Langdurig werklozen nemen sociale arbeidsplaatsen in; “Meer functies van eenvoudiger aard zijn nu noodzakelijk”

LEIDEN, 9 JULI. De acties in de sociale werkvoorziening zijn voorbij. Eergisteren bereikten vakbonden en werkgevers overeenstemming over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst. Maar er is nauwelijks gesproken over zaken die de werknemers op de sociale arbeidsplaatsen echt bedreigen: de toenemende concurrentie van langdurig werklozen en de geringe doorstroming naar de "gewone' arbeidsmarkt.

Concièrge op een lagere of middelbare school is bij uitstek een functie die voor iemand uit de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) geschikt is. Een man die bij voorbeeld niet meer de hele dag kan timmeren of schilderen, maar wel kleine klusjes kan opknappen. Een WSW'er als concièrge kost een school al gauw 13.000 gulden per jaar. De overheid vult het salaris van de WSW'er verder aan.

De school kan ook besluiten een langdurige werkloze aan te nemen. Op initiatief van de overheid zijn veel van hen ondergebracht in zogenaamde banenpools. Net als bij de WSW gaat het hier om gecreëerde arbeidsplaatsen, niet om bestaand werk. Met het aantrekken van een banenpooler is de school een stuk goedkoper uit. Ze betaalt dan namelijk tussen de 3500 en 5000 gulden per jaar. Op het hoofd van een banenpooler of iemand uit het Jeugdwerkgarantieplan (JWG, waarbij de overheid werk garandeert voor jonge schoolverlaters) staat nu eenmaal meer subsidie.

Verder werken banenpoolers (14.000 in heel Nederland) en jongeren uit het JWG (in totaal 6.200) voor een minimum (jeugd)loon. Een werknemer op een sociale arbeidsplaats verdient daarentegen al snel tussen de 2400 en 2700 gulden bruto per maand. Ook kennen de ruim 80.000 WSW'ers in Nederland een gewone CAO met de daarbij behorende functieomschrijving en salarisstructuur.

Langdurige werklozen, jongeren en mensen die onder aangepaste omstandigheden moeten werken, strijden om functies van eenvoudiger aard. Onderhandelaar H. Leerentveld van de vakbond AbvaKabo is ervan overtuigd dat niemand op het ministerie van sociale zaken aan deze vorm van concurrentie heeft gedacht, toen de banenpools en het JWG werden opgezet. “Het kabinet wilde de banenpool per se tot een succes maken. En dat kan alleen als je de werknemers bij gesubsidieerde instellingen onderbrengt en de prijs laag houdt.”

Bij De Zijl Bedrijven in Leiderdorp zag de directie het gevaar wel aankomen. Het bedrijf adviseert de Stichting Weerwerk, die de banenpoolers uit de regio Leiden onderbrengt. Iedere functie voor een langdurig werkloze wordt eerst aan De Zijl Bedrijven voorgelegd. Is de baan geschikter voor een WSW'er, dan gaat deze naar een medewerker van De Zijl Bedrijven. Andersom gebeurt ook. De firma heeft onder meer een eigen drukkerij, naai-atelier en kwekerij. Andere bedrijven kunnen er opdrachten plaatsen.

De directie kampt met het probleem dat de doorstroming van de WSW'ers naar de "gewone' arbeidsmarkt te gering is. Landelijk ligt het percentage werknemers dat doorstroomt op één procent. De Zijl Bedrijven zit daar nog onder. Vorig jaar kregen 6 van de 935 werknemers een baan op de reguliere arbeidsmarkt. Daarvoor ontving het bedrijf een premie van de overheid van 10.000 gulden per persoon.

Als oplossing zien zowel de AbvaKabo als de directies van de verschillende WSW-bedrijven in het land een samenvoeging van de banenpools en de sociale arbeidsplaatsen. “De banenpools hebben niet veel moeite om arbeidsplaatsen te vinden. En bij de WSW-bedrijven is de nodige kennis op het gebied van begeleiding aanwezig”, zegt divisiemanager J. van der Meijden van De Zijl Bedrijven.

H. Leerentveld van de AbvaKabo pleit voor het duurder maken van de banenpooler. De subsidie moet omlaag en het bedrag dat de werkgever betaalt, zou meer de werkelijke kosten moeten benaderen. Verder wil de AbvaKabo dat er meer eenvoudige functies worden gecreëerd. Leerentveld: “Geloof het of niet, maar er zijn groepen mensen die belang hebben bij monotone arbeid. Die aan een lopende band betrekkelijk gelukkig zijn”.