In Sarajevo worden de bevelen fluisterend gegeven

SARAJEVO, 9 JULI. De Franse wachtpost bij het vliegveld van Sarajevo kijkt al nauwelijks meer op, als tweehonderd meter verderop de automatische geweren ratelen en mortieren neerkomen, vrucht van de voortgaande huis-aan-huis gevechten tussen Servische eenheden en de verdedigers van de Bosnische hoofdstad.

Het is normale begeleidingsmuziek voor de militairen van de VN, die hier vandaag meer vliegtuigen dan ooit, wel twintig, met hulpgoederen hopen binnen te halen. “Zie je die heuvels?”, zegt een VN-militair. “Daar zien we 's avonds de flitsen van hun veldslagen”. In alle wijken rond het vliegveld van Sarajevo gaat de strijd volop door. Beide strijdende partijen blijken een loopje te hebben genomen met hun aanvankelijke verzekering, al hun zware wapens in de wijde omtrek van het vliegveld onder toezicht van de VN te stellen. Om over het staakt-het-vuren nog maar te zwijgen.

Desondanks gaat de luchtbrug door. Vliegtuig na vliegtuig landt: Britse, Franse, Duitse, Canadese en andere militaire toestellen, en ook een witte Nederlandse Fokker, verreweg het kleinste onder de toestellen die de verbinding tussen vliegveld-Sarajevo en Zagreb onderhouden. In Zagreb staat vandaag onder andere een reusachtig Iraans vliegtuig met hulpgoederen voor de moslim-broeders van Sarajevo klaar. Na het uitladen passeert vrachtwagenkonvooi na vrachtwagenkonvooi de wachtpost, steeds begeleid door witgeschilderde tanks waarvan de schutter met zijn machinegeweer de zones afscheert waarin zich sluipschutters kunnen bevinden.

Ook langs de route naar de stad bevinden zich tanks, die op strategische punten gereed staan om sluipschutters uit te schakelen. De hele route naar de stad, de weg bij het vliegveld en de vierbaansweg van oost naar west in Sarajevo, staat bekend als “de sluipschutterboulevard”. Niemand weet precies wie degenen zijn die schieten op alles wat beweegt in Sarajevo, ook de mannen langs deze boulevard niet.

Op passerende personenwagens, eigenlijk alleen nog maar die van de internationale pers in Sarajevo, is het ongestraft schieten, en dat doen ze dan ook regelmatig. Het is dus zaak om zoveel mogelijk snelheid te maken langs de Sluipschutterboulevard en er het beste van te hopen. Snelheid gaat vooral verloren bij het ontwijken van enkele door onbekenden op de weg geplaatste versperringen van vrachtwagens, en natuurlijk de wrakken van auto's die het hier, sinds het begin van de vijandelijkheden drie maanden geleden, niet gehaald hebben. Meestal gaat het goed en blijft het voor de inzittenden bij de merkwaardige ervaring, te horen hoe er op je geschoten wordt. Vele kogelgaatjes in het autopark van de journalisten en verbrijzelde ruiten geven aan dat men ook regelmatig aan de dans ontsnapt. Maar het aantal gewonden is tot nu toe beperkt gebleven tot één, een Franse journalist die ernstig gewond werd.

De VN-eenheden op het vliegveld geven te kennen dat het feit dat tot nu toe geen landende of stijgende toestellen zijn geraakt, geenszins uitsluitend is te danken aan de goodwill van de strijdende partijen jegens de humanitaire operatie daar. Langs de landingsbaan staan ingegraven tanks, de loop van hun kanon gericht op de dorpen op nog geen driehonderd meter afstand, waar tussen door de bewoners verlaten, deels verwoeste huizen hier en daar nog een minaret oprijst. Maar het meeste lawaai - het geluid van schieten is in Sarajevo net zo gewoon als elders het zingen van vogels in de parken - komt uit de flatgebouwen even verderop van de wijk Dobrinja, waar Serviërs en verdedigers elkaar soms vanuit ramen op twintig meter van elkaar proberen af te maken, zo dichtbij in ieder geval dat aan dit front alleen nog maar fluisterend bevelen worden gegeven.

Op het vliegveld van Sarajevo wordt echter geenszins gefluisterd, en dat zo door het voortdurende lawaai van de militaire transportvliegtuigen ook nauwelijks kunnen. Met wonderbaarlijke snelheid verdwijnen de pallets met hulpgoederen uit de vliegtuigen in de hangars, in afwachting van het volgende konvooi van tanks en de witte transportwagens van het Hoge Commissariaat van de Vluchtelingen van de VN. Die worden sinds gisteren door lokale chauffeurs bemand, omdat het Zweedse contingent chauffeurs, op van de zenuwen, er eerder deze week de brui aan heeft gegeven. Als er even geen vliegtuigen aankomen rijden er ook VN-tanks dreigend de landingsbaan op en af. In de dorpen rondom vuren de houders van machinegeweren dan olijk wat roffels af, niet gericht maar als acte de présence.

