekozen wordt voor kolenvergassing of voor meer kernenergie hangt af van het succes van een proefinstallatie voor kolenvergassing die in het Limburgse Buggenum wordt gebouwd, en de ervaringen met een nieuwe, tweede generatie kerncentrales die in de Verenigde Staten wordt ontwikkeld. En uiteraard van de politieke discussie over kernenergie. Eind dit jaar of begin 1993 krijgt het Energie-onderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten een opdracht om het totaalbeeld van alle nieuwe energietechnieken nog eens onder de loep te nemen.

Kernpunt in het beleid tot 2000 is een forse besparing op de groei van het energieverbruik, met ongeveer 20 procent. “We hebben goede argumenten om te zeggen: die 2 procent als gemiddelde per jaar halen we, want met steeds meer bedrijfstakken maken we daarover afspraken en de kleinverbruikers leveren hun bijdrage. Tientallen intentieverklaringen zijn al getekend, met de chemie, de ijzer- en staalfabrikanten, de basismetaal, om maar een paar belangrijke sectoren te noemen. Daar bieden wij hulp bij, in de vorm van subsidie, maar dat doen we pas wanneer het bedrijfsleven concrete projecten op tafel legt. Het gaat dus niet alleen om mooie papieren verklaringen.”

Het ECN publiceerde onlangs nieuwe Nationale energieverkenningen voor de periode 1990-2015. Nederland wil de CO2-emissies in het jaar 2000 met 3 tot 5 procent ten opzichte van 1990 te verminderen, ofwel een vermindering van 180 miljoen ton CO2 in 1990 tot tussen de 173 en 177 miljoen ton in 2000. “Hieraan wordt in geen enkel scenario voldaan”, aldus het ECN-rapport. Dessens is daar veel minder somber over: “We liggen behoorlijk op koers.” Maar voor de periode na 2000 zal er veel meer gedaan moeten worden om de milieudoelstellingen te halen, erkent Dessens. “Anders raken we zelfs vèr verwijderd van stabilisatie van de CO2-uitstoot.”

Het verschil in beoordeling met het ECN over de korte termijn komt vooral, legt hij uit, omdat het ECN zich baseerde op cijfers van het Centraal Planbureau, dat uitgaat van slechts 1,4 procent energiebesparing per jaar. “Het CPB heeft nòch met de afspaken met het bedrijfsleven, nòch met het Milieu Actie Plan (MAP) van de energie-distributiebedrijven rekening gehouden. Maar ook het MAP scoort heel goed, wij verwachten dat die inspanningen bij de kleinverbruikers in 1993 stevig gaan aantikken. En kijk naar de warmte-krachtkoppeling, daarvoor zijn nu meer projecten aangemeld dan we kunnen subsidiëren. Het duurt een aantal jaren eer je dat in de verbruikscijfers terug vindt. Ik heb net met de distributiebedrijven gesproken over een gezamenlijke oplossing voor het tekort aan subsidie. Als dat lukt, maken we dit jaar een echte klapper met de warmte-krachtprojecten, dan wordt er voor een totaal van 1.200 megawatt goedgekeurd, tegen de 200 à 300 megawatt waarvan we in 1990 nog uitgingen. Dat vermogen komt tussen 1995 en 1997 in produktie.”

Stan Dessens verwacht een verdere opmars voor de warmte-krachtinstallaties, waarbij veel meer restwarmte die vrijkomt bij de elektriciteitsproduktie zal worden gebruikt in de industrie, voor verwarming van broeikassen en voor ruimteverwarming via het systeem van stadsverwarming. Zal de particuliere cv-ketel op grote schaal de deur uitgaan?

“In dunbevolkte gebieden niet, maar waar zich mogelijkheden voordoen voor grootschalige warmtebenutting, bij voorbeeld in grote wooncentra en tuindersgebieden, kun je het optimum vinden door een elektriciteitscentrale op maat te bouwen. De komende tijd moeten in ons land veel woningen worden gebouwd. In tien of vijftien jaar zie ik wel een stuk of tien grote stadsverwarmingsprojecten ontstaan, waarop zeker een miljoen huizen worden aangesloten.”

Is stadsverwarming niet riskant, als je kijkt naar de grote verliezen die in de jaren '70 en '80 zijn gemaakt en worden de kosten voor de consument niet te hoog? “Veel mensen hebben toen inderdaad blaren op hun ziel opgelopen. De kosten rezen de pan uit, maar dat kwam omdat we toen een overschot in de elektriciteitsproduktie hadden. Tegelijkertijd nam de warmtevraag af, door isolatie van woningen. Maar nu hebben we nieuwe centrales nodig en nieuwe woningen worden nu allemaal geïsoleerd zodat je de warmtevraag veel beter kent. Dan zegt ik: plaats de capaciteit daar waar de kans op het gebruik van de restwarmte het grootst is. Het moet natuurlijk economisch en in de kostenvergelijking met particuliere ruimteverwarming verantwoord zijn.”