Het begin van de rekening

HET COMMUNISME is weggevallen als ideologische buffer tussen de tekortkomingen van het voormalige Sovjet-imperium en het rijke Westen.

Voor de leiders van de zeven machtigste industrielanden aangevuld met de voorzitter van de Europese Gemeenschap, die deze week hun jaarlijkse topberaad in München hielden, is dat geen reden voor triomfalisme. Nu de economische, politieke en sociale problemen van het uiteengevallen communistische blok om een oplossing schreeuwen, zit het Westen met zijn handen in het haar. De opwinding van 1989 toen een einde kwam aan de deling van Europa en de opluchting van 1991 toen de Sovjet-vijand ophield te bestaan, hebben plaats gemaakt voor een grote mate van machteloosheid.

Europa weet niet wat het moet met de burgeroorlog in Joegoslavië, laat staan met die in Trans-Kaukasië. De Westerse landen beseffen dat de omschakeling van een plan- naar een markteconomie geweldige investeringen vraagt en tot grote sociale ontwrichtingen zal leiden. West-Europa kijkt angstig naar de rotte kerncentrales van het type Tsjernobyl, die vooralsnog onmisbaar zijn voor de stroomvoorziening achter de oostelijke horizon. De ontmanteling van de staatsconglomeraten is, ook in hervormend Oost-Europa, nog nauwelijks op gang gekomen. Het militair-industriële complex van de voormalige Sovjet-Unie is nog intact, economisch een aderlating en politiek een dreiging.

De bereidheid tot aanpak van deze uitdagingen is aanwezig. Maar de Westerse zelfverzekerdheid die ten toon gespreid werd toen de tegenstellingen in de wereld nog overzichtelijk waren of toen zich twee jaar geleden een eendimensionale vijand in de Golf aandiende, is verdwenen. De oplossing van post-communistische uitdagingen is oneindig veel ingewikkelder dan het zenden van troepen naar de Golf.

DE ZEVEN LEIDERS en de EG-voorzitter zijn in München niet veel opgeschoten met een aanpak van deze uitdagingen. Ze beschikken niet over geld omdat de begrotingstekorten van de industrielanden, de VS voorop, een onevenredig beslag leggen op de besparingen in de wereld. Temeer omdat het economische kwakkelseizoen maar niet voorbij wil gaan. Ze beschikken evenmin over een duidelijke leider nu binnenlandse onvrede in vrijwel alle Westerse landen aan de geloofwaardigheid van de gekozen politici knaagt. En ze hebben geen blauwdruk voor een oplossing bij de hand, domweg omdat voor dergelijke problemen geen snelle oplossing beschikbaar is.

Het moment was evenmin gunstig voor een doorbraak. Als leiders van zeven democratieën bij elkaar komen, doen zich in een van hun landen altijd wel verkiezingen voor. Nu staan de Amerikaanse presidentsverkiezingen en het Franse referendum over het Verdrag van Maastricht op de kalender. Het verhinderde president Mitterrand om een krimp te geven toen de Uruguay-ronde voor handelsliberalisatie weer eens ter sprake kwam; het vormde een belemmering voor president Bush om zelfs maar te overwegen om Amerikaanse grondtroepen naar Joegoslavië te zenden. Franse boeren en Amerikaanse soldatenlevens tellen in het verkiezingsseizoen en aan de lange geschiedenis van Frans-Amerikaanse tegenstellingen werd in München weer een hoofdstukje toegevoegd.

BORIS JELTSIN was de ingehuurde blikvanger om de top in München te redden en hij vervulde zijn rol met glans. De Russische president presenteerde zichzelf als staatsman, als vriend van Duitsland, als partner van de industrielanden. Waar zijn voorganger Gorbatsjov vorig jaar faalde en met lege handen naar huis ging van de top in Londen, kreeg Jeltsin de toezegging dat de financiële hulp nu echt op gang komt. Maar de paar miljard waarvoor de G-7 in München het groene licht heeft gegeven, is niet meer dan het begin van de rekening die het Westen gepresenteerd zal krijgen. Achter de tevredenheid waarmee Jeltsin, gastheer Kohl en de Westerse leiders de top in München afsloten, schuilt dan ook een onmiskenbare zorg: dat de internationale gemeenschap bij de opruiming van de resten van de Koude Oorlog nog voor onverwachte en onaangename verrassingen kan komen te staan.