Met een koffer en een handvol dollars

I Was On Mars (A New York Fiasco). Regie: Dani Levy. Met: Maria Schrader, Dani Levy, Mario Giacalone. In: Amsterdam, Desmet; Den Haag, Haags Filmhuis.

Van het werk van de Zwitserse acteur-regisseur Dani Levy is vooral een jong publiek in de Duitstalige wereld gecharmeerd. Als co-scenarist en hoofdrolspeler van Du mich auch (1986) leverde Levy een belangrijk aandeel aan het succes van die kleine en frisse komedie over jonge Berlijners. In zijn volgende, zelf geregisseerde film Robbykallepaul (1989), over drie moeizaam een appartement delende twintigers, werd al van dikker autobiografisch hout planken gezaagd. I Was On Mars, hier uitgebracht onder de ondertitel A New York Fiasco, had de grote sprong voorwaarts voor Levy moeten betekenen: een geheel op locatie in New York opgenomen, Engelstalige Duits-Zwitserse co-produktie over een met slechts een koffer en een handvol dollars in de grote stad gearriveerd Pools provinciaaltje (Maria Schrader). Levy probeert van het odium van dicht bij zijn eigen leven staand realisme af te komen door zelf een van de andere hoofdrollen te spelen, een vergeefs naar de status van mafioso strevende kwartjesvinder met een zwak voor knoflook. Volgens de serveerster in zijn favoriete diner is hij zelfs niet eens een Italiaan. Hij troggelt de bedeesde immigrante haar laatste harde valuta af, maar heeft zich verkeken op de hardnekkige overlevingsdrang van een ex-burger van Oost-Europa. Het meisje dringt zich aan hem op en rust niet voor hij op de een of andere wijze zijn wandaad heeft goed gemaakt.

De titel A New York Fiasco geeft al aan dat de Poolse aan het eind van de film weer op het vliegtuig naar huis zal gaan. De afloop is in zekere zin net zo voorspelbaar als de rest van Levy's film; met meer dan een knipoog naar Jim Jarmusch wordt het gegeven van Stranger than Paradise, waarin de Hongaarse Eszter Balint met net zo'n koffer en net zulke grote verbaasde ogen door de Nieuwe Wereld liep te zeulen, nog eens netjes herhaald. De clichés over de verdorvenheid van Amerika en de taaie onschuld van Europa zijn niet van de lucht. Bovendien laat Levy's scenario heel wat vragen onbeantwoord: hoe komt een Poolse paria aan genoeg dollars om de douane te passeren? Wat ontroert haar zo aan de Amerikaanse televisie als ze geen woord Engels verstaat? En wat ziet ze in die sjofele praatjesmaker van een Levy? Onwillekeurig schoot steeds de gedachte door mijn hoofd dat ze in die akelige praatjesmaker een ijdele Zwitserse regisseur vermoedt, die haar de hoofdrol in een Amerikaanse film aanbiedt.

De niksige oppervlakkigheid van weer een jonge Europese filmer die zo nodig de zelfkant van Amerika meent te moeten filmen straalt af van I Was On Mars. Hoewel er geen enkele keer naar de oorspronkelijke titel verwezen wordt in de dialogen, is de achterliggende gedachte kennelijk dat de bakermat van het kapitalisme een vreemde planeet moet lijken voor een net aan het staatssocialisme ontkomen bezoekster. Ook dat is het intrappen van een open deur.

De tekortkomingen van Levy als scenarioschrijver en acteur worden enigszins gecorrigeerd door een verrassende eigen stijl van regie. Die berust voornamelijk op een ver doorgevoerde truc, namelijk het steeds fragmenteren van de werkelijkheid tot details. Vanaf de openingsscène, die allerlei benen op een vliegveld toont, worden veelal in een snelle montage stukjes Amerika uitgelicht en als onsamenhangende flarden impressionistisch aan elkaar geplakt. Op zeker moment zet Schrader zelfs een bril op waarmee je tegelijkertijd voor- en achteruit kunt kijken, wat tot een aardig split-screen-effect leidt. Maar die vondst betekent weinig voor het verhaal of voor de visie van Levy op New York. Eerder wekt hij wederom de indruk een beetje recht voor z'n raap te hebben willen filmen, stukjes en beetjes die hem ter plekke aan zijn komen waaien. Het is jong en fris en het gaat nergens over.