“Niet echt een vriendelijke omgeving”, geeft de Canadese generaal Lewis MacKenzie toe. Maar hij houdt de moed erin. Er zijn tenslotte al 959 ton voedsel en medicamenten binnengekomen. Maar de toekomst baart hem zorgen, in die zin dat er geen enkele politieke oplossing voor de strijd om Sarajevo in zicht is. “De Serviërs verklaren zich bereid zonder voorwaarden vooraf te praten”, vertelt hij, “maar de Bosnische regering weigert elk direct contact omdat zij de Servische partij, de SDS, als een onwettige, terroristische organisatie beschouwt. Ik denk dat de historische ervaring aantoont dat je geen oplossing kunt bereiken, als je niet met elkaar praat”.

MacKenzie bevindt zich in de merkwaardige situatie dat hij, als militair, nog het enige communicatiekanaal tussen de strijdende partijen vormt. Dat is in de afgelopen maanden zo gegroeid: na het vertrek van de Europese waarnemers, begin mei, bleef de VN-macht UNPROFOR, die aanvankelijk slechts Sarajevo had als hoofdkwartier voor de VN-operaties in Kroatië, het enig overgebleven internationale orgaan in Sarajevo, dat nog een poging zou kunnen doen het ergste, in militair en humanitair opzicht, te vermijden. De bemiddeling van de generaal behelst een moeizaam heen en weer rijden in pantserwagens tussen de vijandelijke hoofdkwartieren, langs onwillige wachtposten die de generaal soms uren ophouden.

Het is een publiek geheim dat de internationale gemeenschap graag zou zien dat de succesvolle luchtbrug naar Sarajevo mede het begin zou zijn van een geleidelijk vredesproces in heel Bosnië-Herzegovina. Een oplossing voor alle humanitaire problemen is de luchtbrug in ieder geval niet. “Elders is de situatie minstens zo ernstig als hier”, zegt Sabato Ogata, de hoge commissaris voor de vluchtelingen van de VN. Ook zij heeft zich vandaag in Sarajevo in een scherfvrij vest, ter bescherming tegen granaatsplinters, gehesen, voor een korte inspectie van vliegveld en binnenstad. “We kunnen niet afdoende helpen zonder konvooien over land, veel meer dan de paar die we nu af en toe sturen. Steden als Tuzla en Gorazde zijn ook al maanden ingesloten en voor ons onbereikbaar en de toegang tot Bihac is heel moeilijk”.

Maar af en toe lijkt het erop alsof zelfs de luchtbrug naar Sarajevo geen lang leven beschoren zal zijn, vooral omdat de wettige regering van Bosnië-Herzegovina, die in de stad nog de scepter zwaait, vreest dat de luchtbrug niet de voorbode is van internationale interventie, maar in plaats komt van die internationale interventie. Terwijl de Bosnische president Alija Izetbegovic op weg is naar Helsinki om het Westen om een militaire interventie te vragen, maakt de Bosnische minister van defensie, Jerko Doko, tijdens een persconferentie in het vannacht weer een stukje verder weggeschoten hotel Holiday Inn korte metten met de luchtbrug. “Ik wou dat hij er nooit gekomen was”, aldus de minister, “hij houdt alleen maar de bevrijding van Sarajevo op”.

De hoop op een buitenlandse interventie is vrij algemeen in Sarajevo, en wordt ook voortdurend gevoed door tendentieuze berichtgeving in de lokale media. Generaal MacKenzie, die voorshands nog vindt dat het geweldsniveau in de strijd rondom de Bosnische hoofdstad sinds de instelling van de luchtbrug duidelijk is gedaald, wordt op dat onderwerp voorzichtig. “Dat is niet ons mandaat, wij zijn geen voorbode van een militaire interventie, maar van de instelling van een staakt-het-vuren en het weghalen van de zware wapens rondom de stad”, merkt hij op. “Een interventie helpt altijd één van de partijen en het is duidelijk, dat wij in zo'n geval als partijdig zouden worden aangemerkt en ons werk hier niet kunnen voortzetten”, zegt hij.

Voorshands is zijn zorg eerder, dat in de stad Sarajevo de aan haat grenzende kritiek op UNPROFOR steeds verder toeneemt. “Men zegt nu dat wij vannacht de Serviërs hebben geholpen bij het beschieten van de stad. Maar wij zijn onpartijdig. We staan voor de taak de mensen duidelijk te maken wat dat is, onpartijdigheid, en dat er met geweld geen oplossing te bereiken valt. Maar het is natuurlijk ook moeilijk om iets te leren, als je al maandenlang beschoten wordt”. 's Avonds lijkt het leerproces wederom weinig vorderingen te hebben gemaakt. In alle wijken aan de zuidkant van de stad bestoken de oorlogvoerende partijen elkaar weer met alle wapens die ze hebben.