Hurd: EG moet minder doen, maar wel beter

STRAATSBURG, 9 JULI. De Europese Gemeenschap moet minder ondernemen maar tegelijk beter presteren. Dat zei de Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, gisteren in het Europese Parlement in een pleidooi voor een meer terughoudend optreden van de EG. Volgens hem wordt er in de Gemeenschap te veel vergaderd, te veel papier geproduceerd en worden er te weinig "echte discussies' gehouden.

Hurd presenteerde in Straatsburg het werkprogramma van het Britse voorzitterschap van de ministerraden in het komende half jaar. De Britten willen de interne markt voltooien, de EG uitbreiden, een financieel meerjarenplan (in afgeslankte vorm) aannemen en de GATT-onderhandelingen over een vrije wereldhandel voltooien. Ten aanzien van de buitenlands-politieke samenwerking ligt de prioriteit bij Joegoslavië en de toenadering tot Oost- en Midden-Europa.

De Britten willen dat Brussel in principe pas initiatieven neemt als eerst is getoetst of ingrijpen wel noodzakelijk, wijs en verstandig is. De Britten hopen met de voorbereiding van de toetreding van Oostenrijk, Zweden, Finland en Zwitserland zo ver te komen dat al volgend jaar de eerste landen zich formeel kunnen aansluiten. Tegelijkertijd willen de Britten extra aandacht schenken aan Turkije, Cyprus en Malta die ook het EG-lidmaatschap hebben aangevraagd. De associatieverdragen met Hongarije, Polen en Tsjecho-Slowakije wil Hurd verder inhoud geven. Met Roemenië en Bulgarije moeten ook dergelijke overeenkomsten worden gesloten. De samenwerking met Rusland en andere voormalige Sovjet-republieken willen de Britten het komende half jaar verstevigen.